‘Toen ik vorig jaar in Japan was, heb ik staan griezelen bij de gegrilde musjes’

Auteur: |
Gepubliceerd 4 augustus 2026
Daphne Deckers
Beeld Plus Magazine

Ik zat laatst op een Amsterdams terras naast een Amerikaans koppel en dan weet je dat er een praatje gemaakt gaat worden. Amerikaanse toeristen zijn vaak gezellige mensen die je graag willen vertellen wat ze van alles vinden: het wc-papier is hier minder zacht, de trappen in de huizen zijn zo steil en waarom loopt hier niemand met zo’n grote drinkbeker van 1.5 liter?

Daphne Deckers, schrijfster, actrice en presentatrice doet verslag van haar drukke leven.

Tegenwoordig beginnen ze eerst met een disclaimer (“Wij hebben niet op Trump gestemd!”) omdat ze waarschijnlijk hebben gemerkt dat dit beter is voor de sfeer. Ook deze Amerikanen ­waren erg aardig. Ze hadden genoten van ­Nederland; van de grachten, de bloemen, de veiligheid, de gezelligheid, het Anne Frank Huis, de Keukenhof – ze hadden alles afgevinkt. Maar één ding hadden ze niet geprobeerd: onze ­haring. Dat gepekelde ding, met die staart, en dan ook nog rauwe uien erbij… Nee, daar waren ze maar niet aan begonnen. Dus ik zei: “Het is eigenlijk gewoon sashimi, zo moet je het zien.” Maar op een of andere manier zien toeristen onze haring níet zoals de Japanse sushi of sashimi, maar als een heel andere, rare buitencategorie. 

Maar ja, toen ik vorig jaar in Japan was, heb ik op mijn beurt staan griezelen bij de gegrilde musjes die je daar op stokjes kunt krijgen. En wat dacht je van gekookte oogballen van tonijn? Die zijn daar een delicatesse, maar ik moet er niet aan dénken. Is het niet wonderlijk hoe je voedsel kunt verafschuwen wanneer je er niet mee opgegroeid bent? In grote delen van de wereld eten mensen gepofte of gebakken mieren. In Peru eten ze ­geroosterde cavia’s. In Canada staat er elandhart op het menu, gevuld met knoflook en uien. De Australiërs hebben krokodilspiesjes op de BBQ en in Noorwegen krijg je de zondag voor kerst een halve schapenkop op je bord. Dan hebben we nog gebakken stierenballen in Spaanstalige landen, slangensoep in China en gefrituurde spinnen in Cambodja. Het is blijkbaar net waar je aan gewend bent. Want ik mag dan griezelen van musjes op een stokje, maar hoeveel anders is dat eigenlijk dan patrijs, duif of eend? Ik denk trouwens wel dat het een goed idee is om meer insecten te gaan eten. Dat wordt over de wereld al volop gedaan en is veel beter voor het milieu en de opwarming van de aarde. Sprinkhanen heb ik weleens gegeten, die smaken nagenoeg hetzelfde als garnalen. 

Maar al die wormen, kevers, plantluizen en larven die ze elders eten? Daar moet wat mij betreft de zeespiegel nog een béétje voor stijgen. Ik vroeg de Amerikanen naast me of zij van de Europese keuken hadden genoten. “Zeker”, zeiden ze, maar er was wel één minpuntje: “Je krijgt hier nergens ranch dressing bij.”

Bron Plus Magazine