Een dag voor zijn verjaardag in juni lag hij in het ziekenhuis. Hij was opgegeven door de artsen, maar wonderwel krabbelde hij er weer bovenop en zou in de maanden die volgden nog drie keer op reis gaan. Een keer naar Kreta en twee keer naar Genève. Naar Kreta ging hij met zijn jongste zus voor een bridgetoernooi.
Noraly Beyer is oud-nieuwslezeres schrijft en treedt op. In deze column schrijft ze over de dood van haar geliefde Joost Prinsen.
Vanaf dat ze klein waren, had hun moeder haar zes kinderen leren bridgen, opdat zij thuis altijd partners had met wie ze kon spelen. Ze had hen zo goed ingewijd dat ze allemaal hun leven lang trouw bleven aan het bridgen. Joost bleef een fanatiek kaartspeler en schopte het ’t verst. Hij bezocht veel bridgetoernooien in binnen- en buitenland. In kranten en tijdschriften publiceerde hij interviews met spelers en sponsors en schreef hij over toernooien en schandalen die zich voordeden. Veel van deze artikelen bundelde hij in een boek met de veelzeggende titel Een goede speler is niet eerlijk.
Kreta dus. Toen hij daar was, belde hij elke dag om te zeggen hoe mooi en hoe goed het hotel was, hoe spannend of saai hij het toernooi vond en hoezeer hij mij miste. Hij wilde volgend jaar weer naar Kreta gaan en dan moest ik mee, ook al had hij zich erbij neergelegd dat ik een analfabeet ben op het gebied van kaartspelen.
Na Kreta gingen wij samen naar Genève, waar zijn oudste zus woont. Hij had de autoreis plus hotels en uitstapjes nauwkeurig uitgestippeld. Na verblijf in Hastière en Straatsburg stopten we onderweg in Ronchamp. Daar raakten we allebei diep onder de indruk van de iconische kerk van architect Le Corbusier. Een bijzonder gebouw dat eerder een beeldhouwwerk is met een golvend dak dat lijkt te zweven, waardoor je ademloos wordt van het daglicht dat binnenvalt door hoge en lage ramen, sommige van glas in lood.
Een maand later ging hij opnieuw naar Genève, nu met zijn twee andere zussen die in Nederland wonen. Van de zes kinderen leefden er nog vier, alle vier voorbij de 80. Bij het meer van Genève lieten ze zich fotograferen. Ieder voor zich wist dat dit een legendarische foto zou worden.
Terug in Nederland werd hij weer ziek. De afgelopen tijd had hij al in bonustijd geleefd. Een herseninfarct was het begin van het definitieve einde. Hij verloor zijn spraak, maar bleef goed bij zinnen. Ik betrapte mezelf op iets van jaloezie toen ik zag dat hij zich op een zondagochtend bewust en onbevreesd liet omarmen door de dood. Eerder had hij gehuild toen hij luisterde naar Blaosmuziek van Gé Reinders, dat hij op zijn uitvaart wilde laten horen. De tekst in het Limburgse dialect en de muziek deden hem denken aan zijn jeugd in Brabant waar blaasmuziek van de fanfare, net als in Limburg, op zondagochtend na de kerkdienst met toeters en bellen een mooi verhaal vertellen.