Ik zat laatst op een Amsterdams terras naast een Amerikaans koppel en dan weet je dat er een praatje gemaakt gaat worden. Amerikaanse toeristen zijn vaak gezellige mensen die je graag willen vertellen wat ze van alles vinden: het wc-papier is hier minder zacht, de trappen in de huizen zijn zo steil en waarom loopt hier niemand met zo’n grote drinkbeker van 1.5 liter?
Margôt Ros (1965) is regisseur, tv-maker, actrice, comedian én schrijver. In Zin schrijft ze over haar veelzijdige werk en kleurrijke leven. Margôt is samen met Jeroen Kleijne en heeft twee kinderen uit een eerdere relatie: zoon Jan (23) en dochter Cleo (21). Ze wonen in Amsterdam. Samen werken ze aan het film-scenario van hun succesvolle eerste boek Zeg maar Agaath. Margôt regisseert daarnaast Lisa Ostermann die in het najaar met de voorstelling De Baas door het land toert.
Zomervakantie is heerlijk. Maar jarig zijn in de zomer is een vak apart.
Als kind ontdekte ik al dat een verjaardag buiten de schoolkalender eigenlijk niet meetelt. “Je mag wel vóór of na de vakantie trakteren,” zei de juf monter. Maar dat is dus nep. Dat is alsof je sinterklaas in maart viert omdat het beter uitkomt. Jarig ben ik op de dag zelf. Ook als dat in Frankrijk is. Ik ben namelijk op 14 juli jarig. Quatorze Juillet. In Frankrijk is dat al een complete feestdag, maar gek genoeg voelt het dan alsof mijn verjaardag wordt ingepikt. Alsof een heel land denkt: leuk dat je er bent, maar wij hebben al iets.
Ik ontwikkelde dus een strategie: als de omstandigheden niet meewerken, moet je ze een zetje geven. In mijn jeugd gebeurde dat nog vanzelf. Bij Frau Niederdorf in Oostenrijk, die eruitzag alsof ze permanent meel in haar haar had. Zij bakte altijd voor mijn verjaardag een strudel waar je stil van werd. Ik stond erbij, met mijn feestmuts op, terwijl ze het deeg uitrolde tot iets bijna doorzichtigs. Eén kaarsje, één wens. Precies goed.
Later werd het allemaal minder ingetogen. In een hotel in de Turkse bergen, waar wij achter in de tuin onze tent hadden staan, kreeg ik een dessert waar een complete lichtfontein uit spoot. Er was een pianist die zijn microfoon op standje stadion had staan en La paloma blanca zong. “For your birthday, Margooo los os os!” galmde het door het restaurant. Voor ik het wist, werd ik door een groepje vrouwen de dansvloer op gesleurd en leerde ik bewegingen die ik nooit meer heb kunnen reproduceren.
Een jaar later, Griekenland, weer die feestmuts op. In een havenstadje werden we een marineschip op gewenkt. De kapitein, grote snor, weinig ruimte voor tegenspraak, liet in no time een tafel dekken op het dek. Wij zaten tussen kanonnen en torpedo’s terwijl de bemanning meezong met mijn vriendinnen. Af en toe trok de kapitein een dop van een houten buis en brulde erdoorheen als Captain Haddock. Wij kregen de slappe lach. Even later kwam er nieuwe wijn naar buiten. Die middag mocht ik borden van hem kapot gooien voor goed geluk. Ik werd er onverwacht rustig van.
En ja, er was een matroos. En ja, er was een verjaardagszoen. Sommige tradities houden zichzelf in stand.
Gaandeweg begon ik het te begrijpen: er gebeurt iets als je een feestmuts opzet. Je loopt niet langer anoniem door een straat of over een camping. Je zendt een klein, vrolijk signaal uit: ik ben vandaag iemand om rekening mee te houden. Mensen reageren daarop.
Ik heb dat trucje schaamteloos vaak toegepast. Niet omdat ik per se een groot feest wilde, maar vanwege dat kleine, onverwachte contact. Dat iemand even naar je lacht. Dat er iets ontstaat wat er anders niet was geweest. Niet elke verjaardag eindigt tenslotte op een marineschip. Soms is het gewoon een ijsje op de stoep.
Een verjaardag is eigenlijk niets meer dan een markering in de tijd. Alsof je een nieuw jaar instapt. Dan is het prettig als dat vriendelijk begint, met aandacht. Misschien nog wel het mooist als die van volslagen vreemden komt.
Dus als je deze zomer jarig bent en niemand eraan denkt omdat iedereen op vakantie is, zet een feestmuts op. Niet om een feest af te dwingen, maar om jezelf een goed begin te gunnen. Gek genoeg helpt de wereld daar meestal gewoon aan mee.
Dit artikel verscheen eerder in Zin 8/9 2026.