Psycholoog Roos Vonk: ‘We zijn het gelukkigst als we met anderen samen zijn’

'Mensen hebben de illusie dat ze niet door anderen worden beïnvloed'
Auteur: |
Gepubliceerd 28 juli 2026
oudere vrouwen hebben plezier
Beeld Getty Images

Ieder mens denkt zelfstandig keuzes te maken. Ondertussen bepalen je ego, je onbewuste en zelfs de oermens je gedrag, zegt hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk. “Ik vind dat je kritisch moet kijken waar bepaalde gevoelens vandaan komen.”

Roos Vonk is geen psycholoog die patiënten behandelt. Ze bestudeert gewone mensen in het alledaagse leven: wat ze denken, voelen, doen, hoe ze elkaar beïnvloeden. Haar observaties zijn gebundeld in het boek O nee dit gaat over mij – Psychologie van alledaagse beslommeringen. “Mensen zien zichzelf als autonoom”, vertelt ze. “Ze hebben de illusie dat ze niet door anderen worden beïnvloed. Zo zeggen de meesten dat ze ongevoelig zijn voor reclame. Maar daar word je natuurlijk wel door verleid, anders ging er niet zo veel geld in om. Je bent je er alleen niet van bewust. Dat is logisch omdat de meeste informatie onbewust wordt verwerkt. Stel dat je met een vriendin in een café zit te kletsen. Je bewuste aandacht gaat naar het gesprek, maar onbewust registreer je ook dat de vrouw aan een tafeltje verderop een gele jas aan heeft, dat de ober aantrekkelijk is en dat je favoriete liedje wordt afgespeeld.”

Je kunt het vergelijken met een ijsberg in het water, zegt ze. “Het zichtbare deel, vijf tot tien procent, is het bewuste. Kun je nagaan hoe veel zich in het onbewuste afspeelt! Tijdens lezingen hoor ik vaak dat mensen moeite hebben dat te accepteren. Ze zeggen dat zij echt niet zo beïnvloedbaar zijn en zelf keuzes maken. Maar neem nu het verschijnsel mode. Tien jaar geleden droeg iedereen skinny jeans, nu zijn alle broeken weer wijd. Je denkt misschien dat het je eigen keuze is om weer zo’n broek te dragen omdat je die mooi vindt. Maar je vindt hem mooi omdat je hem vaak ziet.”

Samen sterk

In onze individualistische samenleving denken veel mensen dat ze anderen niet nodig hebben en het prima in hun eentje redden. Dat beeld is strijdig met wetenschappelijk onderzoek, zegt Vonk. “Mensen hebben, net als dieren, altijd in groepen geleefd. We zijn het gelukkigst als we met anderen samen zijn, als we het gevoel hebben erbij te horen, gevoelens en informatie kunnen delen. Zei iemand in de oertijd: ‘Toedeloe, ik zoek het zelf wel uit’, dan was diegene ten dode opgeschreven. Je had de groep nodig om te overleven, kinderen te krijgen en op te voeden. In de jaren zeventig van de vorige eeuw is de individuele samenleving ontstaan, maar de mens is en blijft een gezelschapsdier.”

De oermens zit nog steeds in de kern van ons wezen. Dat blijkt ook uit de behoefte om altijd meer te willen. We dromen van een groter huis of een dikkere auto, all you can eat-restaurants floreren, kasten puilen uit. Volgens Vonk komt dat doordat de oermens met schaarste moest leven. “Het was verstandig om zo veel mogelijk te eten als er voedsel beschikbaar was. Dan had je reserve voor mindere tijden. Dat zit nog steeds in ons, al weten we dat het slecht is voor de aarde en ons lichaam. Maar de oermens in ons is de baas.”De oermens was trouwens niet verwend, die was al tevreden met goed genoeg. In onze huidige tijd van overvloed willen we echter vaak ook nog het beste van het beste. Op internet zoeken we eindeloos naar de perfecte vakantiebestemming, op datingsites swipen we tot onze duim zeer doet, op zoek naar een partner die aan alle eisen voldoet. Volgens Vonk maakt deze optimaliseerdrift niet gelukkiger. “Daar is onderzoek naar gedaan. Wat blijkt, is dat mensen die altijd het beste willen, minder gelukkig zijn. Ze hebben alle alternatieven tegen elkaar afgewogen, maken een keuze, maar gaan dan twijfelen. Hadden ze toch niet beter voor X of Z kunnen gaan, in plaats van Y? Zelf heb ik dat als ik op een terras wil gaan zitten. ‘Zoek jij maar een tafel uit, en daarna wil ik niet meer verkassen’, zei mijn ex dan met vooruitziende blik. Want zodra ik ergens ben gaan zitten, ga ik twijfelen. Is het toch niet fijner om in de zon te zitten? Of meer uit de wind? Terwijl je het veel leuker hebt als je gewoon ergens plaatsneemt en er niet meer over nadenkt.”

Zei een oermens: ‘Toedeloe, ik zoek het zelf wel uit’, dan was hij ten dode opgeschreven

Test je gevoel

In onze samenleving wordt vaak benadrukt dat je je gevoel moet volgen. Psycholoog Roos Vonk denkt daar anders over. “Mensen schermen soms met hun gevoel om hun zin door te drijven. Ik vind dat een onvolwassen manier om in het leven te staan. Emoties zorgen voor bewustzijnsvernauwing. In de oertijd had je die nodig om te overleven. Je werd bang voor een roofdier en alles in je was gefocust op overleven. Nu gaan die emoties niet meer over leven en dood en is bewustzijnsvernauwing niet meer nuttig. Daarmee bedoel ik niet dat je gevoelens moet wegwuiven of onderdrukken, dat is ongezond. Maar je moet wel je bewustzijn inschakelen om kritisch te onderzoeken waar een bepaald gevoel vandaan komt. Doe je dat niet, dan reageer je volgens je instincten, dus als een dier. Daarmee beperk je je keuzevrijheid. Bedenk ook dat gevoelens over het algemeen kort duren. Ben je boos en ga je iets anders doen, dan verdwijnt die emotie na een poosje. Heb ik een dwingend gevoel om iets te mailen, zeggen, doen of kopen, dan zeg ik tegen mezelf: slaap er een nachtje over. Wil ik het daarna nog steeds, dan kan dat. Maar de volgende dag kijk ik er vaak anders tegenaan.”

Ze maakt onderscheid tussen voelen met het hart en voelen met de onderbuik. “Gevoelens van de onderbuik gaan over dingen die je nu meteen wilt hebben of doen. Dat is het dwingende kind in je. Gevoelens van het hart hebben te maken met de persoon die je wilt zijn, je waarden, zoals verbinding, geduld of liefde. Stel dat respectvol zijn een belangrijke waarde is voor jou en je hebt iemand onjuist behandeld. Dan spreekt het gevoel van je hart: je was niet de persoon die je wilt zijn. Ik kan zelf niet goed tegen onbekwaamheid en wil weleens uit mijn slof schieten. Later krijg ik dan spijt omdat ik snibbig heb gedaan, dat is mijn gevoel van het hart. Vroeger probeerde ik dat te laten rusten, tegenwoordig bel ik diegene op om te zeggen dat ik niet zo heftig had moeten reageren. Daarna voel ik me beter.”

Liever luisteren

Naarmate je ouder wordt, lijkt het alsof je je beter in een ander kunt verplaatsen. Je weet immers hoe het is om een ouder te verliezen, liefdesverdriet te hebben, je baan kwijt te raken. “Toch moet je dan niet meteen zeggen: dat heb ik ook!”, zegt Vonk. “Niet onmiddellijk je ervaring op de ander projecteren, maar goed luisteren. Misschien heeft die ander een scheiding of verlies op een totaal andere manier beleefd. Vaak zie je dat mensen die een grote crisis hebben doorgemaakt daarna anderen willen helpen. Ik vermoed dat hun ego daarbij een rol speelt. Ze zien zichzelf als iemand die weet hoe het leven in elkaar zit. Een coach moet daarom goed zijn of haar drijfveren onderzoeken. Waarom wil ik een ander bijstaan? Wat haal ik er voor mezelf uit? Voor een cliënt is het lastig om erachter te komen of je een goede coach hebt. Voor een geslaagde therapie is het allerbelangrijkste dat je een klik hebt met iemand. Als het voor de coach eigenlijk een ego-trip is, voel je als cliënt waarschijnlijk geen klik.”

De waarheid die je tijdens zo’n traject ontdekt, is soms ook moeilijk te verteren. Dan moet je bijvoorbeeld accepteren dat je moeder nooit zal erkennen dat ze je heeft verwaarloosd in je jeugd. Dat je ex nooit bij je terug zal komen. Dat je baan niet bij je past. “Wanneer het kwartje eenmaal valt, is dat vaak even pijnlijk. De primitieveling in ons, het kind, wil zich goed voelen en zal alles doen om vervelende dingen te vermijden. Maar daarna volgt de bevrijding. Je hoeft de werkelijkheid niet meer te verdraaien om jezelf te beschermen. Je kunt stoppen met worstelen en nieuwe stappen zetten.”

Voor verbondenheid

Toch kan ook de waarheid relatief zijn, zegt Vonk. “Neem de politiek. Mensen vinden het moeilijk om naar de mening van een ander te luisteren. Ze identificeren zich met hun mening, daardoor voelt die van een ander bedreigend. Uit onderzoek blijkt dat mensen nog liever de kans om geld te verdienen voorbij laten gaan dan te luisteren naar het standpunt van hun politieke tegenstander. De afgelopen jaren wordt polarisatie steeds erger en luisteren we helemaal niet meer naar elkaar. Ik vermoed dat onze voorouders niet zo negatief over andere groepen zouden zijn geweest. Niet als ze zo veel voedsel hadden gehad als wij. Migratie was in hun tijd normaal, ze leefden als nomaden en wisselden spullen uit omdat ze alleen hoefden te hebben wat ze op dat moment nodig hadden. Waarom zouden ze een vreemdeling niet laten mee-eten als er genoeg eten is? Ik denk dat dat is misgegaan toen we op grote schaal gingen leven. Kom je nu in een kleinere gemeenschap, bijvoorbeeld een woonwijk waar ze aan het barbecueën zijn, dan is de kans groot dat mensen zeggen: ‘Pak een bord en neem een sateetje.’ Maar in de samenleving zijn de lijnen te lang, waardoor we het gevoel van controle verliezen. Voor onszelf hebben we het goed geregeld, we zijn bang dat buitenstaanders dat afpakken.”

Vonk vindt de mensheid daarom niet zo’n geslaagde diersoort. “Eigenlijk zijn we nog steeds kleine kinderen die niet willen nadenken over de consequenties van gedrag. We plunderen de aarde omdat wíj het op dit moment goed willen hebben. Zelfs als we weten dat onze kleinkinderen daardoor straks met de brokken zitten. Aan de andere kant hebben mensen ook het vermogen om met een ruime blik naar de wereld te kijken. Dat vermogen zouden we meer moeten gebruiken. De wereld is groter dan ikke, ikke, ikke. Wie dat kan zien, ervaart meer verbondenheid. Dat is wat uiteindelijk het gelukkigst maakt.” 

Prof. Roos Vonk is hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze deed onderzoek naar onderwerpen als slijmen, zelfwaardering en zelfcompassie en schreef diverse populair-wetenschappelijke boeken, waaronder Collega’s en andere ongemakken, Liefde, lust en ellende, Je bent wat je doet en Mijn ego heeft altijd gelijk. Ze is actief als dierenbeschermer en woont buitenaf met twee honden, een kat en kippen.

Bron Plus Gezond