Vergeetachtig of dementie? Neuropsycholoog: ‘Het is normaal om dingen te vergeten’

'Een o ja-geheugen is ook een geheugen'
Gepubliceerd 9 mei 2026
oudere vrouw is iets vergeten
Beeld Getty Images

Namen kwijt zijn, niet op het juiste woord kunnen komen, dan denk je al snel: dementie! Volgens klinisch neuropsycholoog Rudolf Ponds is dat te kort door de bocht. “Ons geheugen is nu eenmaal gatenkaas.”

Op het Lemion-congres over het geheugen opent prof. dr. Rudolf Ponds zijn lezing met een vijftig jaar oude foto. Hierop is hij te zien als kind met zijn vader, moeder, broers en zussen. Op zondag tufte het gezin in een oude Opel Cadet naar oma. Zij was dementerend en kon de namen van haar kleinkinderen niet meer uit elkaar houden. Maar: “Niemand maakte zich er zorgen over dat ze niet meer precies wist wie van ons Rudolf, Laurens of Eduard was”, vertelt Ponds. “Ze wist nog precies waar de koekjes stonden, en zodra ze mijn naam riep, rende ik naar haar toe. Cognitieve gezondheid was destijds geen onderwerp dat mensen bezighield.”

Dat is nu wel anders. Er wordt verwacht dat we niet alleen lichamelijk maar ook cognitief fit blijven. Online zijn volop geheugenspelletjes beschikbaar en op tv kun je iedere werkdag meespelen met quizprogramma’s die je geheugen trainen. Deze preoccupatie is niet vreemd. In de huidige informatiemaatschappij is kennis, en weten waar je die kunt vinden, belangrijk om mee te komen. Een goed functionerend stel hersenen is een must. Tegelijkertijd komt een typische ouderdomsziekte als dementie in onze vergrijzende samenleving vaker voor dan vroeger. Begrijpelijk dat we onze cognitieve prestaties scherp in de gaten houden.

Denken veel mensen dat ze een geheugenprobleem hebben?

Klinisch neuropsycholoog Rudolf Ponds: “Vraag aan een willekeurige voorbijganger op straat of diegene cognitieve klachten heeft, en een op de drie zal ‘ja’ zeggen. Onder ouderen ligt dat percentage zelfs op ruim 50 procent. Ouderen zijn ook pessimistischer over de oorzaak van hun klachten. Jongeren zien hun concentratieproblemen als iets tijdelijks. Ze kunnen zich bijvoorbeeld niet goed concentreren omdat ze veel aan hun hoofd hebben en verwachten dat de focus vanzelf zal terugkomen als het straks rustiger is. Ouderen schrijven vergeetachtigheid toe aan hun leeftijd of aan breinslijtage, dus zaken die niet omkeerbaar zijn. Dat is ook reëel. Ons geheugen is een gatenkaas, en de gaten worden groter met de jaren. Maar zolang de kaas niet gaat beschimmelen, hoef je je geen zorgen te maken.”

Een deel van de mensen maakt zich wel zorgen…

“Bij een op de vier mensen die door de huisarts voor verder onderzoek worden doorverwezen naar de geheugenpolikliniek, is er niks aan de hand met hun geheugen. Hun klachten zijn subjectief, er is geen sprake van een onderliggende hersenziekte. Mensen zijn ongerust omdat het denkproces niet meer zo soepel loopt, of omdat hun geheugen hen vaker in de steek laat. Het ophalen van recente herinneringen vinden ze lastig. Ik zeg dan vaak: ‘Een o ja-geheugen is ook een geheugen.’ De kennis zit er nog wel, ze moeten alleen weten in welke richting ze moeten zoeken. Met een beetje hulp komt de gebeurtenis of de vergeten afspraak weer bovendrijven.”

Laat iedereen zich zo eenvoudig geruststellen?

“Bij een kleine groep gaat de angst voor dementie een eigen leven leiden. Vaak heeft zo iemand in de omgeving te maken gehad met dementie en is dat op een moeilijke manier geëindigd. Mensen kunnen er dan van overtuigd raken dat ze zelf ook dement aan het worden zijn. Aan de buitenkant functioneren ze normaal, maar in hun hoofd maken ze zich toch voortdurend zorgen. Ze bemerken niet meer dat ze echt wel dingen onthouden en zijn alleen bezig met wat ze allemaal vergeten. Ieder dingetje dat aan hun aandacht ontglipt, interpreteren ze als een bewijs van hun ziekte. Maar het is normaal om dingen te vergeten. We vergeten de godganse dag van alles, en dat is helemaal niet erg. Sterker, je moet juist veel vergeten om de belangrijke dingen wel te kunnen onthouden.Mensen die bang zijn dat hun geheugen aan het aftakelen is, kiezen vaak tussen twee uitersten. Ze gooien het bijltje erbij neer en doen geen enkele moeite meer om nog iets te onthouden, of ze gaan juist krampachtig hun best doen. Maar ook dat werkt averechts. Niemand kan alles onthouden. Wie dat toch probeert, zal juist minder onthouden. Het geheugen is nu eenmaal geen machine die altijd dezelfde prestaties levert. Met slaap werkt dat net zo. Als je je druk maakt of je wel goed zal slapen omdat er morgen iets belangrijks op de agenda staat, is de kans groot dat je wakker ligt.

Het is normaal om dingen te vergeten, daardoor kun je de belangrijke dingen wél onthouden

Gelukkig kunnen we dit soort ‘pseudo-dementie’ met geheugentesten eenvoudig vaststellen. Gezonde mensen die denken dat ze dement zijn, presteren namelijk alleen slecht op testen waarbij ze rijtjes moeten onthouden. Dat zijn testen die overduidelijk de geheugenfunctie meten. Maar er bestaan ook testen die de geheugenfunctie op een verborgen manier meten, de zogenoemde impliciete geheugentesten. Daarop presteren deze mensen over het algemeen gemiddeld of zelfs bovengemiddeld.”

Hoe krijg je de overtuiging dement te zijn uit iemands hoofd?

“Dertig jaar geleden stuurden we deze mensen naar huis met de boodschap dat ze zich geen zorgen hoefden te maken omdat er niks aan de hand was. Dat was geen goede aanpak, er is namelijk wél iets aan de hand. Deze mensen hebben een soort angststoornis, een zogeheten cognitieve functionele stoornis, en die gaat niet vanzelf over. Daar bestaan inmiddels effectieve psychologische behandelingen voor. We staan tegenwoordig dus niet meer met lege handen. Patiënten krijgen de erkenning dat ze een serieus probleem hebben en we kunnen hen een behandeling aanbieden met een goede kans op herstel.”

Is er binnen het vakgebied nog meer vooruitgang geboekt?

“Helaas niet de vooruitgang waar iedereen op hoopt. Er bestaat nog steeds geen effectieve behandeling voor dementie. Wel is onze kennis over de ziekte en het beloop ervan enorm toegenomen. Dementie is namelijk een ziekte die zich geleidelijk ontwikkelt. Lang voordat iemand klachten heeft, vinden in het lichaam al allerlei veranderingen plaats. Op het moment dat iemand cognitief nog volledig normaal functioneert, is dementie al zichtbaar in het hersenvocht. Tegenwoordig kunnen we dementie in een heel vroeg stadium signaleren, want met een ruggenprik kan de aanwezigheid van de eiwitten tau en amyloïde in het hersenvocht worden bepaald. Als deze in een hoge concentratie en in een bepaalde verhouding aanwezig zijn, weten we bijna zeker dat iemand dementie zal krijgen. We weten alleen niet of dat over een, vijf of tien jaar zal gebeuren, en ook niet of het beloop van de ziekte langzaam of progressief zal zijn.

Door vroegdiagnostiek is het werk op de geheugenpolikliniek behoorlijk veranderd. Vroeger konden we de diagnose dementie pas met zekerheid stellen als iemand al flink wat klachten had. Nu zijn er mensen die gezond binnenkomen en de kliniek als patiënt verlaten, zonder uitzicht op een goede behandeling.”

Hoe reageren mensen op dat nieuws?

“Sommigen kunnen er heel goed mee omgaan. Zij anticiperen op hun ziekte door wat kleiner te gaan wonen, of ze maken nu alvast de wereldreis die pas over drie jaar gepland stond. Maar er zijn ook mensen die bij de pakken gaan neerzitten en depressief worden.

Als je bang bent voor dementie, is daarom het devies: bezint eer ge begint. Bespreek met de huisarts of je echt een dementietraject wilt ingaan, want de kans bestaat dat je een antwoord krijgt dat je niet wilt horen. Je kunt ook besluiten om af te wachten. Misschien wordt je vergeetachtigheid pas over tien jaar problematisch.

Omdat steeds meer mensen worstelen met de vraag of ze dement zullen worden, hebben we voor de website thuisarts.nl de keuzehulp ‘Wel of geen onderzoek naar dementie?’ ontwikkeld. Hiermee kunnen mensen zelf beslissen welke stappen ze willen zetten.”

Wat kun je doen om het risico op dementie te verkleinen? Is geheugentraining een goed idee?

“Cognitief actief blijven is veel belangrijker dan geheugentrainingen. Voor de meeste mensen geldt dat ze al voldoende actief zijn als ze gewoon hun interesses volgen. Als je regelmatig met anderen praat, de krant leest, een kaartspel speelt en zelf je vakantieroute uitstippelt, ben je continu bezig je brein te prikkelen.

De beste bescherming tegen cognitieve achteruitgang, zijn fijne relaties met anderen

Verder is de laatste jaren duidelijk geworden dat eenzaamheid een risicofactor is voor dementie. Zorg dus dat je mensen om je heen hebt, want fijne relaties met anderen beschermen tegen cognitieve achteruitgang.

Tot slot geldt: wat goed is voor het hart, is goed voor de hersenen. Gezond eten dus, voldoende bewegen, matig zijn met alcohol, niet roken. Hierdoor heb je minder kans op hart- en vaatziekten én op dementie. Als je gezond leeft en actief blijft, doe je het eigenlijk al heel goed.”

Prof. dr. Rudolf Ponds is klinisch neuropsycholoog, gespecialiseerd in onderzoek, diagnostiek en behandeling van mensen met een hersenziekte (zoals dementie) of hersenletsel (zoals een hersenbloeding). Hij is als hoogleraar Medische Psychologie verbonden aan het Amsterdam UMC.

Dit artikel verscheen eerder in Plus Gezond mei 2026. Abonnee worden van het blad? Dat doe je in een handomdraai.

Bron Plus Gezond