Interview Sonja Barend (1940-2026): ‘Wat niet echt is, ontmaskert zichzelf vroeger of later’

Een interview met de inmiddels overleden presentatrice
Auteur: |
Gepubliceerd 14 april 2026
Sonja Barend
Beeld Sonja Barend

Sonja Barend (1940-2026) was de moeder van alle Nederlandse talkshows. In 2017 verscheen haar autobiografische debuut: ‘Je ziet mij nooit meer terug’. Een gesprek met Sonja over autonomie, loyaliteit en een hemelsblauwe Fiat 600!

Interview: Rick de Leeuw | Fotografie: Jacqueline de Haas | Zin Magazine 7, 2017

Rick de Leeuw: ”Toen ik een rockzanger was en beroemd wilde worden, was een liveoptreden bij Sonja Barend zo ongeveer het hoogst haalbare. Toen ik eindelijk voldoende roem bijeen had vergaard, was er geen ruimte meer voor livemuziek in haar programma’s. Nu eindelijk de kans om haar te ontmoeten!”

Sonja Barend: “Toen ik 15 was, ging ik van school en kreeg ik een betrekking bij de Twentsche Bank. De eerste keer dat ik er binnenkwam, was ik verbijsterd. De immense saaiheid deed me de adem afsnijden. Nog altijd zie ik die mensen voor me: te zwijgzaam, te stijf, te deftig. Ik dacht: dit kan niet de bedoeling zijn. Ze waren misschien in de 30, maar ze zagen eruit als 100. Een vriendin woonde bij ons in de straat en haar vader was een van die stoffige mannen. Naast hem fietste ik elke ochtend naar de bank, broodtrommel achterop. Het idee dat het leven zo in elkaar zat, was voor mij onverdraaglijk, maar zonder menswaardige opleiding werd ik aan een specifieke plek vastgezet. Ik was nog een meisje, met sokjes aan. Groots en meeslepend wilde ik leven, maar ik had geen idee hoe.”

Werkvreugde is geen loos begrip, ik ben blij dat ik weet wat het betekent

Enorme vrijheid

“Mijn leven veranderde toen ik bij een bureau ging werken waar mensen getest werden voor school- en beroepskeuze. Daar werkte een aantal psychologen en zij hebben mij, zonder dat ze het wisten, op weg geholpen. Op het werk voerden ze vaak boeiende gesprekken, waar ik me soms in mocht mengen. Op een dag vroeg mijn baas me tijdens zo’n gesprek of ik wel wist dat ik erg slim was. ‘Nee meneer,’ antwoordde ik keurig. Dat moment heeft mijn leven veranderd. 

De televisie heeft me daarna natuurlijk ongelooflijk geholpen, maar daar is het begonnen. Ik besefte dat ik verder moest leren, dat ik zelf iets van mijn leven moest maken. Als je iets wilt, moet je ervoor durven kiezen. In het leven zit er niets anders op. De televisie is me daarna in de schoot geworpen, maar de kansen die ik daar kreeg heb ik zelf benut. De vrijheid bij de televisie was enorm. Ik kon op mijn fiets stappen en naar het geluidsarchief rijden om iets op te zoeken of naar de decorbouwers gaan om dingen te bespreken en de studio eruit zien komen te zien. Ik werkte keihard, maar het was alle dagen feest en diep in mijn hart begreep ik niet dat ik daar voor betaald werd. Werk voelde als een los begrip. Ik ben blij dat ik weet wat het betekent.”

Wijze les

“Autonomie was mijn streven, financieel én emotioneel. Mijn moeder was totaal afhankelijk geweest van het inkomen van haar tweede man. Een tiende huishoudgeld kreeg ze per dag en daar moest alles van gedaan worden. Voor mij was het dus ontzettend belangrijk dat ik geld in mijn zak had. En dat hoefde niet veel te zijn, als ik maar nooit iemand hoefde te vragen of ik iets mocht lenen. Ik wilde zelfstandig zijn. De euforie toen ik mijn eerste autootje kocht, een hemelsblauwe Fiat 600. 

Als ik die autosleutels in mijn zak voelde, wist ik dat ik weg kon wanneer ik maar wilde. Mijn eerste rit herinner ik me nog goed. Ik had dat autootje gekocht in Den Haag en was ermee weg naar Hilversum, waar ik werkte bij de televisie. Het was mijn allereerste rit, helemaal alleen. Ik schakelde al snel van zijn eerste naar zijn tweede versnelling en omdat ik niet zo hard wilde rijden, dacht ik dat het zo verder wel goed was. Ik genoot volop van mijn nieuwe aanschaf en mijn pas verworven vrijheid toen er op het dashboard allerlei lampjes gingen branden. Je moet onderweg leren op tijd te schakelen, en wijze les die niet alleen voor de auto geldt.”

Piepen van heimwee

“Ik woonde op de Prinsengracht in Amsterdam, met uitzicht op de Noordermarkt. Moeder kwam haast niet. Mijn carrière bij de tv liep op rolletjes. Ik had het kortom geweldig naar mijn zin toen Ralph Inbar, met wie ik een jaar eerder getrouwd was, op een dag vroeg of ik met hem mee wilde emigreren naar Israël. Hij was gevraagd om daar een tv-station vanaf de grond op te bouwen. Hij was een gedreven televisiemaker en wilde zo’n kans met beide handen grijpen. Dat begreep ik eigenlijk wel. ‘Word ik niet heel erg ongelukkig als ik uit Amsterdam wegga en mijn toekomst in Hilversum achter me laat,’ vroeg ik mezelf de dagen nadat ik met hem meeging, voornamelijk uit nieuwsgierigheid. Er is in het leven niets erger dan nieuwsgierigheid. 

Ik ben ontzettend blij dat ik die stap genomen heb, vooral omdat mijn gevoel voor eigenwaarde er enorm door gegroeid is. Ik was trots op mezelf, omdat ik zo’n grote ommezwaai in mijn leven aandurfde. Binnen een half jaar werkte ik ook in Israël bij de televisie, waarschijnlijk had ik er net zo’n carrière gehad als hier. Ik heb het uiteindelijk niet volgehouden, na anderhalf jaar piepte ik echt van de heimwee. Maar die periode heeft op de rest van mijn leven een grote invloed gehad. Het was in veel opzichten een overtuigend bewijs van mijn autonomie. Niets loste zich voor niets op.”

Spanning, missers en kritiek

“Terug in Nederland kon ik weinig anders bedenken dan weer bij de televisie solliciteren, waar ik meteen een kleine plek kreeg. De VARA heeft me toen een tweede kans gegeven, waar ik ze nog steeds dankbaar voor ben. Televisie maken heb ik geleerd op de televisie, met alle voor- en nadelen van dien. Er was geen generatie voor ons, van wie ik het presenteren van een liveshow kon leren. Ik deed wat ik dacht dat goed was en werd elke uitzending opnieuw beoordeeld door een enorm kritisch publiek. En geloof me, daar wordt een mens snel volwassen van. Het waren intense jaren, waarin ik wekelijks en later zelfs dagelijks op tv te zien was. Honderden uitzendingen. 

De spanning, de missers, de kritiek, die lof. Ik heb er enorm van genoten, maar vanaf het moment dat ik besloot te stoppen, heb ik er nooit meer één seconde naar verlangd. Er zijn mensen die gek zijn op herhalingen en die menen dat ze alles opnieuw moeten beleven, maar dat heb ik nooit gehad. Ik heb het nooit gedaan. Ik vond het belangrijk dat ik het zou blijven doen totdat er ooit bij neer zou vallen. Dat vond ik toen romantische gedachte, belachelijk. Nu ben ik blij dat er voor mij na de televisie nog een leven blijkt te bestaan. Een leven waarin ik hopelijk nog vele jaren alert en nieuwsgierig blijf en me niet bij het haardvuur kan zetten praten met een paar goede vrienden. Want nog altijd is er maar weinig dat mooier is dan een goed gesprek.”

“Het schrijven van Je ziet mij nooit meer terug was bij momenten monnikenwerk. Het was pijnlijk om in de geschiedenis van mijn ouders te onderzoeken en de beslissingen van mijn moeder aan het papier toe te vertrouwen. In het begin werd ik daarbij enorm geremd door mezelf. Omdat ik over mijn eigen schouder meekeek naar wat ik schreef en de dingen niet durfde te benoemen. Toen heb ik mezelf streng toegesproken: je moet zonder gêne schrijven, je moet niet stoppen. Ik kon daar niet voor weglopen. De waarheid kent haar rechten, ook in een boek. Wat niet echt is, ontmaskert zichzelf vroeg of laat. Het was mijn loyaliteit ten opzichte van mijn moeder waar ik mee worstelde. 

Een aantal van de keuzes die zij toen gemaakt heeft, vond ik te verschrikkelijk om op te schrijven. Maar als ik het weg zou laten of zou verzachten, werd het betekenisloos. Toen ik in mijn eentje zat te schrijven, had ik veel tijd om na te denken en om mijn eigen situatie te verklaren. Ze was 27 en het was oorlog. Mijn vader was een Jood, dus had hij geen werk. Waar betaalden ze de huur van? En de elektriciteit? Hoe zou ik in die situatie hebben gehandeld? Mijn hele leven heb ik hetzelfde van haar gedaan, en dat is absoluut niet veranderd. Maar toen ik het verleden uit begon te pluizen, kwamen heel pijnlijke zaken boven water. Het was verdrietig om haar van alles te verwijten, maar ik heb dat nooit gedaan. Het leven jaagt ons soms door perverse bochten. Ze was ook het slachtoffer van omstandigheden, en ik vrees dat ze de rest van haar leven in stilte een hele hoge prijs heeft betaald.”

Schaamte overwonnen

“Van nature ben ik niet zo’n mild persoon. Ik oordeel snel, en dat is niet altijd goed. Gelukkig had ik een hecht team om me heen dat me beschermde en waar ik alles mee kon bespreken. Maar nog altijd was ik zo kwetsbaar als bij de schrijver van dit boek. Mijn hele leven heb ik geleerd om me niet te schamen voor mijn emoties. Maar ik moest die schaamte nu echt overwinnen, en dat was mijn grootste opluchting. Nu alles op tafel ligt, heb ik eindelijk niets meer te verbergen. Op een vreemde manier heeft juist mijn kwetsbaarheid me onkwetsbaar gemaakt.”

Allemaal gelukszoekers

“Ik til niet heel licht aan het bestaan. Ik voel me vaak schuldig en heb al snel het gevoel dat ik anderen tekortdoe. Ik zou heel graag een klootje meer willen hebben van jongens, ik heb mijn best gedaan, maar helaas. Maar daarmee voldoe ik niet aan de standaard die ik voor mezelf stel. Ik ben altijd al heel streng voor mezelf geweest. Met de jaren heb ik geleerd om wat vaker tevreden te zijn met wat ik doe. Een mens kan veel slechter af zijn. Een paar maanden geleden lieten ze beelden zien van vluchtelingen in Griekenland. Met hun blote voeten in de sneeuw. 

Hoe kunnen we toch zo ontzettend ontevreden zijn? Dat soort beelden brengen me terug naar wat er echt toe doet: menselijkheid. Hoe kunnen we toch zoveel mensen letterlijk in de kou laten staan, omdat ze ‘gelukszoekers’ zijn? Maar we zijn toch allemaal gelukszoekers, of niet? Als ik geen gelukszoeker was geweest, had ik nu misschien teruggekezen op een vergooid leven bij de Twentsche Bank. Je moet het altijd blijven zoeken, en ik heb het altijd gezocht.”

Heel erg verliefd

“Toen ik uit Israël terugkwam, was ik 30 en had ik mijn onafhankelijkheid eindelijk helemaal gevonden. Bij de televisie had ik de draad weer opgepakt en ik had zelfs een huis voor mezelf gekocht. Tien jaar later kwam ik de man van mijn leven tegen. Ik dacht helemaal niet aan een nieuwe relatie met een man en hij was een paar jaar daarvoor gescheiden en dacht ook helemaal niet aan een nieuwe relatie met een vrouw. 

We ontmoetten elkaar op een feestje en hij vond het ontzettend leuk dat ik in Israël gewoond had. Hij had er zelf ook lang gewoond. Het verbaasde hem nog meer dat ik ook de taal sprak. Het schiep onmiddellijk een verwantschap, een grote verbondenheid, wij begrepen elkaar. Ik werd heel erg verliefd op hem en ging verschrikkelijk veel van hem houden, wat nogal ingewikkeld was omdat hij drie kleine kinderen had.

Daarnaast had hij een architectenbureau waar hij veel tijd aan kwijt was, en ik werkte natuurlijk ook heel hard. Bepaald geen ideale omstandigheden voor een prille relatie. En zéker niet voor twee mensen die hun onafhankelijkheid zo hoog in het vaandel hadden staan als wij. Misschien was het wel die zo lang gekoesterde autonomie die ervoor gezorgd heeft dat we allebei wisten wat we aan elkaar hadden. Werkvreugd en grote liefde, ik heb ze allebei in hoge mate gevonden, wat wil een mens nog meer?’

Sonja Barend Tijdlijn

1940
Wordt in Amsterdam geboren als Sonja Barend

1942
Haar vader wordt door de Duitsers afgevoerd

1966
Maakt haar televisiedebuut als presentator van Fanclub

1968
Trouwt met regisseur en televisiemaker Ralph Inbar

1969
Verhuist naar Israël en presenteert daar enkele tv-programma’s

1972
Keert terug naar Nederland, maakt voor de AVRO Wie van de drie en Sonja’s vondst

1972
Speelt met Kees Brusse en Anka van der Moer in de speelfilm VD

1977
Presenteert bij de VARA het succesprogramma Sonja’s goed nieuws show

1981
Presenteert Sonja op zaterdag (en alle andere dagen van de week)

1989
Speelt in de speelfilm Trouble in Paradise van de Belgische regisseur Robbe De Hert

1992
Trouwt met de architect Aat Censter

1997
Presenteert met Paul Witteman Barend & Witteman

2006
Wordt benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau

2007
Wint de prestigieuze Zilveren Nipkowschijf

2017
Debuteert als schrijver met Je ziet mij nooit meer terug