Slachtoffers van bankhelpdeskfraude zullen minder snel zelf voor de schade hoeven op te draaien. Zij kunnen eerder compensatie krijgen van hun bank als ze ongewild in de val van oplichters zijn getrapt.
Dat is het gevolg van een uitspraak van de Commissie van Beroep van het Kifid. In een recente zaak moet de bank de volledige schade voor zijn rekening nemen. Eerder had de Geschillencommissie van het Kifid geoordeeld dat bank én consument ieder voor een deel van de schade moesten opdraaien, omdat de consument haar veiligheidscodes aan de oplichters had doorgegeven.
Doorslaggevend voor het oordeel van de Commissie van Beroep is de vraag of het slachtoffer zich bewust is van het feit dat hij wordt opgelicht. Het kenmerk van bankhelpdeskfraude is dat consumenten worden gebeld door oplichters die zich voordoen als medewerkers van de bank. Vaak gaat dit zo geraffineerd dat het slachtoffer niets doorheeft. Hij denkt met échte bankmedewerkers te spreken. In dat geval valt de consument weinig tot niets te verwijten als hij vertrouwelijke gegevens aan de oplichters geeft. In juridische termen is de consument op dat moment niet ‘grof nalatig’ geweest, ook al heeft hij zich niet aan de veiligheidsvoorschriften van de bank gehouden.
Telefoontje
In de zaak van dit oordeel heeft de consument, met een bankrekening bij bunq, een phishing mail ontvangen die van haar bank lijkt te komen. In de mail vragen oplichters ‘de validatie van haar bankrekening af te ronden’ vanwege klantveiligheid. De consument heeft op de link in de e-mail geklikt en haar bankgegevens ingevuld. Diezelfde avond krijgt ze een telefoontje van iemand die zich voordoet als bankmedewerker. Hij weet haar over te halen haar 6-cijferige beveiligingscode door te geven. De oplichter kan zijn eigen apparaat koppelen aan de bankrekening van het slachtoffer en hij zet de spaarrekening van het slachtoffer om naar een betaalrekening. Hij vraagt een virtuele creditcard aan, verhoogt de dagelijkse limiet en maakt binnen een uur ruim vijftigduizend euro over naar een cryptoplatform en een Spaanse bankrekening.
Al snel ziet de consument dat er geld van haar rekening is afgeschreven. Zij probeert haar beveiligingscode te wijzigen om betalingen tegen te houden. Dit is zonder resultaat. Ze zoekt contact met de bank en geeft alle relevante informatie. De bank blokkeert diezelfde nacht de rekening en begint een fraudeonderzoek.
De volgende dag beëindigt de bank de rekening vanwege ongebruikelijke activiteiten. De consument heeft aangifte gedaan van fraude en vindt dat de bank de schade volledig moet vergoeden. Die zaak komt bij de Geschillencommissie terecht. De Geschillencommissie beslist dat de bank zo’n 35.000 euro van de ruim 50.000 euro moest vergoeden. De bank is in beroep gegaan tegen dit oordeel.
Grof nalatig
Het gaat bij de beoordeling van deze zaak om zogeheten ‘niet-toegestane betalingen’. De oplichter heeft de betaling gedaan vanaf de rekening van het slachtoffer met gebruik van de afgetroggelde veiligheidscode. Dat is een niet-toegestane betaling. Volgens de wet moet de bank bij een niet-toegestane betaling de schade onmiddellijk vergoeden, tenzij de consument fraude heeft gepleegd, of opzettelijk of met grove nalatigheid de veiligheidsregels heeft genegeerd.
De Commissie van Beroep heeft heel zorgvuldig gekeken wat de wet bedoelt met ‘grof nalatig’. De Commissie vindt dat er meer nodig is dan onoplettendheid of gewone verwijtbaarheid. Er is pas sprake van ‘grove nalatigheid’ als de consument beseft dat hij slachtoffer dreigt te worden en toch blijft luisteren naar de oplichters. Het maakt daarbij niet uit dat de bank regelmatig algemene waarschuwingen tegen bankhelpdeskfraude naar klanten heeft gestuurd,
Het komt erop neer dat een gedupeerde klant niet snel ‘grof nalatig’ zal zijn bij bankhelpdeskfraude. Het gevolg daarvan is dat de bank in veel gevallen de volledige schade van bankhelpdeskfraude moet terugbetalen aan de gedupeerde klant.