Zorgen voor je ouders: als de rollen worden omgedraaid

"Kinderen vinden vaak dat ze meer zouden moeten doen voor hun ouders"
Gepubliceerd 8 mei 2026
Zoon slaat arm om vader zijn schouder
Beeld Getty Images
Plotseling kunnen je ouders niet meer zelf naar de dokter. Dan valt op dat hun koelkast leeg is, of juist overvol. Voor je het weet, ben jíj degene die beslist, regelt en zorgt. Hoe doe je dat zonder jezelf te verliezen?

Door vergrijzing en een langere levensverwachting zorgen kinderen tegenwoordig langer en intensiever voor hun ouders dan ooit. Klinisch ouderenpsycholoog Luc Van de Ven, die zich al decennialang bezighoudt met ouderenzorg, dementie en mantelzorg, beschrijft in zijn boek Opeens moet je voor je ouders zorgen wat er gebeurt wanneer de rollen omdraaien, en wat dat emotioneel vergt van kinderen.

Wanneer besefte u dat de grootste pijn soms niet ligt bij degene die hulp nodig heeft, maar bij degene die helpt?

“Laat ik dat illustreren met een voorval uit de praktijk. Ik had een man in therapie die thuis voor zijn dementerende echtgenote zorgde. Afgelopen zomer belde hij om te vertellen dat zij was overleden. ‘Tijdens de uitvaart kwamen kennissen, vrienden en familieleden naar me toe om me sterkte te wensen,’ zei hij. ‘Maar Luc, ik heb geen sterkte meer nodig. De afgelopen drie jaar wel, tóen kon ik alle steun en begrip gebruiken.’ Zo’n verhaal laat zien dat we vaak wel oog hebben voor de patiënt, maar doorgaans veel minder voor degene die ernaast staat. Terwijl partners en kinderen vaak net zo ontredderd, angstig, uitgeput en verdrietig zijn. Soms zelfs nog meer.”

Er wordt wel gezegd dat mensen tegenwoordig minder naar elkaar omkijken.

“Dat is een mythe, de realiteit is vaker omgekeerd: kinderen zorgen meer en langer voor hun ouders. Niet omdat ze betere mensen zijn dan eerdere generaties, maar omdat de zorgperiode langer is geworden. Mensen worden ouder, hebben vaak meerdere chronische aandoeningen en blijven langer thuis wonen. Vooral bij dementie kan een zorgtraject wel vijf tot tien jaar duren. Dat vraagt ontzettend veel van mantelzorgers. Toch hoor ik zelden iemand klagen, ik zie juist vaak enorme betrokkenheid en liefde.”

Wat is de belangrijkste eerste stap wanneer je merkt dat een ouder kwetsbaarder wordt?

“Ga het gesprek hierover aan vóór het nodig is om bij te springen. In jargon noemen we dat ‘vroegtijdige zorgplanning’. In de praktijk doet bijna niemand dat. Kinderen hebben vaak allang door dat er iets verandert: mama is een afspraak vergeten, dat deed ze vroeger nooit. Of: papa rijdt minder veilig, is het nog wel verantwoord dat hij de weg op gaat? Ze bespreken dat wel met elkaar, maar niet met de ouder zelf. Dat moeilijke gesprek wordt steeds uitgesteld. Of het wordt alleen aangestipt, waarna de ouder het wegwuift: alles gaat prima, maak je geen zorgen. Dan is het weer van tafel. Soms zie je zelfs een soort stilzwijgende afspraak, want beide partijen zien liever niet onder ogen dat er iets moet gebeuren. Tot het echt niet meer gaat en iedereen in een crisis belandt.”

Waarom wordt dat gesprek vooruitgeschoven?

“Omdat niemand de ander wil kwetsen. Kinderen willen niet betuttelend zijn en ouders willen hun zelfstandigheid beschermen. Niemand wil vooruitlopen op de onvermijdelijke aftakeling. Maar wees je ervan bewust dat het moment waarop ouders nog zelf kunnen meedenken en meebeslissen, voorbij kan gaan. Als je wacht tot iemand niet meer oordeelsbekwaam is, bijvoorbeeld bij dementie, moet je als kind beslissingen nemen die de ouder zelf nooit zou accepteren. Dan wordt het gesprek pas echt zwaar, omdat je als kind de regie moet overnemen. Als klinisch ouderenpsycholoog kan ik geen beslissingen nemen in dat proces, maar ik kan wel advies geven en de familie begeleiden. Ik heb een paar keer meegemaakt dat een zoon of dochter me naderhand belde om te bedanken en zei: ‘We hadden dit tien jaar eerder moeten doen’.”

Welke stap is doorgaans het zwaarst?

“De machtsverschuiving. Het moment waarop het kind beslist in plaats van de ouder. Dat kan gaan over het inschakelen van thuishulp, het bed naar beneden verhuizen, stoppen met autorijden of – het grootste pijnpunt – opname in een woonzorgcentrum. Kinderen weten rationeel dat het moet, maar emotioneel voelt het alsof je degene die jou heeft grootgebracht in de steek laat. Dat is enorm belastend.”

Hoe beïnvloedt de onderlinge band de mantelzorg?

“Sterk. Je zorgt voor iemand met wie je een leven hebt gedeeld, inclusief mooie én moeilijke jaren. Als de balans tussen geven en nemen vroeger in evenwicht was, kunnen kinderen meestal goed grenzen aangeven. Als er oude kwetsuren zijn, denk aan emotionele verwaarlozing, favoritisme of conflicten, kan de zorg zwaar op oude wonden drukken. Sommige kinderen kunnen dan slecht grenzen aangeven en raken uitgeput. Anderen houden juist afstand. Dat heeft niets met onwil te maken, maar met de familiale geschiedenis.”

Veel mantelzorgers voelen zich permanent tekortschieten. Hoe komt dat?

“Schuldgevoel is een hardnekkige emotie. Kinderen vinden vaak dat ze meer zouden moeten doen, te weinig geduld hebben, te snel gefrustreerd raken. Soms denken ze: was dit maar voorbij. Daarna schamen ze zich daarvoor. Maar het is een menselijke gedachte, zeker bij dementie waarbij je iemand langzaam verliest terwijl die persoon nog leeft. Dat heet anticiperend rouwen. Die gedachten maken je geen slecht mens. Ze maken je een mens die veel te dragen heeft.”

Veel ouderen willen absoluut niet naar een verpleeghuis of woonzorgcentrum. Hoe ziet u dat?

“Om de zoveel maanden duikt er in de media wel een bericht op over wantoestanden in verpleeghuizen. Dat wordt snel veralgemeend: verpleeghuizen zijn niet goed, daar moet je weg zien te blijven. Ik blijf erop hameren dat dit niet klopt. In Vlaanderen is onlangs door de Vlaamse Ouderenraad een enquête gehouden onder verpleeghuisbewoners. Daarbij werden de mensen bevraagd die daarover in gesprek konden gaan, en wat bleek? De tevredenheid was verrassend hoog. Men voelde zich geborgen en veilig. Maar als je vervolgens je oor te luisteren legt bij senioren die nog zelfstandig wonen, zeggen die allemaal: dát nooit! Voor veel families is opname uiteindelijk een opluchting, al blijft het een emotioneel zware stap. Het gesprek hierover wordt makkelijker als je al eerder samen hebt gesproken over ‘wat als het niet meer gaat’.”

U heeft het in uw boek over ‘finishing well’, een goede en waardige manier om die laatste levensfase af te sluiten. Wat is daarvoor nodig? 

“Finishing well lukt alleen als de relaties met je naasten in evenwicht zijn. Het gaat dan om je partner en kinderen, eventueel een goede vriend of vriendin. Voor alle duidelijkheid: finishing well is een taak én een kans voor alle betrokkenen, dus niet alleen voor de oudere zelf. Daarbij gaat het vaak over de niet vertelde verhalen. Zaken waarover altijd is gezwegen, vaak om anderen niet te kwetsen. Die familiale knelpunten zijn een last voor iedereen en ze verdwijnen niet na de dood. Het maakt dus voor beide partijen een groot verschil als je weer on speaking terms bent. Ik zeg niet dat je altijd allerlei oud zeer moet oprakelen. Maar in mijn loopbaan heb ik heel vaak om tafel gezeten met families waarvan ik dacht: hier moet nog gepraat worden om een beetje begrip voor elkaar op te kunnen brengen, zonder het te hebben over wie er goed zat en wie fout was. Finishing well lukt alleen als je het grote gelijk achter je laat.”

Wat wilt u mantelzorgers vooral meegeven?

“Dat je niet alleen bent. Dat het normaal is dat je soms wanhopig, verdrietig of boos bent. Dat je niet perfect hoeft te zijn en dat hulp vragen geen zwakte is, maar getuigt van moed.Misschien ook dit nog: de zorg voor een ouder kan zwaar zijn, maar kan daarnaast momenten van grote nabijheid brengen. Kleine successen, verbondenheid, zelfs zonder woorden. Koester die momenten, ze dragen je verder.”

Wat is het belangrijkste dat u geleerd hebt van uw gesprekken met dementerende ouderen en hun mantelzorgers?

“Ik wil niet pretenderen het beter te doen dan de mensen die ik gesproken heb. Maar ik weet wél dat ik tijdig met mijn vrouw en kinderen wil bespreken wat we gaan doen als we niet meer vooruit kunnen. Het tweede wat ik geleerd heb is: oordeel niet. Dat doen we zo snel, en vaak op basis van te weinig kennis van de familiale geschiedenis. Ik vind dat jonge verzorgenden opgeleid moeten worden om neutraal, of neutraler, te kijken naar mensen. Dat is een kunst. Iedereen doet zijn best, dat weet ik zeker, maar de een heeft er meer talent voor dan de ander.”

Dit artikel komt uit Plus Gezond mei 2026. Abonnee worden van het blad? Dat doe je in een handomdraai.

 

Bron Plus Gezond