Mijn uitspraken als televisierechter worden juridisch aangemerkt als bindend advies. Maar hoe bindend is dat eigenlijk? Om een lang verhaal kort te maken: dat is bindend voor beide partijen, omdat zij daarmee vooraf akkoord zijn gegaan.
Televisiepersoonlijkheid mr. Frank Visser (72) geeft elke maand een kijkje in de keuken van de rechtspraak.
Daar kunnen zij achteraf dus niet meer onderuit. Hoger beroep is niet mogelijk. In 99,9 procent van de gevallen legt de verliezende partij zich daarom bij een dergelijk bindend advies neer. Maar een enkeling voelt zich zo onrechtvaardig behandeld dat hij het toch hogerop zoekt. Artikel 7:904 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek biedt daartoe een strohalm. Een bindend advies kan namelijk door de gewone rechter worden vernietigd, als gebondenheid aan die beslissing onaanvaardbaar is in de gegeven omstandigheden, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Dat blijkt in de rechtspraktijk echter hoogst zelden het geval; een enkele onjuistheid in het bindend advies is daarvoor onvoldoende. Alleen zeer ernstige gebreken kunnen tot vernietiging leiden. Deze procedure is immers niet bedoeld als een verkapt hoger beroep, om alsnog je gelijk te halen.
Getoetst wordt alleen of de beslissing verdedigbaar is, niet of deze inhoudelijk juist is.Dat ondervond ook een garagehouder die voor een dikke €20.000 een tweedehands auto had verkocht aan een klant, die daar vervolgens twee jaar en 30.000 kilometer probleemloos mee had rondgereden. De auto was gedurende die tijd niet bij de verkopende garage in onderhoud geweest. Na die twee jaar begon de auto kuren te vertonen. Geconstateerd werd dat sprake was van ‘een inwendige vervuiling van de motor, die ondanks normaal gebruik, de juiste brandstof en goed onderhoud leidde tot het afbreken van stukjes van de zuigers ter plaatse van de zuigerveren/olieschraapveren’. Bekend was dat dit type auto dat probleem vaker vertoonde. Reparatie zou rond de €5000 kosten.De koper meldde zich vervolgens bij de garagehouder. Die had hem een ondeugdelijke auto verkocht, vond hij. De garagehouder vond van niet. Dat laatste standpunt was te billijken. Want het feit dat er 30.000 kilometer zonder problemen met de auto was gereden, liet zich inderdaad moeilijk rijmen met een ten tijde van de verkoop al aanwezig gebrek.
De koper legde de zaak voor aan de Geschillencommissie Voertuigen, die hem bij bindend advies nogal verrassend toch in het gelijk stelde. De garagehouder moest de herstelkosten betalen. Laatstgenoemde vond deze uitkomst zo belachelijk, dat hij een advocaat in de arm nam. Deze jurist eiste vernietiging van het bindend advies bij de rechtbank. Tevergeefs: de rechtbank liet het bindend advies in stand, waarna de tot in zijn ziel gekrenkte garagehouder in hoger beroep ging bij het gerechtshof. Ook daar ving hij bot.Je kon het misschien met de inhoud oneens zijn, vond het gerechtshof, maar de uitkomst was uiteindelijk wel verdedigbaar en daarom niet onaanvaardbaar. Alle inhoudelijke kritiek op het bindend advies werd op die grond gepasseerd.De wet is soms hard, maar het is nu eenmaal de wet.