Interview Splinter Chabot: ‘Ik trakteer graag op inspiratie’

Ook in een wereld van dictators is er altijd liefde en hoop
Gepubliceerd 26 augustus 2026
Splinter Chabot
Beeld Merlijn Doomernik

Terwijl het vierde boek van Splinter Chabot uitkwam, werd zijn eerste verfilmd. Komend seizoen zit hij weer met Youp van ’t Hek bij Eva om kunst en musea te bejubelen. “Ik wil alles lezen en alles zien om anderen te inspireren.”

Splinter Chabot (1996, Den Haag) is de derde van vier zoons. Vader is schrijver/dichter Bart, moeder is arts Yolanda. Splinter was landelijk voorzitter van de JOVD, schrijft, presenteert en is programmamaker. Hij is bekend van Moltalk, Ondertussen aan de Hofvijver en Pride. In 2027 komt de film Confettiregen uit, de verfilming van Splinters eerste boek. Michiel van Erp is de regisseur. De hoofdrol is voor Roman Derwig, de cast bestaat verder uit Maarten Heijmans, Wende Snijders, Abke Haring en Romana Vrede.

Foto’s Merlijn Doomernik

In je boek Twee Prinsen, maar ook in je 5 mei-lezing in Utrecht speelt het thema ‘onvrijheid versus hoop en liefde’ een centrale rol. Hebben we vrede en vrijheid in bruikleen van een nieuwe generatie?

“Absoluut. Waar ik voor strijd is de vrijheid jezelf te mogen zijn. In een wereld waar bedreiging, onzekerheid, spindoctors en dictators een steeds grotere rol spelen, is dat een enorme uitdaging. Het is een cruciale vraag: ben je vrij of ben je onvrij? In deze tijd van verrechtsing moet je steeds meer opletten. Wie je bent, wat je zegt. In mijn werk, in mijn boeken, zit altijd iets pamfletterigs. Het zijn mijn vuisten van woorden tegen de onvrijheid die ik steeds meer voel. Zorgwekkend hoe mensen zich in groepjes opsplitsen en in bubbels verdwijnen waarin enkel het eigen gelijk geldt. 

Vanuit de politiek klinken veel hondenfluitjes, bedoeld om verdeeldheid te zaaien. En tegelijk is er altijd liefde en hoop. Daarom had ik het in mijn 5 mei-lezing over drie vrouwen die voor mij heldinnen zijn: Nobelprijswinnares Bertha von Suttner, de Joodse verzetsstrijdster Selma van de Perre en dan symbolisch een Oekraïense vrouw uit Kramatorsk, die figuurlijk staat voor hoop, veerkracht en verzet. Kramatorsk is een van de laatste steden in de Donbas is die nog niet door Rusland is bezet. Bertha von Suttner was een Oostenrijkse pacifiste die met haar boek De wapens neer! de Russische tsaar inspireerde tot het organiseren van de eerste Haagse vredesconferentie in 1899. Hoe fantastisch is dat? En zij benaderde Andrew Carnegie om de bouw van het Vredespaleis mogelijk te maken. Dat één vrouw zoveel voor elkaar krijgt, is toch enorm inspirerend?”

Ook in een wereld van dictators is er altijd liefde en hoop

In Twee Prinsen schets je een wereld waarin de vrijheid jezelf te mogen zijn behoorlijk onder druk staat. Zeker als je homoseksueel bent.

“Helaas schets ik de waarheid. Ik ben op dit moment verliefd. Als ik  met mijn liefde over straat loop, zijn we alert. Dan zeg ik: laat mijn hand maar even los. Ik ben te vaak bespuugd, uitgescholden, agressief bejegend. Mijn vriend wilde een klein hondje nemen. ‘Doe maar niet,’ zei ik, ‘want dan vallen we nog meer op en wordt de magneet van agressie nog groter.’ Tegelijk dacht ik: wat ben ik aan het doen? Ben ik me nou aan het aanpassen omdat een ander er misschien iets van vindt? Ik kreeg na mijn eerste boek, Confettiregen, veel brieven. Daar zat het verhaal van Richard tussen. 

Hij heeft een einde aan zijn leven gemaakt omdat zijn strenggelovige ouders niet accepteerden dat hij op jongens viel. Toen hij zijn hart bij hen opende werd hij in elkaar geslagen. Ik heb zijn verhaal als inspiratie gebruikt voor het boek. Daarin heeft Matteo de vrijheid als parfum om zich hangen, maar Richard is bang. Ik heb alles gebruikt wat ik voel. Woede, lust, verstikking, liefde. Het boek is ook een viering, er zit veel seks in, ik laat die jongens rennen over de daken van Rome, elkaar bijna opeten van verliefdheid. Het is een voortdurend spel tussen vrijheid en dreiging. Veel jongens die uit een strenggelovige achtergrond komen, leefden in een grijze ruimte met grijze mist. Er hoeft maar één iemand een raampje uit te zagen om te laten zien dat er licht is.”

Splinter Chabot

Voor het boek was je in Rome. Voor jou als kunstliefhebber natuurlijk het walhalla. Hoe heb je dat gebruikt?

“Veel mensen denken dat je kunst moet duiden. Dat is niet zo. Ik vertel veel liever de verhalen die erachter zitten. Voor Eva was ik met Youp van ’t Hek naar het Kröller-Müller Museum om de tentoonstelling Het Europa van Isaac Israëls te bekijken. Dan vind ik het waanzinnig om erachter te komen hoe de laatste jaren van Israëls leven in het teken stonden van zijn zieke vrouw. Daardoor is hij gaan schilderen met een melancholische blik naar het mooie verleden. In de winter van zijn bestaan schilderde hij alleen nog maar de zomer, waar hij geen onderdeel meer van was. Voor mij gaat een schilderij dan totaal leven. In Rome heb ik lang staan kijken in de Sixtijnse Kapel naar de vingers van God en Adam die naar elkaar reiken, het werk van Michel-angelo. God strekt zich uit, maar de mens is lui en laat zijn vinger krom hangen. Matteo lepelt in het boek een theorie op dat de ruimte tussen de vingers van God en Adam de onvrijheid is. God laat zien dat alles mag, maar het is de mens die vastzit.

Michelangelo was homoseksueel. Het is aanlokkelijk te denken dat hij dit zo heeft geschilderd om de onvrijheid te laten zien. Dat de boodschap is dat wij onze vingers wél moeten strekken. En dat dan iedereen vrij is.”

Je kunt dit soort verhalen zo begeesterd vertellen. Ga je door bij Eva?

“Ja, Youp en ik mogen door. Zo leuk. Er is zoveel schoonheid nog te bespreken en te onderzoeken. Het geeft mij altijd ongelooflijk veel energie. Als je die schoonheid te midden van alle donkerte in de wereld durft te omarmen, krijg je zelf ook weer zin om iets heel moois neer te zetten. Als je kunst aanraakt en oplicht, brengt dat altijd een beweging in gang.

Je luistert heel anders naar het vioolconcert in D-majeur van Tsjaikovski als je weet hoe hij dat heeft gemaakt in de besneeuwde bergen van Zwitserland. Vanuit zijn liefde voor zijn muze Kotek, want Tsjaikovski was heimelijk homoseksueel. Als je dat weet voel je de verliefdheid die niet mocht, de eerste tien minuten hoor je het al: dit gaat niet goed. Prachtig.”

Toen je in maart 30 werd, vierde je dat met een boekpremière in de Stadsschouwburg van Amsterdam. Het leven moet groots en meeslepend zijn?

“Waarom niet? Ik trakteer graag opinspiratie. Ik loop al een tijd rond met een concept in mijn hoofd, een verhaal waarin ik de kunsten breed wil vieren, waarmee ik de theaters in kan. Een grote droom. Toen ik 30 werd en tegelijkertijd het boek uitkwam, dacht ik: ik ga het gewoon doen. Een theatraal programma ter viering van de liefde en de vrijheid om jezelf te zijn. In de zaal zaten mijn vrienden en collega’s, ik dacht: dit is mijn cadeau aan jullie. Ik had honder-den redenen kunnen verzinnen om het niet te doen, maar ik dacht: ik ga het gewoon wél doen. 

Dresscode black tie, iedereen in gala. Ik had operazangeres Josephina Hoogstad gevraagd, Jeangu Macrooy kwam zingen, orkest Kamerata Zuid speelde, Sarah Janneh, Angela Groothuizen, Marlijn Weerdenburg, Tess Merlot, Joshua Nolet, het Musicalkoor Rotterdam en de dansers van het Lucia Marthas Institute for Performing Arts traden op. De avond begon met een van mijn lijfliederen: Stop this flame van Celeste. De hele avond was één grote ode aan alle kunstvormen die er zijn. Ik voelde het in mijn hele lijf: dit is wat ik het liefste wil. Dat alle mensen geïnspireerd zouden raken, dat was mijn droom en als dat is gelukt, vind ik dat waanzinnig.”

ANP

Is het ook een statement? In het boek laat je de hoofdpersoon fulmineren: ‘Altijd zijn we te…’ Ben jij graag ‘te’?

“Mensen zeggen vaak: ik heb niks tegen homo’s. Maar daarna: als ze maar wel een beetje normaal doen. Dan denk ik: waar bemoeien ze zich mee? Zonnekoning Lodewijk XIV liep rond in kilo’s aan stof. Roze sokken waren tachtig jaar geleden nog in, totdat iemand verzon dat roze vrouwelijk was.

Kom op zeg. Omarm de glitters en de vrolijkheid. Voor mijn boekpresentatie zei mijn uitgever nog: houd het klein. Dat is niet gelukt, haha. Er was vuurwerk op het podium bij de onthulling van het boek. Ik heb de eerste exemplaren gegeven aan jongeren die werken bij de GSA (Gender Sexuality Alliance), dat wordt ondersteund door het COC. Ik zei: ‘Jullie zijn de echte helden, jullie durven zichtbaar te zijn in een wereld die duister is.’”

Dat contrast is iets wat je steeds benoemt, hè?

“Maar zo is het ook. Als ik bij Eva geestdriftig over kunst zit te praten, oprecht enthousiast, moet ik niet de social media openen. Dan lees je meteen: de zwakzinnige homoseksuele zoon van Bart Chabot zat weer aan tafel. Dan denk ik: Harry Pater, lieve schat, waar maak je je druk over? Ik schrik niet meer zo als tien jaar geleden. Maar de bedreigingen nemen helaas toe.

Rob Jetten vertelde in een persconferentie aan het begin van zijn premierschap dat hij tweehonderd aangiften per week deed! Oneens zijn mag, maar waar haal je het gore lef vandaan iemand naar het leven te staan?”

Toch zei je net in een bijzin: ik doe wat minder uitbundige kleding aan, wat minder glitters.

“Ik heb vijftig boekwinkels bezocht om het boek te promoten en dan kleed ik me als een dominee. Totaal in het zwart. Het verhaal gaat over Richard, daar passen geen glitters bij. De aandacht moet dan naar de kern, het verhaal, gaan. Ik had voor de 5 mei-lezing veren van vredesduiven kunnen dragen, maar ik heb ontwerper Jonathan Christopher gevraagd om iets donkerblauws te maken. Ik probeer altijd na te denken: waar ga ik heen, wat ga ik doen, wat ga ik bereiken?”

Als je dat doortrekt: wat wil je dan bereiken?

“Ik hoop dat ik kan blijven groeien in mijn rol. Als schrijver ontdek ik dat ik minder van A naar B naar C en D ga. In Twee Prinsen wissel ik scènes vanuit het verleden en heden steeds af, je gaat als lezer steeds van Nederland naar Rome en weer terug. En ik heb er woede aan toegevoegd.

Waarom moeten we altijd maar wegkijken, waarom moeten we onszelf uitschakelen als we verliefd zijn. Daarom laat ik de prooi in het boek uiteindelijk ook de jager zijn.”

En de kunst?

“Er valt nog zoveel te ontdekken. Dat is het fijne en tegelijk het erge, want je kunt nooit alles zien. En dat is precies wat ik wil, haha! Ik wil alles lezen, alles zien, alles luisteren, me aan alles laven om anderen te inspireren. Dat is zo mooi. Als iedereen de schoonheid ziet, wordt het stil van bewondering. Van die stilte houd ik.”