Na het overlijden van je partner verdwijnt de hypotheek niet. Of je in de woning kunt blijven, hangt af van het eigendom van woning, de erfenis, je inkomen en de voorwaarden van de geldverstrekker.
Na een overlijden beëindigt de hypotheek niet automatisch. De rente en aflossing moeten gewoon worden doorbetaald. Meld het overlijden daarom snel bij de hypotheekverstrekker en vraag welke documenten nodig zijn. Denk aan een akte van overlijden en vaak is een verklaring van erfrecht nodig. Daarvoor moet je naar de notaris.
Stond de hypotheek ook op beider naam? Dan blijft de betalingsverplichting bestaan. Stond de lening alleen op naam van de overleden partner, dan maakt de hypotheekschuld deel uit van de erfenis. De erfgenamen zijn dan verantwoordelijk voor die schuld. Wie dan uiteindelijk eigenaar van de woning wordt en de lening voortzet, hangt af van verschillende zaken: welke afspraken er zijn binnen het huwelijk (gemeenschap van goederen of huwelijkse voorwaarden), of er een testament is, de hypotheekakte en de manier waarop de erfgenamen de nalatenschap aanvaarden.
De belangrijkste eerste stap na een overlijden is daarom om de automatische hypotheekbetalingen niet zonder meer te stoppen. Een achterstand maakt de situatie lastiger. Vraag de bank wel vanaf welke rekening de maandlasten voortaan kunnen worden betaald, want misschien was een er rekening op één naam en die kan na de overlijdensmelding worden geblokkeerd. Zijn er misschien veel schulden in de erfenis? Regel dan een beneficiaire aanvaarding via de rechtbank, als bescherming tegen deze schulden. Daarbij moet ook de erfenis volgens vaste regels worden afgewikkeld. Twijfel je, overleg dan eerst met een notaris.
Belangrijke vragen na een overlijden
1. Wie is eigenaar van het huis?
Controleer de eigendomsakte en het Kadaster. Dat beide partners de hypotheek betaalden, betekent niet vanzelf dat beiden eigenaar waren. Was de woning alleen van de overledene en waren jullie niet getrouwd of geregistreerd als partners? Dan ben je als samenwonende partner niet automatisch erfgenaam. Een testament kan dan beslissend zijn.
2. Wie is schuldenaar van de hypotheek?
Kijk in de hypotheekofferte en de leningsovereenkomst. Als je medeschuldenaar bent, kan de geldverstrekker jou doorgaans aanspreken voor de afgesproken betalingen. Ben je geen schuldenaar, dan neem je de hypotheek niet automatisch over doordat je in het huis woont of erfgenaam bent.
3. Wie zijn de erfgenamen?
Een hypotheek kan samen met de woning in de nalatenschap vallen. Aanvaard een erfenis niet zomaar. Bij zuivere aanvaarding krijg je de bezittingen én de schulden. Bij een beneficiaire aanvaarding ben je daartegen beschermd. Dat kan je regelen via de rechtbank, maar de erfenis moet dan volgens vaste regels worden afgewikkeld. Twijfel je, overleg dan eerst met een notaris.
Kan je in het huis blijven?
De bank kijkt of de hypotheeklasten na het wegvallen van je partner betaalbaar blijven. Dat is vooral nodig wanneer de woning en de lening op jouw naam moeten komen of wanneer de lening wordt gewijzigd. De beoordeling is niet altijd hetzelfde als een volledig nieuwe hypotheekaanvraag, maar de geldverstrekker moet wel vaststellen dat de oplossing verantwoord is.
Soms zijn aanpassingen mogelijk, zoals extra aflossen met een verzekeringsuitkering, de looptijd verlengen, de rente aanpassen of een deel van de lening aflossingsvrij maken. Dat laatste kan de maandlast verlagen, maar de schuld blijft dan bestaan. Die moet uiterlijk aan het einde van de looptijd worden afgelost of opnieuw worden gefinancierd.
Je inkomen verandert vaak direct
Maak geen berekening met alleen het inkomen dat op de laatste bankafschriften staat. Na overlijden kunnen verschillende inkomsten veranderen of helemaal stoppen.
AOW: iets omhoog
De AOW van de overledene stopt op de dag na het overlijden. Heb je zelf AOW, dan krijg je vanaf de maand van overlijden automatisch het hogere AOW-bedrag voor iemand die alleen woont. Dat hogere bedrag compenseert meestal niet het volledige weggevallen inkomen van je partner.
Anw: meestal niet
Ben je nog niet AOW-gerechtigd, dan heb je niet vanzelf recht op een nabestaandenuitkering. De overheid stelt strenge voorwaarden. In hoofdlijnen moet je een thuiswonend kind jonger dan 18 jaar verzorgen of minstens 45 procent arbeidsongeschikt zijn. Ook het inkomen kan invloed hebben op de hoogte.
Partnerpensioen: kan tegenvallen
Of je partnerpensioen krijgt en hoeveel, hangt af van de pensioenregeling. Controleer mijnpensioenoverzicht.nl en neem contact op met de pensioenuitvoerder. Ongehuwd samenwonenden moeten vaak als partner zijn aangemeld. Bij sommige regelingen kan het ontbreken van die aanmelding problemen geven.
Controleer de overlijdensrisicoverzekering
Een overlijdensrisicoverzekering kan een bedrag uitkeren waarmee je de hypotheek geheel of gedeeltelijk aflost. Die waren vroeger verplicht, dus veel woningbezitters hebben die. Kijk wie de verzekerde is, wie de het geld krijgt, want de uitkering gaat niet bij iedere polis automatisch naar de achterblijvende partner. Soms gaat die direct naar de hypotheekverstrekker om (een deel van) de hypotheek af te lossen.
Let extra op bij een bankspaarhypotheek
Heb je een bankspaarrekening eigen woning of een kapitaalverzekering eigen woning, neem dan snel fiscaal advies. De Belastingdienst vermeldt dat een bankspaarrekening van een overleden fiscale partner onder voorwaarden kan worden doorgeschoven. Daarvoor geldt een termijn van twaalf maanden na het overlijden. Laat ook per leningdeel controleren wat er met de hypotheekrenteaftrek gebeurt. Eigendom, hoofdverblijf, de ontstaansgeschiedenis van de lening en de aflossingsregels kunnen de uitkomst beïnvloeden.
Dit kan je nu al doen
- Controleer van wie het huis is
- Controleer op wiens naam de hypotheek staat
- Is er een overlijdensrisicoverzekering? Hoe hoog is die en aan wie wordt dat bedrag uitgekeerd?
- Hoe hoog worden de hypotheeklasten straks?
- Wie zijn de erfgenamen?
- Is er een testament?
- Is er straks recht op AOW en partnerpensioen? Hoeveel? Informeer bij de pensioenfondsen. En kijk op mijnpensioenoverzicht.nl
Bewaar hypotheekstukken, pensioenoverzichten, polissen en eventueel een kopie van een testament op een vindbare plaats en noteer de contactgegevens van bank, adviseur en indien van toepassing de notaris. Bespreek dit bij voorkeur één keer per jaar met elkaar.