Uiteraard laat je je auto regelmatig onderhouden bij een betrouwbare garage. En we raden je zeker niet aan om voor monteur te spelen. Maar er is wel een aantal zaken dat je zelf kunt checken en goed bijhouden.
Voordat we vertellen wat je zelf kunt doen om je auto te helpen fit blijven, breken we even een lans voor de garagisten van ons land. Want hoe handig je ook bent, een moderne auto zit vol techniek, software en elektronica. Het onderhoud hiervan kanalleen worden uitgevoerd met de juiste apparatuur, gereedschappen en kennis. Bij de dealer of lokalegarage dus. Ook al omdat de garantie meestal vervalt als er niet volgens fabrieksinstructies wordt gewerkt.
Onderschat nooit het onderhoud
Die garantie kan trouwens ook vervallen wanneer je je niet aan de onderhoudsintervallen houdt. Maar dat is nog niet het ergste: je loopt dan meer risico op pech. Ook al rijdt het autootje nog zo lekker, onderhuids gebeurt er een hoop. Stel je het onderhoud uit, dan is de kans groter dat je ineens zomaar stilstaat. Vaak met hogere kosten als resultaat, bijvoorbeeld omdat een slijtagedeel schade aanricht aan andere onderdelen. Neem de distributieriem. Afhankelijk van de auto moet die meestal ergens tussen de 60.000 en 180.000 kilometer worden vervangen.De kosten hiervan lopen uiteen van een paar honderd euro voor een kleine motor tot (ver) over de €1000 voor complexere krachtbronnen.
Serieus geld, maar wacht je te lang en breekt de riem, dan bestaat er een grote kans dat de zuigers de kleppen vernielen. Een technisch verhaal dat, vrij vertaald, betekent dat de motor in de soep loopt. En die rekening wil je liever niet ontvangen.Het is maar één voorbeeld om duidelijk te maken dat het volgen van het onderhoudsschema belangrijk is. Hoe oud de auto ook is. Sterker: hoe ouder, hoe belangrijker het onderhoud. En het komt met een bonus, want een ingevuld en afgestempeld onderhoudsboekje verhoogt de waarde van de auto bij verkoop of inruil.
5x dit kun je zelf doenOm te beginnen een tip: maak vooral gebruik van het onderhouds- en instructieboekje. Hierin staat wat je zelf kunt doen, waar je moet zijn onder de motorkap en wat er aan materiaal nodig is. Denk bijvoorbeeld aan voorgeschreven olie of de juiste bandenspanning. Lampjes vervangen is er niet vaak meer bij met alle led en xenon-lichtinstallaties. Die zijn vaak alleen door een professional te vervangen. Heb je nog ouderwetse lampjes, dan vind je in het boekje welke dat zijn. Geen boekje meer? Vraag ernaar bij de merkdealer of zoek er online eentje. 1. Controleer regelmatig de olieMotorolie smeert alle bewegende onderdelen in de motor en voorkomt daardoor vastlopers en schade. Controleer het peil minimaal een keer per maand. In het onderhoudsboekje staat hoe je motorolie peilt (met warme of koude motor), maar ook welke olie wordt geadviseerd. Vooral de dikte van de olie (de viscositeit) is belangrijk. Dit wordt aangegeven zoals 10W-40 of 20W-50. Koop je een ander merk dan voorgeschreven, dan is de juiste viscositeit het belangrijkste. Controleer ook of de fabrikant minerale, half- of volsynthetische olie voorschrijft. Online is dit eenvoudig te vinden: veel olieverkopers geven advies op basis van het kenteken. Te weinig olie is niet goed, te veel olie ook niet. Overschrijd het maximumpeil dus niet. 2. Houd de bandenspanning op peilDe juiste bandenspanning is niet alleen prettig voor het rijgedrag, maar ook belangrijk voor de veiligheid. Te zachte banden hebben minder grip, verwerken water minder goed en verhogen de slijtage, met mogelijk een lekke of zelfs klapband tot gevolg. Volgens de ANWB kan een verkeerde bandenspanning het verbruik bovendien met 2 tot 5 procent verhogen. Controleer bandenspanning daarom elke maand. Doe dit als de banden koud zijn en gebruik de aangegeven waarden. Ook die vind je in het boekje en vaak op een sticker bij het bestuurdersportier of de benzineklep. Meestal wordt onderscheid gemaakt tussen rijden met twee of vier personen, en met of zonder lading. 3. Check hoe fit de banden zijnOok bij goed bijgehouden bandenspanning ontkomen banden niet aan slijtage. Afhankelijk van kwaliteit, rijstijl en bandenspanning kan een band volgens de ANWB zo’n 40.000 kilometer mee. Of het profiel nog goed is, kun je meten met een zogenaamde profielmeter. Die zijn voor een paar euro te koop. Wettelijk gezien is een profiel van 1,6 mm de ondergrens. Het advies is om te vervangen bij 2 mm (winterbanden 4 mm. In Oostenrijk is dat zelfs de verplichte ondergrens voor winterbanden). Daaronder nemen grip en waterverwerking snel af en kun je eerder in een slip raken. Heb je geen profielmeter? Twee tips van de ANWB:
Steek bij zomerbanden een eeneuromunt in het profiel. Voor winterbanden gebruik je een twee-euro-munt. De band is versleten wanneer een stukje van de dikke buitenrand van het muntstuk boven de groef uitkomt. Controleer bovendien de leeftijd van een band. Op elke band staat de zogenaamde DOT-code: een ovaaltje met daarin vier cijfers, bijvoorbeeld 2601. De eerste twee cijfers duiden het jaartal van productie aan, de laatste twee de productiemaand. Vervang banden sowieso na acht tot tien jaar, ook al is het profiel voldoende. Bij scheurtjes, uitgedroogd rubber, bultjes of uitstulpingen is snelle vervanging noodzakelijk. 4. Vergeet niet de vloeistoffen te checkenNaast de olie zijn er meer vloeistoffen die aandacht nodig hebben: koelvloeistof, remvloeistof en ruitenwisservloeistof. De eerste twee vloeistoffen kun je op niveau controleren door op het reservoir te kijken (zie instructieboekje voor de locatie). Daar staat een minimaal en maximaal niveau op aangegeven. Het is aan te raden dit alleen visueel te controleren en bij een afwijking naar de garage te gaan. Koelvloeistof kan heel erg heet worden, remvloeistof is agressief spul. Laat dit aan de professional over. Deze controleert beide vloeistoffen bovendien tijdens de onderhoudsbeurten.Ruitenwisservloeistof is vaak niet op niveau te controleren, maar dit is eenvoudig bij te vullen (gebruik hierbij een trechter) totdat het aan de rand van het reservoir staat. Vul in de koude seizoenen bij met vloeistof die tegen vorst kan. 5. Koester de accuProblemen met de accu veroorzaken volgens de wegenwacht van de ANWB de meeste pech. Vooral in de winter. De accu is te controleren, maar dat vraagt net iets meer technische kennis omdat je dit doet met een multimeter. De kenner weet hoe die moet worden gebruikt. Heb je die kennis niet, dan is het een zaak van goed opletten. Start de motor moeizamer of gaan binnenverlichting of koplampen ineens zwakker schijnen tijdens het starten, dan is een controle aan te raden om problemen te voorkomen. Veel korte (boodschappen)ritjes vormen een aanslag op de accu. Maak daarom geregeld een langere rit van minimaal dertig minuten, om de accu goed op te laden. Check op corrosie op de accupolen. Een accupool is het metalen deel waarop een accukabel wordt aangesloten. De pluspool is rood, de minpool is zwart. Corrosie op die polen verzwakt de accukracht. En hoe zit het met een elektrische auto?Een elektrische auto is vaak goedkoper en simpeler in onderhoud omdat er weinig bewegende onderdelen zijn. Toch heeft ook de stekkerauto een normale accu naast het grote batterijpakket, is ook hier ruiten-sproeiervloeistof nodig en willen de banden de juiste spanning hebben. Maar daarmee is dit doe-het-zelf-lijstje zo’n beetje gevuld. |