Meester Frank Visser: ‘Pas op: buren zijn niet je vrienden!’

Burenhulp is goed, maar laat het daarbij
Gepubliceerd 28 april 2026
Meester Frank Visser
Beeld Meester Frank Visser

U als lezer kent mij waarschijnlijk het beste van mijn televisie-optredens bij De Rijdende Rechter en daarna Mr. Frank Visser doet uitspraak. Dit jaar vier ik mijn dertigjarig jubileum als televisierechter. Hoewel ik in die hoedanigheid allerlei soorten zaken heb behandeld, zijn vooral de buren-ruzies in het collectieve geheugen van televisiekijkend Nederland gegrift. Want daar beginnen de mensen altijd over, als ze een praatje met me aanknopen.

Televisiepersoonlijkheid mr. Frank Visser (72) geeft elke maand een kijkje in de keuken van de rechtspraak.

Nou vragen mensen zich soms af of ik het zelf goed kan vinden met mijn buren. Natuurlijk is er in mijn volwassen leven op dat gebied weleens iets naars voorgevallen, maar dat is menselijk. Het is uiteraard niet de bedoeling dat je dat laat escaleren. In gesprek blijven is belangrijk en vooral: niet zwelgen in je eigen gelijk. Blijf vriendelijk in de omgang en zeg altijd gedag. Natuurlijk help je elkaar met de gebruikelijke dingen, zoals plantjes water geven of de kat voeren als de buren op vakantie zijn. Burenhulp heet dat en dat is goed. Alleen moet je het daarbij laten. Buren zijn niet je vrienden.

Burenhulp wordt helaas niet door iedereen altijd op waarde geschat. Zo vond ik laatst een fietssleuteltje tijdens het uitlaten van de hond. Ik nam dat sleuteltje mee naar huis, maakte er een foto van en zette die op de buurt-Whatsapp. Al snel meldde zich een buurman van iets verderop, die het sleuteltje herkende. Ik beloofde het die avond bij hem door de brievenbus te gooien.

Die avond, het liep tegen tienen, maakte ik mijn laatste rondje met de hond. Bij het huis van de sleutelman aangekomen, zag ik dat nergens lichten brandden. Ik begaf mij over het donkere toegangspad naar de brievenbus en gooide de sleutel erdoorheen. Dat wil zeggen, mijn eigen huissleutel in plaats van de fietssleutel. Het duurde even totdat ik tot het besef kwam dat ik nu mijn eigen huis niet meer in kon. Wat nu? Ik besprak het voorval met een voorbijganger. Hij opperde aan te bellen. Dat hoefde echter niet, want boven mij ging een slaapkamerraam open. Een slaperig hoofd stak naar buiten en een barse stem informeerde wat er aan de hand was. Hij was wakker geworden van de conversatie onder zijn raam.

“Ik wilde uw fietssleutel terugbrengen, maar heb per abuis mijn huissleutel bij u naar binnen gegooid”, meldde ik. “Dat is niet handig.” klonk het kortaf. Het raam ging dicht en ik hoorde hoe iemand de trap afkwam. De buitenlamp ging aan. Een hand stak van binnenuit door de brievenbus, met daarin mijn sleutel. Ik stopte de fietssleutel daar op mijn beurt in, waarna de brievenbus zich sloot. Er werd geen woord tussen ons gewisseld. Een bedankje kon er niet van af.

De lamp ging uit. In het donker strompelde ik het pad af.