Wat zijn de verschillen tussen de vormen huidkankers? Dermatoloog legt uit

"Ga niet tussen 11.00 en 14.00 uur in de volle, brandende zon liggen"
Gepubliceerd 20 juli 2026
senior vrouwen in badpak
Beeld Getty Images

Huidkanker treft jaarlijks ruim 81.000 Nederlanders. De ene vorm is goed te behandelen, de andere kan levensgevaarlijk zijn. Dermatoloog Marcel Bekkenk legt uit wat de verschillen zijn en wat uv-schade kan aanrichten.

Het aantal Nederlanders met huidkanker blijft stijgen. Maar niet alle gevallen zijn hetzelfde. “Mensen gooien alle vormen vaak op één hoop, terwijl er grote verschillen zijn. Basaalcelcarcinoom vormt veruit de grootste groep huidkankers en veroorzaakt veel druk op de zorg, terwijl melanomen verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de sterfte aan huidkanker. Deze ­komen gelukkig veel minder voor”, zegt dermatoloog Bekkenk.

  • Een basaalcelcarcinoom ontstaat vooral op plekken die vaak verbrand zijn geweest. Het gaat meestal om een rood, glanzend of parelmoerkleurig bultje of wondje dat niet geneest. “Zoiets moet ­altijd een alarmbel laten afgaan.” Basaalcelcarcinomen zaaien niet of nauwelijks uit. Dat roept soms discussie op over de benaming ‘kanker’. Bekkenk begrijpt dat het woord mensen kan laten schrikken, maar vindt het belangrijk om duidelijk te zijn. “Noem het beestje gewoon bij de naam”, zegt hij. “Het is wel kwaadaardig, maar niet agressief.” Tegelijkertijd probeert hij patiënten ­gerust te stellen. “Ik zeg dan meteen: de kans dat u eraan overlijdt is zo goed als nul.”
     
  • Plaveiselcelcarcinoom is de tweede meest voor­komende vorm van huidkanker, jaarlijks krijgen ongeveer 15.000 mensen dit. Plaveiselcelcarcinomen ontstaan vooral op huid die ­jarenlang veel zon heeft gehad, zoals een kaal hoofd, neus, oren of handen. Het zijn vaak schil­ferende, rode plekjes die langzaam dikker worden. Een plaveiselcelcarcinoom kan wél uitzaaien naar andere delen van het lichaam als het niet op tijd wordt ontdekt en behandeld. ­Gelukkig is die kans bij vroege opsporing klein en kunnen de meeste plaveiselcelcarcinomen succesvol behandeld worden voordat ze zich verspreiden.
     
  • Het melanoom is de derde en meest agressieve vorm van huidkanker. Melanomen gedragen zich anders. Ze ontstaan uit pigmentcellen en kunnen uitzaaien naar andere organen, ­zoals de ­lever of longen. Vooral intense blootstelling aan uv-straling en ernstige zonverbranding lijken een belangrijke rol te spelen. ­Zeker verbranding op jonge leeftijd verhoogt het risico sterk. “Het lijkt erop dat die eerste jaren er wat harder in hakken”, zegt Bekkenk. Volgens hem onderschatten veel mensen het risico van zonneschade, ­omdat de ­gevolgen pas tientallen jaren later zichtbaar worden. “En er is ook de factor pech – dat je je huid ­altijd keurig hebt beschermd en toch een melanoom krijgt.”

Niet bang voor de zon

Toch wil Bekkenk mensen niet bang maken voor zonlicht. “De zon is niet je vijand, maar je moet er wel verstandig mee omgaan.” ­Volgens hem draait preventie ­vooral om het voorkomen van verbranding. “Je mag best buiten zijn. Alleen maar binnen zitten is niet ­gezond. Maar ga niet tussen 11.00 en 14.00 uur in de volle, brandende zon liggen.” 

Het is wat dermatologen al jaren zeggen. Toch zegt meer dan de helft van de Nederlanders afgelopen ­zomer verbrand te zijn ­geweest, blijkt uit onderzoek van Universiteit Maastricht in ­opdracht van het ­Nationaal Huidfonds. 15 procent liep zelfs een ernstige verbranding op. Nederlanders ­beschermen zich bovendien wisselend tegen de zon. Zo zegt 42 procent zich vaak of altijd in te smeren met zonnebrandcrème factor 30 of hoger, terwijl 37 procent dat slechts soms of nooit doet. Ook smeert bijna een derde zich nooit opnieuw in na twee uur. Bekkenk ziet dat mensen zonnebrandcrème vaak verkeerd ­gebruiken. “Ze ­smeren over het algemeen veel te weinig.” Hij voegt eraan toe: “Weren en kleren zijn wat mij ­betreft eigenlijk nog belangrijker dan smeren.”

Voor mensen met een uitgezaaid melanoom zijn de vooruitzichten de ­afgelopen jaren sterk verbeterd door immunotherapie. Daarbij wordt als het ware de rem van het afweersysteem ­gehaald, zodat het lichaam de kankercellen beter kan aanvallen. “Vijftien jaar geleden was een uitgezaaid melanoom ­eigenlijk een doodvonnis”, zegt Bekkenk. “Tegenwoordig heb je nog steeds geen garantie dat het goed afloopt, maar wel een reële kans op langdurige controle of zelfs ­genezing.”

Vijftien jaar geleden was een uitgezaaid melanoom nog een doodvonnis

De dermatoloog doet zelf ook ­onderzoek naar immunotherapie en de bijwerkingen daarvan. ­Opvallend is dat sommige patiënten tijdens de behandeling ­vitiligo ontwikkelen – witte plekken op de huid – doordat pigmentcellen verdwijnen. “Dat kan juist een gunstig teken zijn. Het lijkt erop dat het afweer­systeem dan niet alleen de pigmentcellen aanvalt, maar ook de melanoomcellen.” Mensen met vitiligo ­lijken bovendien minder kans te hebben op melanoom dan ­gemiddeld, al wordt nog onderzocht hoe dat precies werkt.

Zon is niet de enige factor

Hoewel uv-straling de belangrijkste oorzaak blijft, kunnen ook ­erfelijke aanleg, de afweer tegen onderdrukkende medicijnen, ­bestraling, roken en ­sommige ­virusinfecties een rol spelen. Huidkanker kan óók ­ontstaan op plekken die nauwelijks zon zien, zoals handpalmen, voetzolen, onder ­nagels of ­geslachtsdelen. Maar ­uv-schade blijft bij het grootste deel van de patiënten de belangrijkste factor, benadrukt Bekkenk. Volgens de dermatoloog missen mensen verdachte plekjes vaak omdat huidkanker langzaam groeit. “Bij een basaalcelcarcinoom zeggen mensen soms: die plek zit er al mijn hele leven. Dat kan ­natuurlijk niet, maar het groeit zó langzaam dat ze eraan gewend ­raken.” Daarom is het belangrijk alert te blijven, ook op moeilijk zichtbare plekken zoals de rug. “Je partner of een vriend kan een belangrijk huidmaatje zijn”, zegt hij. Het is een goed idee om met zo ­iemand eens in de drie maanden even je huid te controleren. 

Huidkanker kan óók ontstaan op plekken die nauwelijks zon zien, zoals voetzolen of onder nagels

“Plaveiselcel­carcinomen groeien wat sneller, daarvan zie je meestal wel dat je ­ermee naar de dokter moet. Dan zie je meestal echt kratervorming; een zwerende plek die alleen maar groter wordt. Je hoeft geen dokter te zijn om dat te zien.”

Al die apps…

Apps die moedervlekken beoordelen, ziet Bekkenk niet als de oplossing. “Ze zijn zo afgesteld dat ze vooral niks willen missen. Daardoor slaan ze wel heel snel alarm.” Dat leidt volgens hem soms juist tot extra onrust. “Zo’n app beoordeelt ook maar de foto van één plekje, terwijl wij de hele huid ­beoordelen. Om dezelfde reden doen we bij een vermoeden van huidkanker liever geen video­consults. Als ik iemand langs laat ­komen, kijk ik de huid helemaal na. Dan weet ik binnen tien minuten hoe het zit en kan ik ­advies ­geven. Op het moment dat ik het met plaatjes moet doen, ben ik net zoveel tijd kwijt en heb ik meer twijfels. Zo groot is de impact qua tijd dus niet. Het lukt nog steeds om mensen binnen redelijk korte tijd te zien. We zijn ook enorm ­teruggedraaid in het aantal nacontroles. Die deden we vroeger standaard, maar ze blijken niet zo zinvol te zijn. Dus dat geeft ook weer ruimte.” De belangrijkste boodschap is daarom eenvoudig: “Liever een keertje te veel dan te weinig met een verdacht plekje naar de dokter.”

Prof. dr. Marcel Bekkenk is dermatoloog, hoog­leraar Dermatologie aan de Vrije Universiteit en afdelingshoofd Dermatologie van het Amsterdam UMC.

Dit artikel verscheen eerder in Plus Magazine juli 2026. Abonnee worden van het blad? Dat doe je in een handomdraai.

Bron Plus Magazine