In de week dat ik mijn 80ste verjaardag vierde, stierf mijn ex-man, de vader van mijn kinderen. Toen het einde naderde, wilde hij zijn drie kinderen en drie kleinkinderen zien. Vier van hen moesten van ver komen. Hij sloeg zijn ogen open toen ze naast zijn bed stonden en zijn naam riepen.
Noraly Beyer is oud-nieuwslezeres schrijft en treedt op. In deze column schrijft ze over de dood van haar geliefde Joost Prinsen.
Hij keek naar hen en liet zich omhelzen. Eerst zei hij alleen maar ja of nee. Maar er waren ook momenten dat hij goed van geest was. Hij wist dat ik jarig zou worden en hij wilde graag op het feest komen.
Dat hij vooruitkeek, zagen wij als een teken van levenslust. En zowaar, diezelfde dag veerde hij op en werd hij ontkoppeld van de buisjes die hem zuurstof en voedsel gaven. Twee dagen later zakte hij weer in. Kleindochter Nina van 11 gaf hem te eten, hapje voor hapje. “Hier opa”, zei ze, terwijl ze de lepel vlak bij zijn mond hield. Mia, de andere kleindochter van 5 leunde tegen het bed en hield zijn hand vast. Haar moeder, Kim, zei steeds hoeveel ze van haar vader hield. Dan leefde hij op en antwoordde dat hij trots was op zo’n mooie, lieve dochter. Met haar broer en zus luisterde ze naar de uiteenzetting van dokters en verpleegkundigen over het ziekteverloop. Er werd niet gesproken over hoop op beterschap. Wel over comfort. Dat is wat ze hem en ons wilden geven. Zo comfortabel mogelijk het leven gedag zeggen.
Dat is gelukt. Kim was erbij toen hij zijn laatste adem uitblies. Mia speelde op de gang en zag haar moeder in tranen. “Opa is er niet meer”, zei Kim. “Hij is naar de hemel.”
“Hoe gaat hij daarnaartoe?” vroeg Mia. “Komen de feeën hem halen?”
“Feeën zijn te zwak om hem te dragen”, antwoordde Kim. “De engelen zullen komen. Zij hebben grote en sterkere vleugels.”
“Oh oké”, zei Mia, en veegde haar tranen weg. Een week later werd haar opa begraven. Kim wilde niet dat Mia hem in de kist zou zien liggen. Maar het kind bleef het vragen tot de moeder overstag ging. Mia kon net over de rand van de kist kijken. Ze zei niets. Ze keek alleen. Wij zeiden dat hij er mooi en goed bij lag. Zo mooi hadden wij hem zelfs niet eerder gezien. De kist ging dicht en Mia hielp mee om de bloemen te schikken op het deksel. Daarna ging ze naar het voeteneind van de kist. Ze sloeg haar armen erom-heen en legde haar hoofd op het hout.
Bij de uitvaartdienst sloot haar nichtje Nina de rij sprekers af. “Hi opa,” zei ze, “je bent de eerste dode in mijn leven die zo dicht bij mij staat. Ik mis je. Ik wil dat je terugkomt. Ik wil de tijd terugdraaien en je een knuffel geven.”