Herman Kappelle is bijzonder hoogleraar Fiscaal Pensioenrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Als het kapitaal van een lijfrenteverzekering of bankspaarproduct vrijkomt, moet het worden gebruikt voor een periodieke uitkering. “Eerst kies je of je het onderbrengt bij een verzekeraar of bij een bank”, zegt Kappelle. “Het mag allebei.” Het voordeel van een verzekeraar is de levenslange uitkering. Bij een bank is dat niet zo. “De bank gaat er in principe van uit dat de uitkering stopt op 87jarige leeftijd”, zegt Kappelle. “Als je voldoende andere inkomsten hebt, bijvoorbeeld pensioen van een werkgever, is dat waarschijnlijk geen probleem. Dan kun je kiezen voor een uitkering bij een bank. Die zijn doorgaans wat hoger.” Ook bij een tijdelijke lijfrenteuitkering, bijvoorbeeld om de periode tot het pensioen te overbruggen, is de bank meestal de gunstigste keuze. “Als de lijfrente-uitkering nodig is om in je dagelijkse levensbehoefte te voorzien, is een uitkering bij een verzekeraar verstandiger”, adviseert Kappelle. “Dan is je inkomen levenslang gegarandeerd.”