Struinen langs de rivieren: een bloemlezing vol floristische hoogtepunten

Wandelen op zijn mooist
Gepubliceerd 15 juli 2026 | Bijgewerkt 20 juli 2026
Struinen langs de rivieren
Beeld Edwin Giesbers

Net als wij wandelen rivieren ook: in de loop van de tijd hebben onder andere de Rijn en de Waal herhaaldelijk hun loop verlegd. Dat zorgde rond Pannerden voor een bijzonder waterlandschap, zeer aantrekkelijk voor planten en vogels.

Wie ‘struinen’ opzoekt in het woordenboek, komt uit bij omschrijvingen als  rondsnuffelen’, ‘rondscharrelen’ of ‘al rondzwervend kijken of je iets van je gading kunt vinden’. De struiner is in beweging – liefst enigszins buiten de gebaande paden – en speurt daarbij de omgeving af op zoek naar al wat mogelijk van waarde is. Volgens die definitie vormen natuurgebied de Rijnstrangen en de naburige uiterwaarden op deze stralende zomerdag een onbetwist struinparadijs. Om de haverklap gaat de plantminnende wandelaar door de knieën: kijk daar, die fraaie zwanenbloem! Het felgele boerenwormkruid glanst in de zon, de kruisdistel oogt zilvergroen. Centaurie, wilde cichoreien late guldenroede – in de botanie zit poëzie verscholen. 

Struinen langs de rivieren

De struintocht rond Pannerden wordt een bloemlezing vol floristische hoogtepunten. De bron van die weelde is het water. Het rivierenlandschap zorgt voor overvloedige, vochtminnende vegetatie, vol bijzondere waterplanten, oeverplanten en stroomdalplanten. Ten zuiden van de uiterwaarden stroomt het Bijlands Kanaal, de plek waar de Rijn en de Waal elkaar ontmoeten. Maar die rivieren zijn in de loop van de geschiedenis niet stabiel gebleven; steeds hebben ze hun loop verlegd. Hier in het oosten van Nederland worden die in onbruik geraakte rivierarmen ook wel ‘strangen’ genoemd. Nog altijd staat er water in, en dat maakt de omgeving aantrekkelijk voor planten én vogels.

Beverglijbanen

Al aan het begin van de wandeling vliegt er een grote zilverreiger over. Een witte pijl boven de aardappelvelden, in de richting van de door bramen en walnootbomen omzoomde Deukerdijk. In de weilanden langs de dijk trekken ooievaars regenwormen uit de grond. Een groene kikker gaat ons voor over een goed onderhouden graspad en plonst dan snel weg in een poeltje, vóór de verderop posterende purperreiger hem in het oog krijgt. De struiken zijn zwaar van de vlierbessen en meidoornbessen. Steeds hoger wordt het gras (met nu en dan een brandnetel), steeds luider klinkt het krekelgetsjirp. Vogelwikke, jacobskruiskruid, bruine kiekendief, een torenvalk die een duikvlucht maakt. Dit is struinen op z’n mooist. 

Struinen langs de rivieren

De koeien die we passeren kijken eensgezind naar het oosten, waar de torenspits van Aerdt zich scherp aftekent tegen de hemel. Net vóór Aerdt kunnen we de verleiding niet weerstaan om even kort linksaf te gaan, om met een trekpontje over de oude rijnstrang heen en weer te varen. Langs de oevers zijn volgens een mede-opvarende soms gladde, steile stukken oever te zien: beverglijbanen, waarlangs bevers zich in de schemering op hun buik makkelijk het water in laten glijden. Nu ligt er alleen een versleten voetbal in het gras, of althans: zo lijkt het van een afstandje. Dichterbij gekomen blijkt de bal een rijpe, bruingekleurde paddenstoel: een reuzenbovist, die er bijna om vraagt om tegenaan te trappen.

Verkoeling in de Waal

Op een bankje in de dorpskern van Aerdt lezen we even later dat dit straatmeubilair hier geplaatst werd ter ere van de 50.000ste buurtbuspassagier. Dat roept de vraag op hoeveel meer mensen hier nog zijn gepasseerd zónder de bus te nemen – te voet over de noordelijke grens van het vroegere Romeinse Rijk, de zogeheten ‘Limes’. Ten zuiden van de Pannerdense Dijk ligt recreatieplas De Bijland, ontstaan op een vroegere zandwinningslocatie. Hier werden bijna een eeuw geleden restanten van een oud Romeins bouwwerk gevonden – een grensfort, vermoeden historici. In de oude, ondiepe rivierarm de Oude Waal zoeken jonge Blonde d’Aquitaine-runderen verkoeling, in De Bijland doen tientallen tieners hetzelfde. Niet ver van de plas, in de buurt van café-restaurant Steengoed, groeide tot een paar jaar geleden de dikste wilg van Nederland, met een stamomtrek van maar liefst 7,87 meter. Inmiddels is een andere wilg aan de haal gegaan met de eervolle titel.

Struinen langs de rivieren

Fort Pannerden

Langs het Bijlands Kanaal passeren met enige regelmaat fietsers en schippers. Die hebben de wind in de rug en de stroom mee, maar gaan daardoor zó snel dat ze de mooiste natuurschatten missen. Wij zetten koers naar Fort Pannerden. Langs steenfabrieken en over grasdijkjes komen we uiteindelijk bij het veer, dat ons voor 50 cent per voetganger over het Pannerdens Kanaal zet. Bij aankomst worden we welkom geheten door een kudde wilde konikpaarden, die hier jaarrond vrij grazen. De route naar het fort kleurt geel van het boerenwormkruid. De naam zegt het al: vroeger gaven boeren deze plant aan hun runderen om ze parasietvrij te houden.

Fort Pannerden

Natuurschatten

Verderop is een groepje kinderen met een kaart in de hand aan het speuren naar zeepkruid en kattenstaart. Eén van hen wijst vol ontzag naar de stekelige vruchten van een doornappel. “Die is supergiftig! Die mag je nóóit eten.” Een vriendje heeft ondertussen rijpe vlierbessen ontdekt. “Maar die kun je wel plukken! Mijn moeder maakt er limonade van.” Even later zoeken ze fanatiek de oevers af, naar kiezels die met de rivier zijn meegekomen. “Ik heb vuursteen gevonden, echt vet”, zegt een meisje trots tegen een gepensioneerde vrijwilliger bij het fort. Die gaat enthousiast door de knieën om haar op nog meer natuurschatten te wijzen. Voor struinen ben je nooit te jong én nooit te oud. 

Struinen langs de rivieren