Autorijden met een medisch hulpmiddel: wanneer mag het wel en wanneer niet?

Gebruik je een medisch hulpmiddel? Let dan ook op de verkeersveiligheid
Gepubliceerd 2 augustus 2026
vrouw 50-plus rijdt auto
Beeld Getty Images

Steeds meer mensen gebruiken een medisch hulpmiddel, zoals een TENS-apparaat, insulinepomp of neurostimulator. Maar mag je daarmee eigenlijk gewoon autorijden? Meestal wel, al zijn er belangrijke uitzonderingen. Dit moet je weten voordat je achter het stuur stapt.

Waarom kan een medisch hulpmiddel gevaarlijk zijn?

Een medisch hulpmiddel hoeft niet altijd een probleem te zijn. Vaak is namelijk niet het hulpmiddel zelf de grootste risicofactor, maar de klachten of medicijnen die ermee samenhangen. Toch kunnen sommige hulpmiddelen invloed hebben op de verkeersveiligheid. Bijvoorbeeld doordat:

  • je onverwacht een spier aanspant of beweegt;
  • je schrikt van een plotselinge stimulatie;
  • je wordt afgeleid door het apparaat;
  • het hulpmiddel samen met medicijnen sufheid of duizeligheid veroorzaakt.

Met welke medische hulpmiddelen moet je extra opletten?

Neurostimulator (ruggenmergstimulator)

Een neurostimulator wordt gebruikt bij ernstige chronische pijn. Hierbij worden via elektrische impulsen – via een kastje onder de huid – pijnsignalen beïnvloed. Veel ziekenhuizen adviseren om de stimulatie tijdens het autorijden uit te zetten, omdat je door veranderingen in de stimulatie onverwacht kunt bewegen of schrikken.

TENS-apparaat

Een TENS-apparaat (Transcutane Elektrische Neuro Stimulatie) geeft via elektroden op de huid kleine elektrische impulsen af. Het wordt veel gebruikt bij chronische pijn, zenuwpijn of artrose.

Er bestaat geen wettelijk verbod om met een TENS-apparaat auto te rijden. Wel adviseren veel pijncentra en fabrikanten om het apparaat tijdens het rijden uit te zetten. Net als bij de neurostimulator, kunnen de elektrische prikkels je afleiden of onverwachte spierbewegingen veroorzaken. Hierdoor heb je minder controle over het stuur.

Gebruik je een TENS-apparaat? Bespreek dan met je behandelaar of het in jouw situatie veilig is om ermee te rijden. Twijfel je, zet het apparaat dan uit voordat je vertrekt.

Insulinepomp

Met een insulinepomp mag je in principe gewoon autorijden. Wel is het belangrijk om vóór vertrek je bloedsuiker te controleren. Een hypo kan leiden tot trillen, verwardheid of bewustzijnsverlies en vormt een veel groter risico dan de pomp zelf.

Pijnpomp of infuuspomp

Gebruik je een pijnpomp of krijg je medicijnen toegediend via een infuuspomp? Dan hangt het af van de medicatie. Sterke pijnstillers, zoals morfine, kunnen je reactievermogen verminderen. Vraag daarom altijd aan je arts of apotheker of autorijden verantwoord is.

Met welke hulpmiddelen kun je meestal wél autorijden?

Veel medische hulpmiddelen hebben geen invloed op je rijvaardigheid. Denk bijvoorbeeld aan: 

  • een pacemaker; 
  • een gehoorapparaat; 
  • een cochleair implantaat; 
  • een stoma; 
  • een kunstheup of -knie (zodra je voldoende bent hersteld om weer veilig auto te rijden); 
  • een CPAP-apparaat tegen slaapapneu, omdat je dit alleen gebruikt tijdens het slapen.

Wel blijft het belangrijk dat je je fit voelt en voldoende kunt zien, bewegen en reageren.

Wanneer moet je het CBR informeren?

Het CBR kijkt in principe niet naar het hulpmiddel zelf, maar naar de aandoening die je hebt. Sommige aandoeningen kunnen invloed hebben op je rijgeschiktheid, zoals epilepsie, diabetes, een neurologische aandoening of ernstige hartproblemen. Heb je zo’n aandoening? Dan kan het zijn dat je een gezondheidsverklaring moet invullen of een medische keuring moet ondergaan. Ook kan het CBR voorwaarden stellen aan je rijbewijs.

Twijfel je of jouw situatie gevolgen heeft voor je rijbewijs? Vraag het aan je specialist of kijk op de website van het CBR.

Veilig de weg op: 5 tips

  1. Lees de gebruiksaanwijzing van je medische hulpmiddel goed door. 
  2. Vraag je arts of verpleegkundige of autorijden veilig is in jouw situatie. 
  3. Let ook op de invloed van medicijnen op je reactievermogen. 
  4. Stap alleen achter het stuur als je je fit voelt. 
  5. Krijg je tijdens het rijden klachten, stop dan op een veilige plek.
Bron Erasmus MC