‘Vroeger had je problemen, nu heb je een crisis’

Ik wil vaak roepen 'Dat is geen Nederlands!'
Gepubliceerd 13 april 2026
Yvonne Kroonenburg
Beeld Yvonne Kroonenburg

Taal verandert. Woorden verdwijnen of veranderen van betekenis. Als je lang leeft, zie je dat voor je ogen gebeuren. Ik heb op de basisschool, die toen nog lagere school heette, geleerd dat je intussen of onderwijl moet zeggen, niet ondertussen. Die regel bestaat niet meer en onderwijl is verdwenen. Niemand zegt dat meer. Is het waaide of woei?

Yvonne Kroonenberg (72) is schrijver en psycholoog. Ze schrijft maandelijks in Plus over relaties in brede zin.

Gebruikt iemand ooit nog het woord dorst als hij durfde wilde zeggen?  Woorden die nog wel bestaan, veranderen ook. Ze slijten. Optimaal betekent zo goed mogelijk. Geregeld hoor ik: zo optimaal mogelijk. “Dat is geen Nederlands”, wil ik dan roepen, maar het is het al bijna. Zo gaat dat met taal. Vroeger had je problemen, tegenwoordig heb je een crisis. Niemand schrikt nog van dat woord, een crisis is een alledaags verschijnsel. Als je ouderen vraagt wat het voordeel is van de gevorderde leeftijd, zeggen ze dat ze zich niet meer overal druk om maken. Ze weten dat een crisis van voorbijgaande aard is. 

Met een muizenis hebben ze meer moeite. Oude mensen kunnen tegen allerlei kleinigheden opzien. Als ze morgen met de trein naar Amersfoort moeten en dan overstappen op een buslijn, tobben ze over die reis alsof ze de Kalahariwoestijn moeten oversteken.Ik heb het ook. Ik sta iedere dag om zes uur op, zonder dat er een wekker aan te pas komt. Maar als ik ergens vroeg moet zijn, ben ik bang dat ik me zal verslapen. Ik maak me bezorgd als ik de weg niet precies weet in een buurt, en tuur eindeloos op de kaart waar ik precies links- of rechtsaf moet slaan. Ik ben blij als er geen enkele  afspraak in mijn agenda staat. “Ha, ik hoef lekker niks! Dan kan er ook niets verkeerd gaan.

Een crisis gaat voorbij. Met een muizenis hebben we meer moeite

”Bijna al mijn leeftijdgenoten willen ’s avonds liever niet de deur uit. Er dreigt doorgaans geen werkelijk gevaar, maar ’s avonds naar de bio-scoop gaan of naar een kennis is te veel gevraagd. Dan moet je in het donker op de fiets of met de auto. Straks komt er ineens verkeer van rechts. Of het regent en je ziet overal felle lampen die weerspiegelen op de natte weg. En er zijn misschien enge mannen of groepjes jongeren.Een vriend van mij had laatst een mooie muizenis. Hij zit op een gymclubje voor oude mensen. Sommige deelnemers zijn over de 80. Er kwam een nieuwe juf. Zij was jong, sterk en meedogenloos. Ze liet het clubje rennen en gaf veel te zware oefeningen. 

Mijn vriend heeft een hele nacht liggen oefenen op wat hij zou zeggen als hij weer naar de les ging: “Het is te zwaar, dat kunnen wij niet.” De volgende ochtend heeft hij zijn moed verzameld en zijn kritiek uitgesproken. “Goed hoor”, zei de juf onverschillig, en nu geeft ze iets minder verschrikkelijke opdrachten. Maar een tweede keer protesteren, durft mijn vriend niet. Hij heeft een klaagcrisis.