Een groothandel in cosmetica leverde geregeld parfumerie-artikelen aan Sonja. Zij stond als eenmanszaak ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en verkocht vanuit huis via internet. Ene Willem deed namens Sonja regelmatig bestellingen en haalde ze dan af bij de groothandel.
Televisiepersoonlijkheid mr. Frank Visser (72) geeft elke maand een kijkje in de keuken van de rechtspraak.
De facturen van alle bestellingen, gesteld ten name van Sonja, werden meestal op tijd betaald, maar de laatste factuur bleef liggen. Aanmaningen werden niet beantwoord. Sonja liet zich kort daarna uitschrijven bij de Kamer van Koophandel. Ze bleef gelukkig wel op haar thuisadres bereikbaar, waar zij vanwege deze schuld werd gedagvaard om voor de kantonrechter te verschijnen. Het ging om een bedrag van ongeveer €3000. De groothandel vorderde betaling van dat bedrag, verhoogd met de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten.Voor de leek misschien een uitgemaakte zaak. Maar juridisch waren er haken en ogen. Want Sonja beweerde dat zij die laatste bestelling zelf niet had gedaan, of had laten doen.
Zij kende genoemde Willem weliswaar goed, maar van deze laatste bestelling wist zij niets af. Voor de betaling verwees zij naar Willem. Nu is Sonja in beginsel niet aansprakelijk voor een bestelling die zonder haar toestemming is gedaan. En dat zij Willem daartoe deze keer had gemachtigd, kon niet worden bewezen. Maar zo makkelijk kwam Sonja er niet mee weg. Want als door verklaringen of gedrag van Sonja de schijn was gewekt dat Willem ook deze keer namens haar mocht bestellen, dan mocht zij op de onjuistheid van deze veronderstelling geen beroep doen. Dat staat te lezen in artikel 3:61 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. Helaas voor de groothandel had Sonja voor wat betreft de laatste bestelling niets verklaard en niets gedaan.
Sonja moest dus betalen.
Willem had volgens haar geheel op eigen houtje gehandeld. De groothandel kon daarvan het tegendeel niet bewijzen.Toch was volgens vaste rechtspraak Sonja aansprakelijk. Namelijk omdat de groothandel gerechtvaardigd was afgegaan op omstandigheden en feiten die voor haar risico kwamen en waaruit de schijn van haar toestemming kon worden afgeleid. Daarvan kon ook sprake zijn in geval van nietsdoen, waaronder het laten voortbestaan van een bepaalde situatie. Dat laatste was hier volgens de rechter het geval.Om te beginnen waren de facturen van bestellingen die Willem deed namens Sonja altijd zonder protest door haar betaald.
Sonja had de groothandel helemaal niet laten weten dat zij haar zaak ging opdoeken en dat Willem niets meer op haar naam mocht bestellen. De groothandel mocht dus redelijkerwijs aannemen dat Willem ook deze keer namens Sonja mocht bestellen. Dat Sonja niet had gereageerd op de aanmaningen hielp natuurlijk ook niet. Dat is merkwaardig als je wordt aangesproken op een bestelling waarvan je niets afweet. Sonja moest dus betalen.