Het is een kwestie van opletten, tussen het mijmeren op een zomeravond door. Schuif je stoel wat dichter bij de border waar de teunisbloemen staan. Ineens is het zover: met kleine schokjes gaan de bloemen open, klaar voor de nacht.
Romke van de Kaa (1945) tuiniert en woont op Landgoed Hof te Dieren. In 1994 verscheen zijn eerste tuinboek Buiten de perken, daarna volgden nog veel meer boeken en stukken in kranten en tijdschriften. Hij schrijft altijd deskundig en vaak grappig. Zijn nieuwste boek staat gepland voor najaar 2026.
Wat ben je toch gezegend met een tuin, een terras of een balkon. Het grootste genot van juli is toch wel op zomeravonden buiten zitten, op het magische uur waarop de zwaluwen ophouden met vliegen en de vleermuizen het luchtruim naadloos overnemen. Dat is ook het uur waarop de teunisbloemen opengaan. De teunisbloem is uniek. Nachtbloeiers zijn er wel meer, maar de teunisbloem is de enige plant waarvan je de bloemen ’s avonds met zichtbare bewegingen kunt zien opengaan. Veel bloemen hebben een ingebouwde klok. Zo zijn er waterlelies – het mini-waterlelietje Helvola, met zachtgele bloemen, is een voorbeeld – die hun bloemen alleen maar openen tussen twaalf en twee.

Als je een baan hebt kun je hiervan dus alleen in het weekend genieten en zelfs dan moet je alert zijn. Even een paar boodschappen doen, of een lang telefoongesprek, en je hebt de bloei van die dag gemist.Er zijn ook planten met heel andere opningstijden. Het witbloeiende zonneroosje The Bride bijvoorbeeld, laat zijn bloemblaadjes al tegen het middaguur vallen. Zou je The Bride willen combineren met de lichtgele sterren van Asphodeline lutea, dan zou je aan deze combinatie ’s middags weinig lol beleven want de Asphodeline opent zijn bloemen pas om vier uur in de middag. Zo stipt is de dienstregeling van Asphodeline lutea dat deze plant in Engeland Four o’clock plant wordt genoemd. De teunisbloem, Oenthera biennis, heeft geen vast openingsuur maar houdt gelijke tred met de schemering en het is een genot om er op een zwoele avond een stoel naast te zetten en de bloemen met kleine schokjes open te zien gaan. Op warme dagen verleppen ze ’s morgens vroeg, bij regenachtig weer blijven ze langer open.
Teunisbloem muteert erop los
Teunisbloemen groeien overal, op spoordijken, langs wegen en in de duinen. Hoe armer de grond, hoe beter teunisbloemen het doen. Van oorsprong komen ze uit Amerika, maar ze zijn bij ons zo ingeburgerd dat ze tot heemplanten gepromoveerd zijn. Botanici onder-scheiden in Europa drie verschillende soorten en omdat die soorten vaak spontaan veranderen zijn het de teunisbloemen die de beroemde wetenschapper Hugo de Vries op het idee van zijn mutatietheorie hebben gebracht. (Een mutatie is een ongeplande verandering in erfelijke eigenschappen.) Juist doordat teunisbloemen nogal eens spontaan muteren, zijn er nu in Europa soorten die in hun werelddeel van herkomst helemaal niet voorkomen. Zo werden de voorouders van Oenothera biennis, de Middelste teunisbloem, in het begin van de 17de eeuw ingevoerd vanuit Virginia. Ze werden gekweekt als sierplant, maar vooral ook om hun vlezige penwortels die als schorseneren werden gegeten. Na vierhonderd jaar is de plant zo vaak gemuteerd dat de plant die wij nu de Middelste teunisbloem noemen wel in Europa maar niet in Virginia te vinden is. Zo snel kan evolutie gaan.
Zaaien, groeien en bloeien
Teunisbloemen zijn tweejarig, maar tweejarigheid is een relatief begrip. Soms ligt drie- of vierjarigheid dichter bij de waarheid. Soms zaai je teunisbloemen overigens niet zelf – ze komen zomaar aanwaaien, of liever gezegd: aanvliegen, want het zijn vooral vogels die de zaden verspreiden. In hun eerste jaar vormen de planten een grote, glimmend groene rozet waaruit in het tweede seizoen een bloemstengel van één tot anderhalve meter oprijst. Aan deze stevige stengel verschijnen de grote zwavelgele bloemen die na elkaar opengaan. Bij mij zaaien ze zichzelf uit tussen rode crocosmia’s – een gelukkige toevalstreffer. Doordat de ene plant veel harder groeit dan de andere wordt de bloei over het hele seizoen gespreid. De eerste exemplaren kunnen eind mei al in bloei staan, terwijl achterblijvers pas in juli of augustus gaan bloeien, maar dan wel tot de eerste nachtvorst doorbloeien. Vorig jaar, toen die eerste nachtvorst maar niet wilde komen, bloeiden sommige teunisbloemen met Kerstmis nog.
Als kind hield ik de uitgebloeide bloemstengels van de teunisbloem altijd in de brandende open haard, waar ze dan in een vuurwerk van vonken onder hevig geknetter verbrandden.Tweejarige planten gaan na de bloei dood, maar wie eenmaal teunisbloemen in zijn tuin heeft, raakt ze nooit meer kwijt. Ieder jaar duiken er wel weer nieuwe rozetten op, vaak op de meest verrassende plaatsen, zoals in het grind of op plaatsen die zo droog zijn dat je nooit gedacht had dat er überhaupt iets zou kunnen groeien. De teunisbloem is een leuke snijbloem voor in een veldboeket. En een boeket met teunisbloemen is iedere avond weer spannend om naar te kijken als de nieuwe bloemen binnen een tijdsbestek van tien minuten opengaan.
Een bevallige hanger
Toch kan ik mij voorstellen dat je liever een teunisbloem hebt die overdag bloeit in plaats van ’s avonds en ’s nachts, en die gezeggelijk blijft staan waar je hem hebt geplant in plaats van zich overal uit te zaaien en ieder jaar weer ergens anders op te komen. Dan is Oenothera macrocarpa de plant voor jou – mooi, langbloeiend met grote zwavelgele bloemen aan liggende, roodachtige stengels. Planten met liggende stengels zijn niet altijd overal gemakkelijk te plaatsen in de tuin en Oenothera macrocarpa kan het beste aan de rand van een border staan en niet ergens middenin.

Helemaal ideaal is het als deze plant boven aan een keermuurtje kan worden geplant, zodat de stengels bevallig naar beneden kunnen hangen. Oenothera macrocarpa maakt reusachtige zaden die wel iets op stervruchten lijken: die smakeloze vruchten die een fantasieloze kok aan plakjes snijdt om er een gerecht mee op te leuken.Omdat deze kruipende teunisbloem niet goedkoop is, loont het om deze zaden te bewaren. In het voorjaar kun je de zaadjes uit de gevleugelde vruchten peuteren en ze in een bloempot zaaien. Het zaad ontkiemt meestal snel en nadat je de jonge planten nog een keer verspeend hebt, kun je ze in de tuin uitplanten. Vaak bloeien deze planten al in hetzelfde seizoen als waarin ze zijn gezaaid.
Goudgele explosie in de border
Wie geen emplooi heeft voor liggende planten of wie meer van verticale lijnen in de border houdt, zou eens kunnen uitkijken naar Oenothera Fyrverkeri. Fyrverkeri is het Deense woord voor vuurwerk en deze teunisbloem lijkt inderdaad op een vuurwerkexplosie van kleine goudgele bloemen. Ook Fyrverkeri houdt zijn bloemen overdag open. Alweer geel, zul je misschien zeggen, want ik ben mij er terdege van bewust dat geel niet de meest populaire kleur is in de tuin. Voor geelhaters is het misschien aardig om te weten dat er ook teunisbloemen bestaan met witte, roze of abrikooskleurige bloemen. Deze soorten komen veelal uit Mexico of andere Midden-Amerikaanse landen en ze zijn in ons klimaat dan ook niet winterhard. Je zult ze ieder jaar opnieuw moeten zaaien, maar gelukkig bloeien ze dan nog in hetzelfde jaar. Veel werk, dat wel, maar wie geen geel in de tuin wil moet offers brengen.
