De elektrische auto: de opmars van China

Riante actieradius, de modernste batterijen, superveilig, wat wil je nog meer?
Auteur: |
Gepubliceerd 25 augustus 2026
Dongfeng
Beeld Getty Images

Door de hoge brandstofprijzen, stijgt de verkoop van elektrische auto’s. Dat snapt de Chinese auto-industrie heel goed. Denk je al na over de aanschaf van een BYD, Dongfeng, Xpeng, Omoda, Nio, Zeekr of Jaecoo?

De Landwind, een exacte kopie van de Opel Frontera, was in 2005 een van de eerste Chinese auto’s op Nederlandse bodem. Het werd een kort verblijf, want in een Europese crashtest bleek het model levensgevaarlijk. Tot de jaren 20 bleef het vervolgens stil. Maar waar de Chinese auto ooit een lachertje was, blijkt het nu een serieuze concurrent voor de Europese markt. De Landwind van 2005 was alleen met een benzine- of dieselmotor leverbaar. De eerste kwam van Opel, de andere van het Japanse Isuzu. Het was achteraf bezien nogal symbolisch. Carrosserie onvoldoende, motoren niet uit China zelf. Alsof de auto-industrie in China zich toentertijd achter de oren krabde en besloot dat de strijd om de brandstofauto onmogelijk was te winnen. Europa, Japan en de Verenigde Staten hadden een te grote voorsprong.

Alternatief: elektrische aandrijving

Terwijl het westen nog volop bezig was met de doorontwikkeling van brandstofmotoren, begon China aan de elektrische auto. Dat blijkt nu een goede keuze te zijn geweest. Het land heeft alle grondstoffen – bijvoorbeeld voor accu’s – in overvloed in eigen grond, en kan daardoor goedkoper produceren. Staatssubsidies, deels om de werkgelegenheid te stimuleren, deels om de vervuiling in de steden tegen te gaan, maken de elektrische auto’s nog goedkoper. Dat wordt in Europa als oneerlijk ervaren, maar we moeten het ermee doen. Zelfs importheffingen houden de lagere prijzen niet tegen.

De wind in de rug

De Chinese auto heeft twintig jaar na het Landwind-debacle de wind dan ook behoorlijk in de rug op de Europese en dus Nederlandse markt. Juist de Nederlandse markt. Ons land heeft de hoogste laadpaaldichtheid van Europa (we hebben er 210.000, Duitsland en Frankrijk samen 380.000) en staat bovendien bekend als ‘proeftuin’. Lukt het hier om een auto te verkopen, dan volgt de rest van Europa vaak ook. Hoge brandstofprijzen en al die laadpalen zorgen ervoor dat er bijvoorbeeld in mei 2026 twaalfduizend elektrische auto’s werden verkocht, dat is een marktaandeel van 41,3 procent in die maand. Benzine moet het doen met 6,9 procent marktaandeel. De pure brandstofmotor is langzaam in de vergetelheid aan het raken.

Xpeng

Toch (nog) lage verkoopcijfers

De verkochte merken zijn vooral Zuid-Koreaans, Japans en Europees. Ondanks dat de Europese elektrische auto best duur is, onder andere omdat vrijwel alle grondstoffen moeten worden geïmporteerd. Dus hoe zit het nu met de Chinese elektrische auto? Het lijkt, zelfs in ‘proeftuin’ Nederland, nog niet  echt storm te lopen. Voorlopig kijkt men de kat uit de boom. De BOVAG/RAI-cijfers bevestigen dat: op de verkoopranglijst van januari tot april 2026 staat het eerste Chinese merk, BYD, op de 18de plek.

Tweede Chinese merk is Jaecoo op 25, derde MG op 27. Hoewel: op plaats 8 staat Volvo. Van MG en Volvo denken nog veel mensen dat het Europese merken zijn, maar niks is minder waar. Beide merken zijn in handen van Chinese fabrikanten, maar ‘voelen’ nog steeds Europees. Ze worden hier ook nog altijd (deels) ontworpen en gefabriceerd.

Voorsprong in batterijtechniek

Dat China vroeg heeft ingezet op elektrische aandrijving geeft ze een flinke voorsprong. De meeste modellen beschikken over een riante actieradius, en dat is de eigenschap waarop elektrische auto’s nu eenmaal het meest worden beoordeeld. Maar ‘range anxiety’ (de angst om stil te komen staan) is steeds minder doorslaggevend. Actieradiussen groeien snel, want de batterijen maken een snelle ontwikkeling door. Verder rijden en sneller opladen verhoogt de praktische inzetbaarheid van een elektrische auto. Die batterijfabrikanten zitten overigens vrijwel allemaal ook in China. Waarmee de eigen auto-industrie een groot voordeel heeft.

Gadgets en piepjes

In China houden ze van gadgets. Dat blijft niet onopgemerkt, want heel veel consumentenelektronica komt uit het land. Wat op zijn beurt weer terug te zien is in de Chinese auto’s. Steeds meer fysieke knopjes verdwijnen achter een touchscreen. Een trend die in Europa overigens aan het keren is: het knopje keert terug. Ook in de Chinese auto voor de Europese markt. Waarmee eens te meer wordt aangegeven dat er goed wordt geluisterd naar de exportmarkten. En dat er snel op vragen en trends ingespeeld kan worden. Wat een krachtige pre is.Wel speelt mee dat Chinese autofabrikanten alle gadgets ook inzetten voor veiliger autorijden. Om te kunnen voldoen aan de

Europese veiligheidseisen zijn allerlei systemen aan boord verplicht, maar China gaat vaak nog een stap verder. Europese auto’s hebben deze systemen ook, maar ze lijken iets minder zenuwachtig makende piepjes te produceren. Bovendien heb je vaker de mogelijkheid om alle systemen met één druk op de knop uit te zetten, waar je in een Chinese auto vaak door vele lagen van de software moet en niet per se alles uitzet. Vooral de camera die in de gaten houdt of je niet vermoeid bent of afgeleid, laat zich lang niet altijd temmen.

Is Big China watching you?

Al die systemen werken met camera’s en sensoren. Die maken het rijden een stuk veiliger. In het geval van de Chinese auto zijn er echter ook zorgen. We kunnen niet om het politieke regime van dat land heen. Daar wordt de bevolking dagelijks door vele camera’s en software voor gezichtsherkenning in de gaten gehouden. 

Luistert er iemand in China naar wat jij zegt in jouw auto?

De vraag is wat er gebeurt met de beelden en gesprekken die aan boord van auto’s worden opgenomen. In een artikel in Trouw (19 februari 2026) wordt dit vermoeden besproken. Het artikel meldt dat de Duitse inlichtingendienst aangeeft dat de Chinese auto een aanzienlijk risico vormt voor de staatsveiligheid. Het Poolse leger laat Chinese auto’s al niet meer toe tot militaire complexen. Bovendien wordt er geschreven dat auto’s op afstand stilgezet of bestuurd kunnen worden. Of het echt zo is, is nog niet bewezen.

Omoda

Lange garantie

Nog iets wat pas in de toekomst duidelijk zal worden: de levensduur van een Chinese auto. De fabrikanten voldoen, zoals al geschreven, aan Europese normen voor veiligheid (systemen en botsproeven bijvoorbeeld) en steken daar zelfs vaak bovenuit. Maar niemand weet of een BYD, Dongfeng, Xpeng, Omoda, Nio, Zeekr of Jaecoo, om er maar eens een paar te noemen, over vijftien jaar nog rondrijdt. Dat kan alleen de tijd ons leren. Zoals Europese merken zichzelf al hebben bewezen. Dat veel Chinese merken vaak een lange garantie geven, tot wel vijf of zeven jaar, biedt natuurlijk wel extra zekerheid.

Dus wel of geen Chinese auto?

De keuze om een Chinese auto te kopen, is uiteraard persoonlijk. Je kunt ervan uitgaan dat een moderne Chinese auto veilig en comfortabel is, mits je je niet laat afleiden door allerlei piepjes. De prijs is vaak aantrekkelijk, ook omdat je een zeer riante standaarduitrusting krijgt én een goede actieradius. Of de auto jouw gesprek naar China doorstuurt, is de vraag. Maar goed, zolang je geen staatsgeheimen bespreekt, is dit van ondergeschikt belang.

Wat wel van belang is, is dat je rekening moet houden met de toekomst. Is het merk er nog over een aantal jaar? Kun je over vijftien jaar nog onderdelen krijgen? Niemand die dat kan voorspellen. De Chinese merken die we noemden, timmeren aan de weg en hebben een goed dealer- of servicenetwerk (niet alle merken werken met dealers, maar dan wel met servicepunten). Volgens de kenners hebben ze alle kans van slagen. En wil je je eigen geld er niet aan uitgeven, dan is private lease altijd nog een optie.