Even boodschappen doen, op bezoek bij familie of een dagje weg: autorijden geeft vrijheid. Maar als je chronische pijn hebt, kan het ook belastend zijn. Zeker bij rugklachten, stijve gewrichten of pijn in handen en schouders. Gelukkig kunnen een paar aanpassingen vaak al helpen om comfortabeler te rijden, zonder (veel) pijn achteraf.
Autorijden lijkt ontspannen, maar je lichaam staat ondertussen continu onder spanning. Je zit lang in dezelfde houding, gebruikt je armen en handen om te sturen en moet alert blijven. Dat kan klachten erger maken, vooral bij:
- lage rugpijn
- nek- en schouderklachten
- artrose in handen of knieën
- heupklachten
Ook trillingen van de auto en langdurig stilzitten kunnen pijn versterken.
1. Stel je stoel goed af
Een goede zithouding is de basis. Daarom is het belangrijk om je stoel goed af te stellen op je lichaam. Dat doe je zo:
- Zit rechtop, met je rug goed tegen de leuning.
- Stel de stoel zo in dat je knieën iets lager zijn dan je heupen.
- Houd het stuur op comfortabele afstand (armen licht gebogen).
- Zet de hoofdsteun op de juiste hoogte.
Tip: neem even de tijd om dit goed af te stellen, ook als je maar een kort ritje maakt.
2. Gebruik extra steun
Voor veel mensen met rugklachten maakt extra ondersteuning een groot verschil. Denk hierbij aan de volgende hulpmiddelen:
- lendenkussen (voor steun in de onderrug)
- zitkussen (bij stuit- of heupklachten)
- stoelhoes met extra vulling (bijvoorbeeld foam)
Deze hulpmiddelen helpen om je houding beter vol te houden en druk te verminderen.
3. Neem vaker pauze
Lang achter elkaar rijden kan voor iemand zonder fysieke klachten al best vermoeiend zijn, maar als je chronische pijn hebt, dan is dat nog zwaarder voor je lichaam. Probeer daarom:
- elke 30 tot 60 minuten even te stoppen;
- kort te lopen en te rekken;
- even uit de auto te stappen.
Neem dus de tijd voor je rit. Dat helpt om (ergere) pijn achteraf te verminderen.
4. Let op je handen en schouders
Heb je last van je handen, polsen of schouders? Dan kan sturen vermoeiend zijn.
Wat kan helpen:
- Houd het stuur niet te krampachtig vast.
- Wissel regelmatig je handen van positie.
- Zorg voor stuurbekleding met extra grip.
- Kies voor een auto met stuurbekrachtiging (als dat kan). Nieuwere auto’s zijn hier standaard van voorzien.
- Kies eventueel voor een auto met automaat (als dat kan). Koppelen en schakelen kan extra belastend zijn.
5. Houd je lichaam warm
Als je chronische pijn hebt, bijvoorbeeld door artrose, kun je door kou meer pijnklachten hebben. Maak het jezelf aangenaam door:
- de stoelverwarming aan te zetten (als je die hebt);
- warme kleding te dragen, vooral rond je onderrug;
- eventueel een warmtekussen te gebruiken (veilig en niet te heet).
6. Bouw het rustig op
Heb je veel pijn? Begin dan met korte ritjes en bouw het langzaam op. Zo voorkom je dat je je lichaam overbelast. Luister goed naar je grenzen.
Als het toch niet gaat tijdens de rit, stop de auto dan veilig (als dat kan). Neem even pauze of – als je samen met iemand rijdt – wissel van bestuurder. Wees mild voor jezelf: misschien gaat het de volgende keer weer beter.
7. Overleg bij twijfel met een expert
Blijf je klachten houden tijdens of na het autorijden? Bespreek dit dan met een fysiotherapeut, ergotherapeut of huisarts. Een ergotherapeut kan bijvoorbeeld heel gericht meekijken naar je zithouding en adviseren over hulpmiddelen in de auto.
Speciale hulpmiddelen
Er zijn ook verschillende hulpmiddelen die autorijden makkelijker kunnen maken, zoals:
- draaikussens (makkelijker in- en uitstappen)
- instaphulpen of handgrepen
- aangepaste stoelen of stuurhulpen (bij ernstige klachten)
Sommige hulpmiddelen worden (deels) vergoed, bijvoorbeeld via de gemeente (Wmo).
Medicijngebruik
Let op: gebruik je medicijnen voor je klachten? Overleg eerst met je (huis)arts of apotheker of je er veilig mee kunt rijden. Sommige medicijnen kunnen namelijk de rijvaardigheid beïnvloeden, waardoor je minder alert bent in het verkeer. Dat kan tot gevaarlijke situaties leiden.