Kent u dat? Onbeduidende gebeurtenissen van tientallen jaren geleden die je nooit vergeet. Neem de zomervakantie dat we met onze drie kinderen (1992, 1994, 1995) vanuit onze woonplaats Washington weken op bezoek waren bij oma in Rotterdam.
Amerika-deskundige en journalist Charles Groenhuijsen bespreekt actuele maatschappelijke kwesties.
Dat had een paar speciale attracties voor onze in Amerika opgroeiende kids. Fietsen was er een van. Daan en Francine – toen nog geen 10 jaar oud – vroegen of ze met z’n tweeën op de fiets naar de C1000 mochten. Alleen op de fiets naar de supermarkt was in Washington ondenk-baar. Maar we zeiden dat het nu wel mocht. Wat stond er op hun lijstje?
Nederlandse lekkernijen die ze thuis niet hadden? Poffertjesmix, bastognekoeken, chocoladevlokken, plakjes leverworst, Hollandse mayonaise. Als bezorgde ouder fietste ik er – zonder dat ze het merkten – op afstand achteraan. Mijn bezorgdheid was onterecht. Het was zo’n moment dat je als ouder je kind intens gelukkig ziet zijn. Het spatte ervan af. Ze genoten van hun nieuwe verworven zelfstandigheid. Heerlijk! De fiets was een bron van geluk voor onze halve Amerikaantjes. Het gaf hun een gevoel van vrijheid. Wat mooi als wij als ouders onze kinderen dát mee kunnen geven.
Die onuitwisbare herinnering schoot me te binnen toen ik over een internationaal onderzoek naar kindergeluk las. Nergens zijn kinderen zo gelukkig als in Nederland. En dat is al jaren zo. De fiets (nergens zo veel fietsen als in Nederland) is daarbij een wondermiddel. Het is voor elk Nederlands kind vanzelfsprekend. Het geeft je zelfstandigheid. En nog belangrijker: je krijgt van je ouders de kans om te laten zien wat je zelf kunt. Dat kweekt zelfvertrouwen.
Kindergeluk is essentieel voor ons allemaal. We hebben die meiden en jongens immers keihard nodig om de problemen van de toekomst op te lossen. Gelukkige mensen zijn energieker en creatiever dan de somberaars die zuchten: “Het zal mijn tijd wel duren.” Maar als je de media volgt, zie je geen jonge generatie die blijmoedig door het leven huppelt. We lezen dat ze schermverslaafd, vaak depressief en pessimistisch zijn. Gelukkig is er dat internationale onderzoek dat een vrolijker beeld oplevert.
Waarom scoren Nederlandse kinderen zo hoog? Omdat ze – vergeleken met kinderen in andere landen – veel vrijheid hebben om zich zelfstandig te bewegen, buiten te spelen en dingen op eigen houtje uit te zoeken. Overbezorgde ouders (daar heb je er in Amerika veel van) zijn niet goed voor het geluk van hun kroost. In een commentaar op de onderzoeksuitkomsten lees ik: ‘Het is een les in nuchterheid. Geluk zit niet in grote woorden of dure spullen, maar in gewone dingen die goed zijn geregeld.’
We doen in Nederland met z’n allen dus iets heel goed. Het is geen ingewikkelde toverformule, maar een goede mix van vertrouwen, vrijheid en redelijke zekerheid. We pakken het bescheiden aan. Leve de fiets! Leve het kindergeluk! Laten we dat nooit vergeten.