De meeste huurders ontvangen in april een schriftelijk bericht van hun verhuurder over de jaarlijkse huurverhoging. De huurverhoging gaat dan op 1 juli 2026 in. Hoe groot de huurverhoging is, hangt af in welke sector de woning valt.
Voor een sociale huurwoning (kale huur tot maximaal 932,93 euro per maand) mag de huurverhoging maximaal 4,1 procent zijn als de huur 350 euro of meer per maand is. Bij een lagere huur mag de huurverhoging maximaal 25 euro bedragen.
Huurders kunnen bezwaar maken tegen deze verhoging, bijvoorbeeld omdat de huur tijdelijk verlaagd is vanwege achterstallig onderhoud. Ook als er fouten in het voorstel staan kan de huurder bezwaar maken. Denk aan een verkeerde huurprijs en/of een hoger percentage of bedrag dat wettelijk is toegestaan.
Onderhoudsgebreken zijn op zich geen reden om de huurverhoging te weigeren. Een huurder moet altijd eerst een gebrekenprocedure starten. Daarvoor moet de huurder de gebreken schriftelijk melden bij de verhuurder. Als dat tot niets leidt, volgt de stap naar de Huurcommissie.
Inkomensafhankelijke verhoging
Huurders met een hoger inkomen kunnen een extra inkomensafhankelijke huurverhoging krijgen. Bij een alleenstaande gaat dat om maximaal 50 euro per maand bij een jaarinkomen tussen de 59.504 en 70.149 euro. Bij een hoger inkomen mag de extra huurverhoging honderd euro bedragen.
Een meerpersoonshuishouden kan een extra huurverhoging van 50 euro krijgen bij een jaarinkomen tussen de 68.858 en 93.531 euro. Ook hier mag de verhuurder bij een hoger inkomen een extra huurverhoging van 100 euro voorstellen. Bij deze inkomensafhankelijke huurverhoging kan de huurder bezwaar maken, bijvoorbeeld als het inkomen in 2025 is gedaald of wanneer de woonsituatie is gewijzigd. Bij de standaard huurverhoging van 4,1 procent kan een huurder geen bezwaar maken op grond van inkomen.
Bezwaar maken
Een huurder die het niet eens is met de voorgestelde huurverhoging kan vóór de ingangsdatum bezwaar maken bij de verhuurder. Het gemakkelijkst is de modelbrief bezwaarschrift huurverhoging 2026 van de Huurcommissie gebruiken. Mocht de verhuurder niet ingaan op het ingediende bezwaar en hij wil de huurprijs toch verhogen dan moet de verhuurder naar de Huurcommissie stappen. De verhuurder vraagt dan om het huurverhogingsvoorstel te toetsen. De huurder kan dus niet naar de Huurcommissie stappen.
Middenhuur
Voor woningen in de middenhuursector (kale huur tussen 932,93 en 1.228.07 euro per maand) hangt het af wat er over huurverhoging in het huurcontract staat. Leidt die afspraak tot een hogere huurverhoging dan het maximale percentage, dan geldt het maximale percentage. Dat is dit jaar 6,1 procent. Leidt de afspraak in het huurcontract tot een lagere huurverhoging dan 6,1 procent, dan geldt het lagere bedrag.
De huurprijs mag na verhoging niet boven de maximale huur komen die bij het puntenaantal hoort. Ook woningen met een hogere huur vallen in het middenhuursegment als zij 186 of minder punten volgens het Woningwaarderingsstelsel (WWS) hebben. De sector middenhuurwoningen is nieuw. Het gaat om woningen waarvan het huurcontract na 30 juni 2024 is getekend.
Een huurder in een middenhuurwoning kan schriftelijk bezwaar maken tegen de huurverhoging als hij het er niet mee eens is. De brief moet worden aangetekend. Gaat de verhuurder niet akkoord of reageert hij niet, dan moet de huurder binnen vier maanden de Huurcommissie inschakelen.
Vrije sector
In de vrije sector (huur boven de 1.228,07 euro per maand) is de maximale huurverhoging 4,4 procent. Ook hier geldt dat de verhoging in het huurcontract moet zijn vermeld. Is het percentage in het huurcontract lager dan 4,4 procent, dan geldt dat lagere percentage en niet de 4,4 procent. De huur mag ook maar één keer per jaar worden verhoogd. Als de verhuurder zich niet aan de regels houdt, kan de huurder schriftelijk en aangetekend bezwaar maken.