Op fossielenjacht met Romke

Gepubliceerd 4 oktober 2026
Op fossielenjacht met Romke
Beeld Romke van der Kaa

“Wie eenmaal gefascineerd is door fossielen hoeft zich nooit meer te vervelen”, zegt onze tuinexpert Romke van de Kaa. Hij blijkt ook liefhebber van mamoetkiezen en vuurstenen pijlpunten. Langs de kust van Den Helder tot het Franse Cap Blanc Nez haalt hij zijn hart op.

Je herkent ze al van verre: de haaientandenzoekers van Cadzand. De badplaats in Zeeuws-Vlaanderen staat sinds jaar en dag bekend om de fossiele haaientanden die je daar op het strand kunt vinden. In het dorp staat zelfs een standbeeld van een haaientand en in souvenirwinkels zijn ze te koop. De zoekers herken je aan hun trage, bedachtzame tred waarmee ze zich over het strand voortbewegen, en aan hun gebogen hoofd. Alsof ze op zoek zijn naar een verloren portemonnee of trouwring. De fossiele tanden, een enkele keer ook van uitgestorven dolfijnen, worden naar het strand meegevoerd met zeestromingen die oude aardlagen aansnijden. Vooral bij storm komen ze op het strand terecht. Naast tanden vind je er ook fossiele schelpen en vissenwervels.

Verdwenen haaientanden

Mijn eerste haaientand vond ik toen ik een jaar of 8 was en sindsdien kom ik regelmatig in Cadzand terug. Veel valt daar niet te vinden, de laatste jaren. Alle stranden in Nederland worden regelmatig opgehoogd met miljoenen kubieke meters zand dat uit zee wordt opgezogen. Een zandsuppletie heet zo’n operatie. Op internet kun je het suppletieprogramma vinden, van Schiermonnikoog tot Cadzand. Zo weet je wanneer welk kustvak aan de beurt is. De laatste jaren is het strand van Cadzand opgespoten met zand waarin nauwelijks fossielen te vinden zijn. De haaientanden die er lagen, zijn onder een dikke laag ‘verkeerd’ zand verdwenen. Bij de lokale bakker zijn nog wel haaientanden van chocolade te koop.

Op fossielenjacht met Romke

Dinosauriërs bij Winterswijk

Wat fossielen betreft, zijn we niet rijk bedeeld in Nederland. We leven in een delta en de oude aardlagen zijn door jonge klei en relatief vers zand bedekt. Maar op een enkele plaats komen de fossielenrijke lagen uit een oud geologisch tijdperk aan het licht. Bekend is een steengroeve bij Winterswijk waar beenderen en pootafdrukken van dinosauriërs zijn gevonden. En vroeger had je de afgravingen bij de Sint-Pietersberg aan de rand van Maastricht waar ooit de beroemde Mosasaurus aan het licht kwam. Versteende zee-egels lagen er voor het oprapen. In onze rivieren wordt nog steeds naar grind gebaggerd en daarbij komen soms kiezen en slagtanden van mammoeten boven water. Al deze vindplaatsen zijn niet toegankelijk, maar soms kun je er met een excursie terecht. Je moet daarvoor wel lid zijn van de Nederlandse Geologische Vereniging. In Limburg, geologisch gezien het oudste stukje Nederland, kun je soms, na een flinke regenbui, in holle wegen een blootgespoelde zee-egel vinden.

Op fossielenjacht met Romke
Gevonden: resten van de mammoet, het reuzenhert en de wolharige neushoorn

Blote voeten langs de vloedlijn

Maar wat mij betreft is het strand verreweg favoriet. Daar kun je met opgestroopte broekspijpen met je blote voeten door het zeewater spetteren en langs de vloedlijn fossielen zoeken. ’s Winters vind je meer fossielen – de concurrentie van andere zoekers is dan minder – maar dan moet je laarzen aan. In de zomer maakt het minder uit of je iets vindt. Het genot van op blote voeten door het water plassen is al bijna genoeg. Laten we de kust volgen van Schiermonnikoog tot Boulogne – dat Bonen heette toen de Noord-Franse stad nog in de Nederlanden lag. Op de Waddeneilanden, vooral op Ameland en Schiermonnikoog kun je barnsteen vinden langs de vloedlijn. Barnsteen is fossiele hars van naaldbomen. Op Ameland werd een paar jaar geleden een brok van 2,5 kilo gevonden. Als jouw vondst op steen lijkt en in zout water blijft drijven, heb je met barnsteen van doen.

Op fossielenjacht met Romke

Resten van het reuzenhert

De Hollandse kust tussen Den Helder en Hoek van Holland levert weinig fossielen op, hoewel daar vijftien jaar geleden wel verandering in is gekomen. Toen werd de Zandmotor opgespoten, een schiereiland tussen Kijkduin en Ter Heijde dat als kustversteviging is bedoeld. Je vindt er resten van de mammoet en van het reuzenhert, uitgestorven dieren die rondliepen in Doggerland. Dat was een uitgestrekte vlakte tussen ons land en Engeland, die zo’n achtduizend jaar geleden door het stijgende zeewater werd verzwolgen en in de Noordzee veranderde. Een paar jaar na de Zandmotor werd ook de tweede Maasvlakte voor het publiek toegankelijk. Die leverde een enorme hoeveelheid fossielen op, van mammoetkiezen tot beenderen van de wolharige neushoorn. Het moet spannend wonen zijn geweest, daar in Doggerland.

Bij eb zoeken langs het Zwin

In Zeeland vind je fossielen op Walcheren en Zuid-Beveland. Haaientanden zijn vooral te vinden onder de rook van de Kerncentrale Borssele. Daar ligt een strandje dat een overblijfsel is van een grote zandplaat, de Kaloot, die ik nog ken van mijn zoektochten in de jaren 60 van de vorige eeuw. Nu is er alleen nog dat smalle strand achter een schamele duinenrij. De rest van de Kaloot is veranderd in een haven en een industriegebied. Maar onder het zoevende geluid van rijen windmolens blijft het goed zoeken. Bij eb, in ieder geval. Bij vloed is er nauwelijks strand over. Bij Domburg, nog steeds een badplaats, maar niet meer zo mondain als in het begin van de vorige eeuw, vind je vooral fossiele schelpen. Door naar Zeeuws-Vlaanderen. Als je met de fiets of lopend bent, kun je oversteken met het veer van Vlissingen naar Breskens. 

Ben je met de auto, dan moet je door de Westerscheldetunnel. Langs de hele kuststrook tussen Breskens en de Belgische grens kun je fossielen vinden. De meeste kans op haaientanden heb je tegenwoordig aan het strand van de Verdronken Zwarte Polder bij Nieuwvliet. Richting Cadzand worden de vondsten minder, maar je kunt er nog altijd wat vinden als je bij eb zoekt langs het Zwin – ooit een machtige zeearm die in de 12de eeuw bijna tot Brugge reikte, maar die daarna verzandde. Bij eb reikt het water tot je enkels en kun je het Zwin oversteken naar België. Bij vloed zou je moeten zwemmen, maar probeer dat niet. De kans is groot dat je door de sterke stroom wordt meegesleurd. Bij het Zwin vind je fossielen, maar ook overblijfselen uit het verdronken Doggerland. Ik vond er een paar vuurstenen pijlpunten.

Vorig jaar beleefde ik mijn gloriemoment: ik vond een ammoniet van meer dan 4 kilo

Eldorado: badplaatsje De Haan

Ook langs de Vlaamse kust, richting Knokke, valt nog wel een haaientand te vinden, maar het eldorado van de fossielenzoeker is het strand bij het badplaatsje De Haan, vanuit Knokke te bereiken met het comfortabele trammetje dat alle Belgische badplaatsen verbindt. Het strand van De Haan was bij alle fossielenzoekers beroemd – je vond er zelfs resten van fossiele walvissen – totdat ook daar een zandsuppletie plaatsvond met het ‘verkeerde zand’. De haaientandenzoekers van De Haan lieten het er niet bij zitten en namen contact op met de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Havens en Sport, Annick de Ridder. De minister zelf was toevallig ook een fanatiek fossielenzoeker en gaf de bevoegde diensten de opdracht om de Vlaamse stranden voortaan op te spuiten met fossielrijk zand. Ik ben op onze eigen stranden nog nooit een fossielenzoekende minister tegengekomen, maar goed, met gebogen hoofd is het lastig om je heen kijken.

Een krijtrots van 100 miljoen jaar geleden

Tussen De Haan en Calais, in Frankrijk, kun je wel zoeken, maar de kans dat je iets vindt is klein. Dat verandert vlak na Calais, ongeveer waar de Kanaaltunnel de zee induikt. Daar doemt Cap Blanc Nez op – Kaap Blankenes, toen ze hier nog Nederlands spraken. Deze krijtrots dateert uit het Krijt, een geologisch tijdperk dat duurde van 145 miljoen tot 66 miljoen jaar geleden. Hier vind je fossiele schelpen en zee-egels, maar Cap Blanc Nez is vooral beroemd om zijn ammonieten, uitgestorven zeedieren waarvan de nautilus de enige nog levende nazaat is. Hier breng ik tegenwoordig mijn vakanties door, in Wissant – Witzand – een dorpje tussen twee kapen, Cap Blanc Nez en Cap Gris Nez. Bij helder weer zie je aan de overkant van het Kanaal de krijtrotsen van Engeland. En hier beleefde ik vorig jaar op mijn verjaardag mijn gloriemoment: ik vond een ammoniet van meer dan 4 kilo.

Op fossielenjacht met Romke

Zeeleliefragmenten in mijn aanrecht

Wie eenmaal gefascineerd is door fossielen hoeft zich nooit meer te vervelen. Je leert kijken met een ruimere blik. In onze oude binnensteden is overal fossielrijk gesteente verwerkt. In Amsterdam kijk ik naar de fossiele sponzen in de blauwe stoepsteen, in Den Haag is een prachtige ammoniet te vinden in een brug, en in Middelburg zou de Oostkerk tot geologisch monument moeten worden verheven. En thuis geniet ik iedere dag van fossiele zeeleliefragmenten en schelpen in mijn eigen aanrecht en in de deurdorpels van Belgisch hardsteen.