‘Als kind dacht ik bij ieder snoepje dat ik pikte: nu kom ik in de hel’

Over het geloof
Auteur: |
Gepubliceerd 15 april 2026
Bram Bakker
Beeld Plus Magazine

In mijn jonge jaren speelde de kerk een grote rol. Het was voor de kleine Bram een verplicht nummer, iedere zondag. Met mijn ouders, in het dorp waar we woonden, of met een van mijn oma’s, die allebei in Meppel woonden. Het was voor een druktemaker als ik iedere keer weer een lange zit.

Bram Bakker is oud-psychiater, beschouwt de zorg in ons land én zijn eigen leven met een kritische blik en op geheel eigen wijze.

Ergens in mijn puberteit verdween de kerk uit beeld. We gingen in Friesland wonen en ik ging voor het eerst in mijn leven naar een openbare school. Ik miste de kerk nooit.

Om niet geheel heldere redenen komt het geloof de afgelopen jaren steeds meer terug in mijn doen en laten. Het heeft vast te maken met ­ouder worden, en het verlies van mijn vader heeft ook veel in herinnering gebracht. De families van mijn beide ouders waren protestant en ook zeer calvinistisch. We kregen de normen en waarden met de paplepel ingegoten. Wat mag er wel, maar vooral: wat mag er allemaal niet? Ik herinner me dat ik als kind bij iedere zonde (een snoepje pikken bijvoorbeeld) altijd dacht: nu kom ik in de hel. In onze kerk bestond de mogelijkheid om te biechten (helaas) niet, en dat loste ik op door steeds een nieuwe datum te kiezen waarop mijn perfecte nieuwe leven zou gaan beginnen. Vaak de eerste dag van de volgende maand. En als ik dan toch weer had gezondigd (afgekeken bij een proefwerk bijvoorbeeld) ­begon ik weer opnieuw.

Naarmate ik ouder werd ging ik wel milder kijken naar mijn tekortkomingen, maar toch voelde ik me vaak schuldig over mijn fouten. Vooral mislukte relaties rekende ik mezelf zwaar aan. Van huis uit had ik meegekregen dat een monogame relatie tot de dood ons scheidt het streven zou moeten zijn, en dat lukte me steeds maar niet. Heel veel familieleden redden dat wel, ogenschijnlijk ook nog vrij gemakkelijk.

Toch mis ik steeds vaker het geloof – niet de kerk. Het gaat niet om de vorm, maar om de ­inhoud, toch? Mijn vader heette Paul en hij ­citeerde vaak en graag de eerste brief van de discipel Paulus aan de Korintiërs, ook wel bekend als het hoofdstuk van de liefde. Ik kwam het ook tegen in De hoogste gave, een prachtig boekje van de wereldberoemde Braziliaanse schrijver Paulo Coelho. De boodschap is simpel: zonder liefde zijn we niets. “Als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal…”

Het is niet exclusief voor de bijbel. Sterker nog: ik geloof dat het in alle religies om liefde draait. En laat dat nu net datgene zijn waar we zo’n ­tekort aan hebben in deze koude en rumoerige wereld. Of ik binnenkort toch maar weer eens een kerk binnenstap weet ik nog niet, maar dat ik meer aandacht wil schenken aan de kracht van religie in een steeds liefdelozere maatschappij is wel zeker.