Ik begon op mijn 21ste te werken, begin jaren 80 van de vorige eeuw. Het waren de lauwe jaren van grote werkloosheid en het was een klein wonder dat ik een baan bemachtigde. De personal computer was nog in geen velden of wegen te bekennen. Dat gaf niets, we konden ons prima redden zonder, al was het achteraf gezien best bewerkelijk.
Als je wilde weten hoe oud neushoorns worden of hoe hoog het vrijheidsbeeld is, pakte je er een encyclopedie bij. Als je het telefoonnummer zocht van de gemeente Hellevoetsluis, vond je dat in Pyttersen’s almanak. Of je belde 008. Als je wilde weten hoe laat het was, belde je 002. Voor taalvragen was er de Dikke Van Dale. Zo stond de kast vol met allerlei handige, vuistdikke informatiebronnen. Toen kwam de computer en waren al die naslagwerken in één klap overbodig. Maar weggooien was ook zonde, en dus stonden ze jarenlang slaperig en humeurig te verstoffen in de kast.
Dit is hoe mijn werkzame leven er ooit uitzag, lichtjaren geleden. Maar aan alles komt een einde, zelfs aan werken. Vandaag ben ik 67 jaar geworden. Al die jaren gewerkt en altijd iemand geweest: bibliothecaris, programmamaker, redacteur. En nu word ik lezer. Lezer van Plus Magazine, net als u. Ik heb er zin in.