Nederlanders zijn dol op sparen. Maar sommige zijn dol op geld uitgeven. Gewoon omdat het kan. Omdat ze hun dierbaren willen steunen of omdat ze in het nu leven. “Ik geniet met volle teugen, dit najaar zit ik mooi in de Spaanse zon.”
Oproep: hoe denk jij over sparen of spenden?Geef je je geld met enthousiasme uit? Of word je er gelukkiger van als het op de bank blijft staan? We willen het graag weten voor onze rubriek Plusmix. Stuur je reactie naar oproep@plusmagazine.nl o.v.v. Sparenofspenden. |
‘Een toekomst is niet vanzelfsprekend’
Peter*: “Ik kom van ver. Sinds mijn scheiding, zestien jaar geleden, moest ik opnieuw een bestaan opbouwen dat voorzag in het onderhoud van mijn kinderen. En dat is me goed afgegaan. Ik verdien royaal, én ik geef het royaal uit. Om mijn kinderen van 26 en 22 te ondersteunen bij hun studies, huishoudens en reizen, vrienden te helpen, en goed te eten; vaak ook buiten de deur. Mijn hele leven droomde ik van een camper. Die heb ik nu, zeven jaar voor mijn pensioen, bijna bij elkaar gespaard. Ik heb in mijn leven te veel mensen verloren om het vanzelfsprekend te achten dat er een toekomst is. Ik leef nu, en deel dat graag. Mijn camper krijgt dan ook slaapplek voor vier – plus ruimte voor mijn hond uiteraard. Het liefst deelde ik dit alles ook nog met een vrouw, maar ja, dát geluk is niet te koop, en gelukkig maar. Dat maakt de waarde van geld voor mij ook maar relatief.”
‘Ik heb altijd hard gewerkt, nu reis ik’
Madeleine: “Mijn pensioen is prima, en daar heb ik als alleenstaande moeder hard voor gewerkt. Zo hard dat ik sinds dertien jaar naar hartenlust reis. Als prille twintiger was ik stewar-dess. Dat was voordat ik kinderen kreeg en vliegen niet meer kon nadat mijn man een ongeluk kreeg en mindervalide uit het zieken-huis kwam. Bloed kruipt waar het niet gaan kan. Best veel van mijn vriendinnen zijn single, net als ik. Minstens twee keer per jaar vliegen we de hele wereld over. Naar Cuba bijvoorbeeld en soms ‘gewoon’ naar Griekenland of Turkije. Ik overwinterde op Bonaire. Mijn dochters hoeven niets te erven, zeggen ze, en vinden het belangrijker dat ik geniet. Dat doe ik ook, met volle teugen: dit najaar zit ik mooi in de Spaanse zon.”

‘Een appeltje voor de dorst? Nooit begrepen!’
Judith: “Koopziek? Ja, dat ben ik wel een beetje. Niet dat ik hecht aan spullen, ik ben gewoon wat impulsief in bedenken wat ik nodig heb, of cadeau wil doen aan anderen. Niet één, maar meteen drie bullet journals met daarbij niet gewoon een fijne pen, maar vier stiftensets waar ik vervolgens nooit iets mee doe. Die ene leuke blouse die ik maar meteen in drie kleuren koop en daarna vergeet. En ik heb al een te grote kledingcollectie. Elke week kleurige seizoensplantjes voor mijn vriendin omdat ik zo blij word van hoe blij zij daarvan wordt. Het fenomeen appeltje voor de dorst heb ik nooit begrepen, mijn spaarsaldo is altijd nul. Gelukkig zijn er de digitale koopzegelboekjes van de supermarkt voor schaarse tijden. En het pensioen van mijn man natuurlijk, voor wie ik mantelzorg nu hij niet-aangeboren hersenletsel heeft. De spontane uitgaven zijn mijn kleine geluksmomenten in mijn leven dat – naast mijn werk – al een hele tijd noodgedwongen niet om mij draait.”
487 miljard op onze spaarrekeningenNederlanders kunnen goed sparen: bijna negen op de tien huishoudens (eenpersoons, een stel, een gezin met kinderen of andere samenwonenden) hebben spaargeld. Gemiddeld staat er zo’n €55.000 per huishouden op de rekening, al heeft de helft minder dan €21.500. Ouderen sparen doorgaans meer dan jongeren, doordat zij vaker vermogen hebben opgebouwd. Vergeleken met tien jaar geleden sparen Nederlanders meer. Dat komt onder meer door gestegen inkomens, de extra reserves die tijdens de coronajaren zijn opgebouwd doordat mensen minder konden uitgeven, en een grotere behoefte aan financiële zekerheid in onzekere tijden. Eind 2024 stond er ruim €487 miljard op Nederlandse spaarrekeningen, een recordbedrag. |
‘Als mijn vrouw maar gelukkig is’
Adriaan*: “Ik wil best sparen. Maar mijn twintig jaar jongere vrouw heeft een bedrijf waar veel geld in gaat zitten. We hebben geen kinderen, ik hoef geen buffer voor ‘wat als’. We leven nu en dit maakt haar gelukkig. We eten er geen boterham minder om, al grap ik soms wel dat het allemaal afgaat van haar erfenis.’

‘Ik lever niet in op eerlijke voeding’
Marc: “Al jaren probeer ik te sparen voor een emigratie naar Indonesië. Het leven haalt me altijd in. Ik scheidde van de vrouw met wie ik het waar zou maken. Plande daarna een verhuizing voor mezelf alleen tot ik onlangs een vrouw ontmoette die juist net naar Nederland is geëmigreerd. En ze is niet van plan weer te vertrekken. Ik lever bovendien niet in op goede en eerlijke voeding. Duur huren in de binnenstad vind ik belangrijker dan goedkoper samenwonen in een buitenwijk. Zo pas ik mijn toekomst-plannen steeds aan aan de wendingen in mijn leven en de dikte van mijn portemonnee. Is dat niet wat het leven is: het gebeurt terwijl je andere plannen maakt. Dan maar zonder eiland als eindbestemming, een leven in het nu maakt me gelukkiger.”
‘Alles voor een warm familienest’
Esmeralda: “Dat ik met onze kinderen in ons huis kon blijven wonen nadat mijn man René achttien jaar geleden volkomen onverwacht overleed, is me alles waard. Ik ben niet van de grote aankopen, schaf spullen om mijn huis gezellig te maken aan bij de kringloop, zodat de wijn rijkelijk kan vloeien voor mijn vrienden en familie. Alles om mijn dochter, zoon, schoonzoon en twee kleinkinderen een warm en vertrouwd nest te bieden. Toch: zodra mijn zoon van 26 het huis uit is, zet ik een bord in de tuin. Ik wil zo graag weer reizen. Ik ben 61, nu kan het nog. Met een huurappartement heb ik geen zorgen meer over mijn lasten en kan ik de wereld ontdekken. Ook dáár kan de wijn rijkelijk vloeien.”

‘Na twee maanden op één plek gaat mijn reisvirus kriebelen’
Marit*: “Als digitale nomade begeef ik me sinds dik dertig jaar tussen alle uithoeken van de wereld. Jaren leefde ik in Australië, om daarna te vertoeven in Indonesië, Thailand en Dubai. Ik heb geen kinderen, niets bindt mij. Behalve mijn familie in Nederland. Ik heb geen bezittingen, mijn leven past in twee koffers. Ik verdien genoeg om mijn leven te leiden dat, naast de nodige verzekeringen, alleen vliegtickets, maaltijden buiten de deur en scooterhuur behelst. Mijn overnachtingen zijn doorgaans gratis, want ik doe aan housesitting. Ik zou kunnen sparen voor een eigen huis, maar waarom zou ik als het reisvirus na twee maanden op één plek toch weer begint te kriebelen?”

‘Zo krijgt de Belastingdienst het later niet’
Marga*: “Elk jaar schenken mijn man en ik onze drie kinderen en vijf kleinkinderen een geldbedrag. Geen reusachtige bedragen, we bulken heus niet van het geld. Het is genoeg om ze te steunen bij vakanties, het halen van een rijbewijs of de aanschaf van een laptop voor een studie. Zelf hebben we weinig nodig, en wij geven het liever nu weg, dan na onze dood aan de Belastingdienst. Dat het goed gaat met ons nageslacht, zien wij als een gift aan onszelf.”
*Sommige namen in dit artikel zijn om privacyredenen gefingeerd. Hun echte namen zijn bekend bij de redactie.