Chronische pijn komt veel voor: ongeveer één op de vijf volwassenen heeft deze (inmiddels) officiële aandoening. Het begint vaak met klachten die maar niet overgaan of steeds terugkomen. Welke soorten pijn komen het vaakst voor? Dit zijn drie veelvoorkomende oorzaken van chronische pijn.
1. Lage rugpijn
Lage rugpijn is de meest voorkomende vorm van chronische pijn. In Nederland hebben jaarlijks bijna twee miljoen mensen last van rugklachten. Vaak begint het met een verkeerde beweging, zwaar tillen of langdurig zitten. In de meeste gevallen gaat de pijn vanzelf over. Maar bij een deel van de mensen blijft de pijn terugkomen of verdwijnt deze niet meer.
Wat het lastig maakt: er is lang niet altijd een duidelijke oorzaak te vinden op een scan of röntgenfoto.
Waarom kan dit chronisch worden?
- De rug blijft gevoelig na een eerdere blessure.
- De spieren raken uit balans.
- Je gaat anders bewegen uit angst voor pijn.
- Het lichaam blijft ‘alert’.
Wat helpt vaak wel?
Het helpt vooral om te blijven bewegen, eventueel met pijnstilling (zoals paracetamol). Bouw rustig op en oefen daarbij op een goede houding, onder begeleiding van een fysiotherapeut. Wissel regelmatig van houding: zitten, staan en lopen. Verder helpt afvallen bij overgewicht de belasting op de wervelkolom te verminderen.
- Lees ook: Last van (chronische) lage rugpijn?
2. Gewrichtspijn door artrose
Artrose is slijtage van het kraakbeen in gewrichten, zoals knieën, heupen of handen. In Nederland hebben ongeveer 1,5 miljoen mensen artrose, vooral op latere leeftijd. De pijn ontstaat geleidelijk en kan in het begin nog wisselen. Maar na verloop van tijd kun je er vaker last van hebben en kan de pijn chronisch worden.
Typische klachten:
- startpijn of ochtendstijfheid (bij opstaan of na zitten)
- stijfheid
- pijn bij bewegen
- minder soepel bewegen
Waarom kan dit chronisch worden?
Artrose is een gewrichtsaandoening die niet overgaat. De klachten kunnen wel schommelen, maar verdwijnen meestal niet helemaal.
Wat helpt vaak wel?
Ook bij artrose helpt het om regelmatig te bewegen, vooral wandelen, fietsen, zwemmen en lichte krachttraining. Daarbij is het belangrijk om naar je lichaam te luisteren, langzaam op te bouwen en het gewricht niet te overbelasten. Pijnstillers kunnen je klachten minder maken.
3. Zenuwpijn (bijvoorbeeld na een hernia)
Zenuwpijn, ook wel neuropathische pijn, voelt anders dan ‘gewone’ pijn. Het kan branderig, stekend of tintelend aanvoelen. Het is een zeer intense, vaak onvoorspelbare pijn. Soms gaat het samen met krampen, schokjes of een doof gevoel. Deze pijn kan ontstaan na schade, beknelling of ontsteking aan een zenuw, bijvoorbeeld door een hernia, operatie, diabetes of gordelroos.
Zenuwpijn komt minder vaak voor dan rug- of gewrichtspijn, maar is vaak hardnekkiger. In Nederland heeft naar schatting vijf tot tien procent van de mensen met chronische pijn te maken met zenuwpijn.
Waarom kan dit chronisch worden?
Zenuwen herstellen langzaam en soms niet volledig. Daardoor blijft het pijnsignaal bestaan, ook als de oorspronkelijke oorzaak minder duidelijk is.
Wat helpt vaak wel?
Pijnstillers, zoals paracetamol en ibuprofen, helpen niet goed bij zenuwpijn. Medicijnen die ook bij depressie of epilepsie worden gebruikt, helpen vaak wel. Overleg hiervoor met je huisarts.
Er zijn ook dingen die je zelf kunt doen, zoals:
- Probeer prikkels (als kou, wrijven of aanraken) te voorkomen die de zenuwpijn erger maakt.
- Vind je het prettig om de plek juist warm of koud te maken? Doe dat dan vooral.
- Probeer te ontspannen en bezig te zijn met iets anders.
- Verdeel je activiteiten over de dag, als je dat prettig vindt.
Wanneer moet je alert zijn?
Blijft pijn langer dan drie maanden aanhouden? Of komt het steeds terug? Dan is het verstandig om naar de huisarts te gaan. Hoe eerder je erbij bent, hoe groter de kans dat je voorkomt dat pijn chronisch wordt.