Drie maanden oud ben ik en voor de foto lig ik met opgetrokken beentjes op een tafel bedekt met een geborduurd kleedje. Mijn rechterarm is gestrekt en mijn hand reikt net over de tafelrand. Ik draag een gehaakt jurkje met gekleurde biesbanden. Dat neem ik aan, want de foto is zwart-wit met gekartelde randjes.
Noraly Beyer is oud-nieuwslezeres schrijft en treedt op. In deze column schrijft ze over de dood van haar geliefde Joost Prinsen.
Met pen en inkt heeft mijn moeder in sierlijk schoolhandschrift het verhaal van dat moment vereeuwigd. ‘Wat kijkt Noraly toch zuur. Dat deed de zon, hoor. Onze Norry had toen geen zin.’ Inderdaad kijk ik een beetje nors naar de camera. In mijn moeders fantasie scheen de zon misschien te fel, maar als ik goed kijk, zijn mijn ogen wijd open. Natuurlijk kan ik me helemaal niks herinneren van dezefotoshoot. Daarom ben ik zeer geïnteresseerd in alle details van het babyboek dat mijn moeder in mijn eerste levensjaar bijhield. Bijvoorbeeld dat Dr. G.H. Maal en zuster Willy Glans de Capadose eerste hulp bij de geboorte verleenden. Wat ze niet opschreef, maar later vaak vertelde was dat ik bijna in een emmer was gevallen en dat dokter Maal net op tijd was om mij op te vangen. Op een van de andere foto’s ben ik 7 maanden en lig ik op mijn buik op een rotanbank.
Ik ben groot en dik, schrijft mijn moeder. Maar dit keer houd ik mijn hoofd recht omhoog en lach naar de camera. Uit alle foto’s en bijschriften spreekt trots en vertedering van een moeder voor haar kind. Moederdag was toen deze foto’s gemaakt werden, al een nationale feestdag in de Verenigde Staten. Nederland en veel andere landen volgden later, ook al maakten ze er geen officiële vrije dag van. In mijn jeugd op Curaçao was er geen aandacht voor Moederdag. Toen ik zelf een kind kreeg, waren de tijden veranderd. Mijn zoon was 5 toen hij me ’s ochtends op Moederdag een tekening van een bloem gaf die hij op school had gemaakt met een versje erbij dat ik zijn liefste mama ben. In de namiddag was hij plotseling verdwenen.
Na uren van angstig zoeken vond ik hem bij mensen verderop in de straat. Ik had hun huis achter een bosschage nooit opgemerkt. Daar had hij leeftijdgenootjes gevonden die hem hadden opgenomen als het verloren broertje. Sindsdien wordt dit verhaal op elke Moederdag opnieuw verteld, steeds verder aangedikt. En de geschiedenis herhaalde zich toen ik grootmoeder was geworden. Op Moederdag had mijn kleinzoon van 5 een bloem getekend ‘voor zijn liefste oma’.
Verschil met vroeger is dat ik hem die dag niet uit het oog verloor. Nog steeds doe ik dat niet. Misschien is dat wel de eeuwenoude betekenis van Moederdag. Dat liefde van moeder naar kind en omgekeerd niet vergaat. Op Moederdag strekt dit gevoel zich ook uit naar alle vrouwen met hun aandacht en zorg voor anderen die ze met liefde omarmen.