De prachtige stad Dole, een gerestaureerde priorij, het wonderlijke Chaux én bergtoppen waar je een waanzinnig uitzicht hebt tot aan Genève en de Mont Blanc. De Jura heeft het allemaal.
Dolen door Dole
De basiliek van Dole torent met haar kloeke kerktoren hoog boven de stad uit. Dole was vanaf de 15de eeuw de hoofdstad van het vrijgraafschap Bourgondië. Om de stad te ontdekken, volg je vanaf de Place Grévy de messing pijlen met de Chat Perché in het wegdek. Deze kater komt uit het sprookjesboek Les contes du chat perché van de lokale schrijver Marcel Aymé. Zo kom je bij het geboortehuis van Louis Pasteur beroemd om het ontwikkelen van vaccins en natuurlijk het pasteuriseren) in de leerlooierswijk. In het leuke museum zie je dat de jonge Louis ook een begenadigd schilder was. Via de Grande Fontaine, een koele ondergrondse watergang, bereik je twee prachtige gebouwen: het 17de eeuwse Hôtel Dieu, nu de mediatheek, en het Charité-ziekenhuis dat nu een internaat is. De panden laten zien hoe rijk Dole was en hoe prachtig hergebruik van oude gebouwen kan uitpakken.

Extra tip
Bistro La Bagatelle iets buiten Dole serveert heerlijke driegangenmenu’s voor €39, de chef heeft een Michelinster.
lachaumiere-dole.fr
Dit móet je proeven
• Comté Gemaakt van de zomermelk van Montbéliard-koeien, nootachtige smaak, hoe langer gerijpt des te pittiger de smaak.
• Bleu de Gex Halfharde blauwe kaas die door monniken al in de 13de eeuw werd gemaakt.
• Vin Jaune De gele ‘wijn der koningen’ wordt gemaakt van de savagnindruif en rijpt ruim zes jaar onder een gistlaagje op fust.
• Morteau-worst Sorry Hema, de lekkerste rookworst komt uit Morteau en is gerookt in de schoorsteen van de typische pijpboerderijen. Je herkent ’m aan het houten sluitpinnetje.

Er woont een held in de Mouthierhaute-Pierre
Mouthier-Haute-Pierre in de vallei van de Loue wordt omringd door bergen, er wonen tweehonderd mensen. De plaatselijke priorij (leprieuremouthier.fr) uit de 9de eeuw stond jarenlang leeg tot zakenman François Guillin in 2017 de ruïne kocht. Deze zoon van het dorp restaureerde in zeven jaar het enorme kloostercomplex. Kosten noch moeite werden gespaard. Lokale ambachtslieden klaarden een waanzinnige klus met alleen al 140.000 nieuwe dakpannen. Er is een museum met schilderijen uit de 19de en 20ste eeuw van schilders uit de Franche-Comté. De onberispelijke tuinen hebben fruitbomen en medicinale planten en in de fijne bar met terras wil je zeker een drankje doen.

Goed om te weten
• Dole en andere steden in de Jura zijn prima bereikbaar met de trein. Eerst reis je naar Paris Gare du Nord, daar stap je over naar Gare de Lyon. Totale reisduur: ongeveer zeven uur. Enkele reis vanaf €61, bagage is inbegrepen in de prijs. eurostar.com, sncf-connect.com
• Met de auto is het vanaf Utrecht zo’n acht uur rijden.
• Makkelijk en snel reis je door de regio met een (huur)auto.
• TER-spoornetwerk en buslijnen hebben goede verbindingen.
• Beste reisperiode? Elk seizoen biedt redenen om te gaan!
• Nog veel meer info vind je op nl.montagnes-du-jura.fr.
Arc-et-Senans, de ideale stad van architect Ledoux
De entree van de zoutfabriek Saline Royale in Arc-et-Senans is al imposant. Maar loop je tussen de zes pilaren naar binnen, dan zie je de perfecte halve cirkel met het huis van de directeur als middelpunt. De neoclassicistische architect Claude-Nicolas Ledoux (1736-1806) wilde de ideale stad van Chaux bouwen waar het zoute grondwater (500 kilometer van zee!) werd verwerkt tot het witte goud en waar arbeiders goed konden wonen. Die droom werd maar half gerealiseerd… In de andere helft van de cirkel zijn tegenwoordig de tuinen die elk jaar door studenten volgens een thema worden ingericht, soms op wonderlijke wijze. Bezoek zeker de twee musea, een over de geschiedenis van zout, de ander over Ledoux met zestig maquettes en 3D-modellen van utopische woningen of een nooit gebouwd operahuis. Een must voor elke architectuurliefhebber.
Petit Montrond voor het panorama (en Maximilien)
Hij ziet er fit uit en zijn rugzak is rijkgevuld, als die van een sherpa. Het is zes uur ’s avonds als berggids Maximilien ons oppikt bij het hotel op de Col de la Faucille. “Hebben jullie allemaal een liter water bij je?” vraagt hij, voor we het bos inlopen. De route omhoog is duidelijk gemarkeerd en omgeven door bosbessen en gentianen. Hij wijst op een vierbladige plant. “Dat is de eenbes”, zegt hij, “die is zeer giftig.” Dan vertelt hij dat in het bos ook lynxen en wolven zijn. Hoger is het weidser en zijn er bomen met daarin goudenregen die door de laagstaande zon lijkt op te lichten. En dan bereiken we Petit Montrond op 1540 meter. Waar het panorama over het Meer van Genève met de Mont Blanc erachter zo ongelooflijk mooi is dat ik het beeld in mijn geheugen grif. Maximilien pakt zijn rugzak uit. Op een gasbrander met windscherm tovert hij met Comté-kaas, witte (gele!) wijn uit de Jura en gedroogde hoorn-van-overvloed (paddenstoelen) een zalige fondue. Hij blijkt zelfs een ei bij zich te hebben om een roerei te maken om met stukjes brood de pan schoon te maken. Als na zonsondergang in de verte de lichtjes van Genève aangaan, zie ik zelfs de
verlichte fontein van de stad.
