75 jaar tv: ‘Eén programma kan nog altijd het verschil maken’

‘Bij de maanlanding haalden m’n ouders me uit bed: Dit móet je zien!’
Gepubliceerd 15 oktober 2026
Eppo van ­Nispen tot Sevenaer
Beeld Beeld & Geluid

Televisie in Nederland bestaat 75 jaar en dat wordt volop gevierd bij museum Beeld & Geluid. Directeur Eppo van ­Nispen tot Sevenaer over het ‘magische’ medium. De televisie bestaat 75 jaar, hoe vier je zoiets?

Eppo van Nispen Sevenaer (1964) is sinds 2018 directeur van het Nederlands instituut voor Beeld & Geluid. Hij werkte bij de TROS en SBS en was directeur van DOK Delft. Hij is een graag geziene gast bij talkshows om de rol van televisie in onze samenleving te duiden.

De televisie bestaat 75 jaar, hoe vier je zoiets?

“Precies die vraag stelden we ons bij Beeld & Geluid. We besloten: we vieren het twee jaar lang, het jaar ernaartoe en het jaar erna. 2 oktober is dé datum, dat is nu het startschot voor een jaar vol ­bijzondere evenementen, tentoonstellingen en festiviteiten. Zo hoort dat bij grote momenten in een mensenleven – en de invloed van televisie op ons leven is natuurlijk bijzonder groot. Daarom hebben we ook Heel Holland zoekt in het leven geroepen, een ­campagne waarbij we het publiek hebben gevraagd ontbrekende tv-schatten te verzamelen. Énig wat daar allemaal uit is gekomen. Zoals de molboekjes van meerdere Wie is de mol-kandidaten, de hoge hoed van Dikke Deur uit Pipo de Clown, de eerste opnames van het Jeugdjournaal, het zwaard van Floris en onlangs nog meldde de dochter van Han Peekel zich met allemaal strikjes van haar vader die hij droeg bij Wordt vervolgd. Geweldig.”

De toppers van 75 jaar tv

Met 9,1 miljoen kijkers is de voetbalwedstrijd ­Nederland-Argentinië (WK 2014, halve finale) de absolute kijkcijfertopper, op de voet gevolgd door de eerste persconferentie van premier Mark Rutte na de uitbraak van corona. Eppo: “Opvallend is ook hoeveel mensen hebben gekeken naar de uitvaartceremonie van André Hazes in de Johan Cruijff Arena. Dat cijfer zat tussen de vijf en zes miljoen.”

Jij hebt en etaleert zoveel puur enthousiasme voor het medium, waar komt dat vandaan?

“Ik ben van 1964 en toen was tv nog echt een jong medium. Het voelde als een verrekijker, het gaf ons een blik op de wereld. Iets wat we helemaal nog niet kenden. Magisch natuurlijk. Mijn eerste herinneringen waarbij ik echt gegrepen werd, zijn Floris en de golf aan kindertelevisie in de vroege jaren 70. Paulus de boskabouter, Stuif es in, De Fabeltjeskrant, Swiebertje, Pipo de Clown. En op 20 juli 1969 haalden mijn ouders me uit bed: dit móet je zien! De eerste maanlanding.”

Ridder Floris

Waarom is dat voor jou het meest iconische moment?

“Dat is voor een groot deel te danken aan regisseur Rudolf Spoor, een Nederlander die bijzondere banden onderhield met de NASA. Die had hij opgebouwd vanuit zijn fascinatie voor raketten en toen Armstrong naar de maan ging, kwam dat goed uit. Dankzij Spoor konden we in Nederland unieke beelden zien. We hadden op 20 juli 1969 Henk Terlingen die de verslaggeving deed, Apollo Henkie. En ­Rudolf had ervoor gezorgd dat een man, al rokende, van alles stond uit te leggen aan de hand van attributen die alleen wij in Nederland hadden – dankzij Rudolf. De man die rookte, deed dat trouwens door via een lang pijpje, dat verbonden was met een speciaal gemaakte miniatuur maanlander, de rook uit te blazen zodat het leek alsof die uit de motoren kwam. Het ging er vooral om de ­beleving voor de mensen thuis te vergroten. Rudolf had ook nog eens het hele draaiboek van de NASA ­gekregen. Daarin stond dat het Amerikaanse volkslied zou klinken op een bepaalde tijd. Dus Rudolf speelde dat stipt op die tijd af. Later bleek dat die Amerikanen zelf dat helemaal niet hadden gedaan, haha!”

Nu is er zo veel tv, maar vroeger was dat toch pure luxe?

“In het begin had je nog niet eens een journaal. Voor het nieuws moest je naar de bioscoop, daar hadden ze het Polygoonjournaal. We leefden in de naoorlogse tijd van Vadertje Drees, er was geld nodig om Nederland op te bouwen. Philips zag televisie als een grote kans, maar Drees dacht daar heel anders over, die wilde liever dat de mensen hun geld besteedden aan primaire levensbehoeften. Geld uitgeven aan vermaak vond hij veel te link. Philips dreigde uit Nederland te vertrekken en toen is Drees overstag gegaan. Maar denk niet dat veel mensen een televisie hadden, hoor. Omgerekend kostte het zo’n €8000. Dat had bijna niemand.”

Ja Zuster Nee Zuster

‘Niet met de deuren slaan!’ Leen Jongewaard (Gerrit) en Hetty Blok (zuster Klivia) in Ja zuster, nee zuster. Zij runde het rusthuis aan de Jachthuisstraat.

Wanneer kreeg de tv echt impact in Nederland?“In de jaren 60. De radio had in de jaren 50 het hoorspel In ­Holland staat een huis met de familie Doorsnee. Dan waren de straten leeg. Pension Hommeles had eenzelfde effect. Pas vanaf 1963 bij Voor de vuist weg van Willem Duys en vanaf 1965 met Mies en scène van Mies Bouwman zag je dat televisie ook dat effect kon hebben. Dan werd het stil op straat. Later gold dat vooral bij sportwedstrijden waarin onze nationale helden in actie kwamen. Dan zag je dat in de rust van het voetbal de hoogte van het water­gebruik enorm piekte. Dan ging iedereen snel plassen.”

Swiebertje

Als het over 75 jaar tv gaat, duikt steeds één naam op. Swiebertje. Er keken zes miljoen mensen naar! Waarom? Eppo: “Dat zit ’m puur in de hoofdrolspeler, Joop Doderer. De shots zijn tergend traag, het is voornamelijk studiowerk, maar Joop maakte de serie heel behapbaar, herkenbaar en heerlijk burgerlijk. En heel opvallend: iconische series draaien vaak om slechts enkele personen. Swiebertje, Saartje, Bromsnor. Meer was het niet.”

Swiebertje

Welke tendensen neem jij waar in die 75 jaar?“Er was een periode waarin de televisie echt draaide om het Grote Amusement. Willem Ruis, Ron Brandsteder, Mies Bouwman, ­André van Duin, Jos Brink, Rudi Carrell en nog meer sterren; spelletjes; wegdromen. Langzaamaan zie je dat de échte mensen in de hoofdrol zijn gekomen, door al die realityshows; ingezet door Big Brother in 1999 en later uitgebouwd door bijvoorbeeld Boer zoekt vrouw. De grote shows zijn te duur geworden en de montages moeten steeds korter. Je ziet het ook aan de talkshows. Vroeger had je een paar thema’s die werden uit­gediept. Willem Duys stond bij zijn eerste ­aflevering voor 40 minuten ­ingepland, het duurde uiteindelijk tweeënhalf uur! Hij ging er onvoorbereid in en ging door zolang het leuk bleef. Er gebeurde echt iets. Toen Barend & Van Dorp stopte in 2006 en De wereld draait door kwam, zag je een verandering. Alles ging sneller, en vanuit de hunkering dagelijks nieuws te horen en te begrijpen.”

Pipo de Clown

Over 25 jaar bestaat tv hier ­honderd jaar en vier jij dat als 87-jarige. Hoe zal het dan zijn?“Wat je nu al ziet is dat het publiek totaal anders naar televisie kijkt dan voorheen. Dat lineaire – kijken als iets uitgezonden wordt – is er steeds meer van af aan het gaan. Is dat erg? Je kunt er wat van vinden. Ik denk dat het wel belangrijk is dat er een verbinding blijft, dat mensen samen kunnen praten over dat ene programma dat je met veel intensiteit hebt gezien. Eén programma kan soms echt het verschil maken. Ik ben ervan overtuigd dat we over 25 jaar nog steeds gemeenschappelijke kijkpunten zullen hebben.”

Eppo’s favorieten

“Als ik nog maar één programma mag terug- kijken? Toch: de maanlanding. En waar ik heel gelukkig van zou worden: een aantal vergane afleveringen van Ja zuster nee zuster. Dan zou ik iets kunnen zien wat niemand anders ziet.”

Jullie archief is rijk en door dit ­jubileum is het nog rijker geworden, waarom is dat van belang?“De wijze Maya Angelou zei: je weet waar je heen gaat als je weet waar je vandaan komt. Dat is zo waar. Terugkijken geeft je inbedding, geeft je ­gevoel. In deze tijd van kunstmatige ­intelligentie, waarin je je voortdurend moet afvragen of iets is gemaakt door de mens of een computer, is het heel interessant om te kijken naar authentiek materiaal. Het geeft je het gevoel van nostalgie. Van thuis zijn. Van voelen waar je vandaan komt.”

Zo viert Beeld & Geluid 75 jaar tv

In oktober geven zo veel mogelijk zenders aandacht aan het jubileum en in museum Beeld & Geluid zie je op 75 televisies een overzicht van al die 75 jaar. Iedere tv behandelt één jaar. Ook komt er een tentoonstelling met Jiskefet in de hoofdrol. Tijdschrift Donald Duck komt met een speciale editie vanuit Duckstad over 75 jaar tv.