Je hebt af en toe pijn. Een stijve rug na het tuinieren, een zeurende knie na een lange wandeling of schouderklachten na een slechte nacht. Dat is heel normaal. Maar wanneer is zo’n pijntje nog onschuldig, en wanneer spreek je van chronische pijn?
Wanneer is pijn ‘chronisch’?
Artsen spreken van chronische pijn als pijn langer dan drie maanden aanhoudt. Soms is de oorzaak duidelijk, bijvoorbeeld bij artrose of een oude blessure. Maar het kan ook dat de oorspronkelijke klacht al lang genezen is, terwijl de pijn blijft. Dat kan verwarrend zijn. Want je voelt iets, maar er lijkt geen duidelijke reden meer te zijn.
Het verschil tussen acute en chronische pijn
Pijn heeft een functie. Bij acute pijn waarschuwt je lichaam dat er iets mis is, zoals een ontsteking of blessure. Die pijn gaat meestal weer over als je lichaam herstelt.
Bij chronische pijn werkt dat anders. De pijn blijft, ook als er geen duidelijke schade (meer) is. Het zenuwstelsel blijft als het ware ‘aan’ staan. Je kunt het vergelijken met een alarm dat blijft afgaan, ook als er geen inbreker meer is.
Signalen dat pijn chronisch wordt
Niet elk pijntje dat lang duurt, is meteen chronisch. Maar dit zijn signalen om serieus te nemen:
- De pijn duurt langer dan drie maanden.
- De pijn komt steeds terug.
- De pijn neemt niet af.
- Je gaat dingen vermijden door de pijn.
- Je slaapt slechter door de klachten.
- Je merkt dat het je stemming beïnvloedt.
Herken je meerdere van deze punten? Dan kan er sprake zijn van chronische pijn.
Hoe kan pijn blijven bestaan?
Bij chronische pijn speelt het zenuwstelsel een grote rol. Het stuurt dan extra pijnprikkels naar de hersenen. Hierdoor kan je lichaam gevoeliger worden voor prikkels. Dat heet ook wel ‘overgevoeligheid van het pijnsysteem’. Daardoor kun je sneller pijn voelen, meer pijn ervaren dan verwacht en pijn blijven houden zonder duidelijke oorzaak. Dat betekent niet dat de pijn ‘tussen je oren zit’. De pijn is echt. Alleen de manier waarop je lichaam pijn verwerkt, is veranderd.
Wanneer naar de huisarts?
Twijfel je? Ga dan altijd naar de huisarts, zeker als:
- de pijn langer dan enkele weken aanhoudt;
- de pijn erger wordt;
- je minder goed kunt bewegen of functioneren;
- je je zorgen maakt.
De huisarts kan samen met jou kijken wat er speelt en of verder onderzoek nodig is.
Wat kun je zelf doen?
Je gedachten, gevoelens en acties – wat je wel of juist niet doet – hebben allemaal invloed op je pijn. Je zenuwen en hersenen kunnen hierdoor meer of juist minder gevoelig worden voor pijn. Je kunt dus invloed hebben op hoe je de pijn ervaart. En op wat je kunt doen, ondanks de pijn.
Blijf in ieder geval, voor zover mogelijk, in beweging. Dat kan de pijn verminderen en zelfs laten verdwijnen. Helemaal stoppen met bewegen kan klachten juist erger maken. Probeer verder:
- goed te blijven slapen;
- te ontspannen;
- actief te blijven;
- te praten als je je bang, somber of boos voelt door de pijn;
- minder zorgen te maken;
- bezig zijn met andere dingen;
- je dag rustig op te bouwen.
Merk je dat pijn een grote rol speelt in je dagelijks leven? Wacht dan niet te lang met hulp zoeken. Je huisarts, praktijkondersteuner of psycholoog kan je verder helpen. Hoe eerder je erbij bent, hoe beter.
- Lees ook: Chronische pijn? Bewegen kan helpen