Waarom chronische pijn blijft bestaan: ‘Het alarmsysteem van het lichaam blijft aan staan’

'Het zenuwstelsel blijft overmatig beschermen'
Gepubliceerd 29 mei 2026
vrouw met pijnklachten
Beeld Getty Images

Pijn hoort ons lichaam te beschermen. Maar bij mensen met chronische pijn blijft dat alarmsysteem soms actief, ook als er geen gevaar meer is. Hoogleraar en pijnspecialist Jo Nijs doet al jaren onderzoek naar die overgevoeligheid van het zenuwstelsel.

Waarom blijft pijn soms bestaan zonder dat er nog schade is?

“Dat heeft vooral te maken met het zenuwstelsel dat in een verhoogde staat van alertheid blijft. Pijn is normaal gesproken een beschermingsmechanisme: het dwingt ons rust te nemen bij een blessure of om hulp te zoeken, bijvoorbeeld bij tandpijn. Maar bij sommige mensen blijft dat alarmsysteem actief, ook als het letsel al genezen is. Je kunt het vergelijken met een brandalarm dat blijft afgaan terwijl er geen brand (meer) is.

Zo’n overgevoelig zenuwstelsel kan ontstaan na een blessure of operatie, maar ook door langdurige of extreme stress, bijvoorbeeld na een auto-ongeval. Normaal gesproken schakelt het lichaam na verloop van tijd weer terug naar een normale toestand. Maar bij een deel van de mensen gebeurt dat niet en blijft het zenuwstelsel overmatig beschermen, terwijl er eigenlijk geen gevaar meer is. Dit hele mechanisme wordt vanuit de wetenschap ‘centrale sensitisatie’ genoemd.”

Het overgevoelige zenuwstelsel is net als een brandalarm dat blijft afgaan terwijl er geen brand (meer) is

De een heeft een veel gevoeliger zenuwstelsel dan de ander. Heeft dat er ook mee te maken?

“Ja, zeker. Er zijn allerlei factoren die ervoor kunnen zorgen dat dat systeem niet automatisch weer reset. Dat kan te maken hebben met verkeerde informatie die mensen krijgen, waardoor ze angstig of bang zijn dat het niet goed komt. Of met verkeerde medicatie die ze krijgen, die juist dat zenuwstelsel gevoelig houden. Ook kan het komen door complicaties na een operatieve ingreep, of dat mensen onder voortdurende stress blijven waardoor ze moeite hebben om weer goed te kunnen slapen. Slecht slapen onderhoudt die gevoeligheid van dat zenuwstelsel. Er zijn heel veel factoren die ervoor kunnen zorgen dat dat zenuwstelsel ons overmatig blijft beschermen.”

Chronische pijn is tegenwoordig officieel erkend als een aandoening op zichzelf. Wat betekent die erkenning precies voor deze mensen?

“Chronische pijn is het duurste en meest voorkomende probleem binnen de gezondheidszorg in de hele westerse wereld. Vroeger werd het gezien als aanhoudende pijn, wat een mogelijk symptoom was van een onderliggende aandoening. Als er dan geen onderliggende oorzaak was, dan werd het probleem vaak gebagatelliseerd en werden mensen niet serieus genomen. Omdat ze die erkenning van chronische pijn als op zichzelf staande ziekte niet kregen.

Vanuit de wetenschap is chronische pijn als aandoening onderbouwd door honderden neurowetenschappelijke studies. Ook in scans is vastgesteld dat het brein overgevoelig reageert op allerlei prikkels. Dat men dat erkent dankzij het wetenschappelijk onderzoek, was een overwinning. Daar heeft het vaststellen van dat overgevoelige zenuwstelsel een belangrijke rol gespeeld.”

Dat men chronische pijn als ziekte erkent, was een overwinning

Kijken artsen nu ook op een andere manier naar pijn?

“Ja, in de laatste twintig jaar is daar een evolutie in gekomen. Veel meer artsen zijn er nu van op de hoogte. Zij erkennen dus ook dat er zoiets is als een pathologische situatie van het zenuwstelsel. Want dat het zenuwstelsel overmatig gevoelig blijft is een ziektebeeld, als je het zo bekijkt. En zo wordt dat ook internationaal erkend. 

Er wordt ook wel gesproken over nociplastische pijn waarbij er geen onderliggend ziekteproces is, zoals we dat kennen vanuit de klassieke geneeskunde bij bijvoorbeeld artrose en reuma. Het zenuwstelsel blijft overmatig overgevoelig, en dat verklaart voor een groot deel het lijden van diegene met chronische pijn.”

Volgens u helpt het om het overgevoelige brein te ‘herprogrammeren’. Wat bedoelt u hier precies mee?

“Dat heeft te maken met hoe het brein reageert op situaties. Als iemand door rugpijn maandenlang bepaalde dingen niet meer kan doen, ontstaan er als het ware negatieve verbindingen in het brein. Het lichaam gaat bewegingen en activiteiten steeds meer associëren met gevaar en pijn.

In therapie proberen we mensen te laten begrijpen dat het brein overbeschermend of overgevoelig reageert. We begeleiden mensen vervolgens stap voor stap om activiteiten en bewegingen weer op een veilige manier uit te voeren, ondanks de pijnreactie die ze daarbij soms nog voelen. Dat vermijden van beweging is namelijk een groot probleem bij mensen met chronische pijn. Zodra iets meer pijn doet, denken we al snel dat we schade veroorzaken en stoppen we ermee. Dat is een heel menselijke reflex. Maar daardoor gaan mensen steeds minder doen en kunnen ze uiteindelijk beperkt raken in het dagelijks leven.

In de therapie proberen we die vicieuze cirkel te doorbreken. We leren het brein als het ware opnieuw dat bepaalde bewegingen en activiteiten veilig zijn. In het begin kan dat nog wel tijdelijk meer pijn geven. Maar de manier waarop iemand die pijn interpreteert, is daarbij heel belangrijk. Betekent die pijn dat er schade ontstaat? Of betekent het dat een overgevoelig zenuwstelsel reageert? Goed opgeleide fysiotherapeuten en klinisch psychologen zijn opgeleid om patiënten daarin te begeleiden.”

Waar bestaat deze vorm van therapie uit?

“De therapie bestaat uit een stukje educatie waarbij patiënten worden uitgelegd wat er speelt en waarom ze pijn blijven hebben, ondanks dat de schade al lang weg is, of er misschien niet eens geweest is. Om die reden begeleiden we hen bij het oppakken van dagelijkse activiteiten. 

Er zijn mooie studies waarbij dezelfde therapieën bijvoorbeeld bij chronisch lage rugpijn zijn uitgevoerd. Bij zowel fysiotherapeuten als klinisch psychologen zien we hele goede resultaten op korte en lange termijn. Op korte termijn spreek ik over drie maanden therapie. Bovendien zie je zelfs dat één tot twee jaar na het stopzetten van die therapie, die resultaten ook behouden blijven.”

Welke invloed heeft ongezonde voeding precies in het lichaam?

“Volgens de huidige wetenschappelijke inzichten, zit er waarschijnlijk een laaggradig ontstekingsproces onder het overgevoelige zenuwstelstel. Dit proces houdt het zenuwstelsel gevoelig. Dus alles wat ervoor zorgt dat die ontstekingsprocessen in het lichaam van diegene met chronische pijn kan verminderen, leidt ook tot vermindering van de gevoeligheid van het zenuwstelsel.

Zo begrijpen we steeds meer over de invloed van leefstijlfactoren op chronische pijn, zoals ongezonde voeding. Je kunt dat vergelijken met het verhaal over slaap: niet iedereen met chronische pijn heeft een slaapprobleem. Gelukkig niet. Maar als iemand wel een ongezond voedingspatroon heeft, dan is dat ook een sterk onderhoudende factor. Al deze (leefstijl)factoren hebben een ontstekingsremmend effect. Daarom zal gezondere voeding – net als goed slapen en voldoende bewegen – leiden tot minder ontstekingsprocessen. Voegen we deze toe aan de behandeling, dan zijn er steeds meer wetenschappelijke indicaties die aangeven dat dat zou kunnen helpen. Want chronische pijn vraagt echt om een multimodale behandeling.”

Sommige mensen met chronische pijn krijgen te horen dat hun pijn ‘psychisch’ zou zijn. Waarom is dat volgens u een misverstand?

“Omdat er geen enkel probleem in de gezondheidszorg puur biologisch of puur psychologisch is. Het is eigenlijk altijd een combinatie van factoren. De mens is nu eenmaal een biopsychosociaal wezen waarbij je het psychische deel niet kan loskoppelen van de biologie en van het sociale. Zo heeft ongeveer 40 procent van de mensen met artrose – waarbij het kraakbeen in de gewrichten beschadigd is – een overgevoelig zenuwstelsel: de eerdergenoemde centrale sensitisatie. Dan zie je dat de pijnklachten hiervan belangrijker worden dan de symptomen die diegene ervaart van de artrose. En we weten dat alle psychologische factoren waar we het over gehad hebben, ook bijdragen aan de gevoeligheid van dat zenuwstelsel.”

Ongeveer 40 procent van de mensen met artrose heeft een overgevoelig zenuwstelsel

Hoe kijkt u naar het gebruik van zware pijnstillers zoals oxycodon?

“Alle goede nationale en internationale richtlijnen raden het langdurig gebruik van zware pijnstillers, zoals oxycodon, bij chronische pijn af. Op korte termijn kunnen deze middelen wel heel effectief zijn, bijvoorbeeld in de eerste twee à drie dagen na een operatie. Daarna moet die medicatie weer stoppen.

Dat komt doordat opioïden inspelen op het lichaamseigen pijnstillende systeem. Als je die medicijnen langer gebruikt, past het lichaam zich aan. Het denkt als het ware: die pijnstilling komt van buitenaf, dus ik hoef zelf minder natuurlijke pijnstillers aan te maken. Daardoor zijn steeds hogere doseringen nodig om hetzelfde effect te bereiken.

Zo kun je in een situatie terechtkomen van afhankelijkheid of verslaving, met risico op ernstige bijwerkingen en overdosering. Bovendien weten we inmiddels dat langdurig gebruik van opioïden het zenuwstelsel juist gevoeliger kan maken. Het kan die overgevoeligheid van het zenuwstelsel, de centrale sensitisatie, dus juist versterken.”

Wat wilt u meegeven aan mensen die al jaren met chronische pijn leven?

“Probeer niet alleen te kijken naar alles wat je in de afgelopen jaren hebt geprobeerd, maar schrijf eens op wat nu echt heeft geholpen – op korte én op lange termijn. Veel mensen merken dan dat allerlei behandelingen misschien tijdelijk verlichting geven, maar geen blijvende oplossing bieden.

De behandelingen die op de lange termijn het meeste effect hebben, zijn de dingen waar we het net over hadden: goede uitleg over pijn, weer in beweging komen, werken aan leefstijl en het aanpakken van factoren die het zenuwstelsel gevoelig houden. Dat vraagt inzet van diegene zelf, met begeleiding van een goed opgeleide fysiotherapeut en/of klinisch psycholoog.

Passieve behandelingen zoals medicatie, infiltraties (injecties met een lokaal verdovingsmiddel en ontstekingsremmer, red.), operaties of andere snelle oplossingen helpen soms tijdelijk, maar lossen het probleem meestal niet op. Uiteindelijk gaat het erom dat mensen – met de juiste coaching en ondersteuning – stap voor stap uit die negatieve spiraal komen.”

Prof. dr. Jo Nijs is hoogleraar Kinesitherapie, Fysiologie en Anatomie aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Zijn expertise ligt op het gebied van chronische pijn, revalidatie en vermoeidheid. Naast zijn hoogleraarschap aan de VUB is hij gastprofessor aan de Universiteit van Gotenburg (Zweden) en is hij als kinesitherapeut en manueel therapeut verbonden aan de Pijnpraxis in België.