Op de Camino de Ronda toont de Costa Brava zijn ongerepte, ruige kant. Wij namen de wandelroute als rode draad en weken onderweg regelmatig van het pad af.
Een langgerekt wandelpad volgt de grillige kustlijn langs verlaten baaien en steile kliffen, met de Middellandse Zee als vaste reisgezel. Dit is de Camino de Ronda, of Cami in het Catalaans. Deze route, die start aan de Franse grens in Portbou en helemaal doorloopt tot Blanes in het zuiden, is een lange aaneenschakeling van gevarieerde wandelpaden. Sommige delen lopen langs mooi geplaveide boulevards en zijn voor iedereen toegankelijk, op andere trajecten is het klauteren over rotsen of laveren tussen kloven. De meeste paden zijn zo’n tweehonderd jaar geleden ontstaan toen vissers hier tussen hun boten en de kustdorpen pendelden. Ook werden de weggetjes gebruikt door grenspatrouilles om smokkelaars van alcohol en tabak te betrappen.

Deze carabineros en later de Guardia Civil deden de ronda en dat verklaart meteen de huidige benaming. Nadat die controles werden afgeschaft, raakten sommige paden in onbruik en vielen er gaten in het netwerk. Sinds enkele jaren zet de lokale dienst voor toerisme zich in om die ontbrekende schakels van de Camino opnieuw aan te leggen, al moet je hier en daar nog een omweg maken. Achter elke bocht – en dat zijn er honderden – wacht een nieuw uitzicht op een baai, kleurrijke vissershutten of rotsformaties die als standbeelden uit de zee oprijzen.
Archeologische site van Empúries
In Sant Martí d’Empúries trekken we onze wandelschoenen aan voor een opwarmingstochtje richting L’Escala. In de stegen van dit middeleeuwse dorp waait de geur van jasmijnbloesems ons tegemoet. Het lijkt alsof we door een parfumflesje wandelen. Onder een bladerdak van druivenplanten serveren de restaurants op de plaza bij de kerk hier de beste paella’s uit de verre omtrek en dat kunnen we niet weerstaan. De Camino toont zich hier van een mooie kant met veel schaduwrijke plekken en vlakke duinpaden die recent een stevige opknapbeurt kregen. Terwijl de zon zich opmaakt voor een rode ondergang zien we archeologen nog druk in de weer op de site van Empúries. Deze immense Grieks-Romeinse site bevindt zich pal op de Camino richting L’Escala. De ruïnes van deze oude nederzetting geven steeds meer van hun geheimen prijs. We houden even halt tussen restanten van tempels, mozaïeken en ingenieuze watervoorzieningen en proberen ons voor te stellen hoe het leven er toen moet hebben uitgezien. Op sommige plaatsen langs de kust overlapt de Camino de paden en de rood-witte wegwijzers van de GR-routes, maar de twee houden er wel een verschillende filosofie op na. “De GR fungeert als een soort snelweg voor wandelaars die vlug hun volgende bestemming willen bereiken. In vergelijking daarmee is de Camino een rustige landweg, waar de beleving en het onderweg zijn tellen”, vertelt Daniel Ponsati, onze gids en een van de beheerders van de Camino de Ronda.

Middeleeuwse vluchtroute
Zowel kunstenaars als de gefortuneerde beau monde hebben zich altijd aangetrokken gevoeld tot de Costa Brava. Vrij recent werd Empordà, de regio net achter de kust, hun favoriete speelterrein. Oude landhuizen en finca’s achter metershoge omheiningen werden hier massaal een nieuw leven ingeblazen. Wanneer we per e-bike even een zijsprong richting binnenland maken, fietsen we langs rijstvelden, wijngaarden en middeleeuwse dorpjes zoals Ullastret en Pals. Met de toegangsweg naar Palau Sator is iets merkwaardigs aan de hand. We blijven er in rondjes draaien tot we ons klemrijden voor een hoge toren met een gesloten houten poort. Dit uitgekiende stratenpatroon dateert uit de tijd van de piratenaanvallen. Dankzij de spiraalvorm konden de bewoners zich tijdig verschansen in de toren.
Gelukszoekers werden sugardaddy’s
In Begur gaan we weer verder met de Camino. In dit wat mysterieuze stadje is de link met het koloniale verleden sterk aanwezig in de bars met Caraïbische specialiteiten en de kleurrijke muurschilderingen. Tot vandaag blijft Begur verbonden met het verhaal van de zogeheten indianos of Spaanse gelukszoekers. Vanuit de lokale haven trokken arme donders richting Amerika om er hun geluk te beproeven. Een deel van hen keerde terug, met zakken vol geld. Deze indianos waren een soort sugardaddy’s avant la lettre en erg in trek bij jonge vrouwen. Als voorwaarde voor zo’n lucratieve liaison kregen vrouwen strenge huwelijksvoorwaarden opgelegd.
Kunstenaars en de beau monde kwamen altijd al graag naar de Costa Brava
In Begur hebben tal van goed gerestaureerde koloniale herenhuizen kleine, onopvallende deurtjes waarvan de vrouwen des huizes gebruikmaakten om even onder de plak van hun sugardaddy vandaan te ontsnappen. Vanuit Begur dalen we af richting Llafranc en vervolgens naar Calella de Palafrugell, waar we uitrusten bij een drankje op het terras van hotel Sant Roc. Gelegen aan de uiterste rand van het dorp biedt dit natuurlijke balkon uitzicht op een rustige baai en een van de mooiste zonsondergangen ooit. Morgen wacht het betere klimwerk.

Klimmen richting de garnalen
Een aantrekkelijk maar pittig traject verbindt Calella de Palafrugell met het vissersbastion Palamós. In deze levendige haven kan je elke namiddag de boten zien binnenvaren, volgeladen met de lokale specialiteit: reuzegrote gamba’s. Rond borreltijd worden die ter plekke a la plancha bereid. Veel meer motivatie hebben wij niet nodig om de wandelschoenen aan te schieten. Onze gids zet er meteen stevig de pas in en loodst ons de eerste kilometers van de ene baai (cala) naar het volgende strand (platja). Het is telkens klimmen langs trappen in de rotswand en weer afdalen richting zee. We hiken door diepe kloven, waden door kreken en stoppen bij grillige rotsformaties om onze ogen uit te kijken en natuurlijk ook om op adem te komen. Andere wandelaars ontmoeten we nauwelijks en wanneer we tegen lunchtijd een paradijselijke en volledig verlaten baai bereiken, duiken we even het smaragdgroene zeewater in. Doordat deze stranden zo afgelegen zijn en enkel te voet bereikbaar, zijn ze ook erg in trek bij naturisten. Elke baai pronkt hier met zijn eigen naam en bijhorend mythisch verhaal. Op Cala Corbs, de baai van de aalscholvers, heet een man die een goede imitatie doet van Robinson Crusoe, ons hartelijk welkom in zijn eenvoudige strandhut. Hij vertelt hoe hij zijn hele hebben en houden jaren geleden achter zich liet om hier in de natuur te leven van wat de zee en voorbijgangers hem schenken. Zijn deuren zijn behangen met post-its vol aandoenlijke wensen van wandelaars. Op oudejaarsavond verbrandt hij ze ritueel, erop vertrouwend dat ze uitkomen. Ik krabbel mijn diepste wens erbij en stap met een warmer gevoel verder richting Palamós.
In een paradijselijke, verlaten baai duiken we de smaragdgroene zee in

Hollywood aan de Costa Brava
In S’Agaró loopt het nieuw aangelegde kustpad van de Camino boven op een steile wand die hier net boven de zee hangt. Dat zorgt voor magnifieke vergezichten op de rotseilanden en op de al even prachtige oude witte villa’s aan de andere kant. Deze ooit waardeloze grond is vandaag een van de meest exclusieve stukjes Costa Brava, met dank aan een heerlijk Hollywoodschandaal en de jaloezie van Frank Sinatra. Zijn toenmalige vrouw, filmdiva Ava Gardner, draaide in Tossa de Mar een film en zou hier een romance hebben beleefd met een Spaanse torero. Sinatra kreeg er lucht van en haastte zich naar hotel La Gavina, de place to be van de beau monde. Niet veel later prijkten hun foto’s in alle internationale tabloids. Plots wilde iedereen weleens kennismaken met die spannende Costa Brava en zijn knappe latin lovers. Het bleek het begin van een succesvolle toeristische ontwikkeling. Het glamoureuze hotel met zijn historische tuin bestaat nog steeds en het loont de moeite om er even een kijkje te nemen en wat te verpozen in de authentieke bar in kajuitstijl. Je nipt er van een vermouth on the rocks, terwijl John Wayne, Liz Taylor en andere Hollywoodiconen die hier ooit logeerden, over je schouder meekijken.
¡Salud!