Toe aan een hoortoestel: wat kost het? En wat moet je zelf betalen?

Een op maat gemaakt hoortoestel kan het begin van dementie vertragen
Auteur: |
Gepubliceerd 12 juni 2026
Hoe kies je het juiste hoortoestel?
Beeld Getty Images

Journalist Wim Spijkers merkte al langer dat het steeds meer moeite kostte om gesprekken te volgen. Wel hoorde hij duidelijk zichzelf steeds ‘wat zeg je?’ vragen. Toch stelde hij een hoortoestel jarenlang uit (“Noem het ijdelheid.”). Nu is het dan eindelijk zover.

Toen ik die avond voor de zoveelste maal ‘wat zeg je?’ zei, barstte de bom. En niet zo’n beetje ook. Mijn vrouw, doorgaans de evenwichtigheid zelve, trok onverwachts fel van leer. “Laat nou eens wat aan je gehoor doen, man!” foeterde ze. “Je wordt steeds dover!” Ik stond perplex, maar haar waarneming klopte natuurlijk wel. Het sluimerde al een flinke poos. Er zat niets anders op dan “ik zal een afspraak maken” te mompelen. “Jaja”, klonk het schamper, waarna me mijn eerdere loze beloftes werden ingepeperd. Dat ik er ditmaal niet mee wegkwam, leek zonneklaar.

Dreunenende bassen

Het liep echter anders. Bovenstaande scène uit een verder harmonieus huwelijk speelde begin oktober 2020, kort vóór de tweede coronagolf. En inderdaad, mijn linkeroor was inmiddels achteruit gekacheld. Dat openbaarde zich eerst binnenshuis, wanneer zij terloops – in het voorbijgaan of vanuit een aangrenzende kamer – tegen me begon te praten. Soms zelfs terwijl we samen aan tafel zaten. Ook het volume van de tv werd stilaan een dingetje. Evenals vragen van obers en winkelpersoneel. Op anderhalve meter converseren met vrienden, bekenden of medehonden-bezitters vormde in die virustijd een heuse uitdaging.

Volgens mijn vrouw kwam het door de talloze concerten die ik in een vorig leven als popjournalist had bezocht. Jarenlange blootstelling aan snerpende gitaren en dreunende bassen, dat werk. Onbeschermd bovendien, want oordopjes werden destijds nauwelijks gebruikt. Zoiets eist zijn tol. Toch zette ik vraagtekens bij haar duiding. Om te beginnen had ik me, in tegenstelling tot bevriende fotograaf K., nooit vlak voor podia opgehouden. En sowieso: waarom was er dan slechts aan één kant sprake van wezenlijk gehoorverlies? Het rechteroor functioneerde tenslotte nog best aardig, mits naar de geluidsbron toegewend. Zelf verdacht ik ook twee achtereenvolgende retourvluchten richting Caraïben, eentje gepland, de andere zeker niet. Sindsdien had ik steeds vaker last van luchtdrukverschillen in het kwakkelende oor.

Hoezo, fysieke aftakeling?

Ondanks dit euvel en de overvloed aan reclamecampagnes (Doe een gratis hoortest!) voelde ik aanvankelijk niets voor een medisch hulpmiddel. Noem het ijdelheid. Of een naïeve manier om je fysieke aftakeling te ontkennen. Misschien vond ik vooral dat dit soort dingen anderen overkwam. Herinneringen aan het kloeke apparaat – denk kleine aansteker – waarmee mijn schoonvader geregeld zat te hannessen, werkten evenmin bevorderlijk. Wat wel hielp? Toen vriend K. vertelde al geruime tijd in beide oren een exemplaar te dragen. Dat was me totaal ontgaan, met het juiste kapsel kom je kennelijk een heel eind. Hij bleek er zeer content over. Pas na enig aandringen schoot hem één minpuntje te binnen: de keer dat hij er gedachteloos mee in zee was gesprongen.

Gehoorverlies en dementie

Het definitieve zetje gaf echter een krantenbericht, vanzelfsprekend opgesnord door mijn vrouw. Wetenschappers uit alle windstreken verzamelen bewijs voor risicofactoren die de kans op dementie verhogen. Wat betreft roken, hoge bloeddruk en weinig bewegen waren al volop causale verbanden aangetoond. Alleen bij onbehandelde gehoorschade lag dat anders. Indicaties en sterke vermoedens in overvloed, maar het ontbrak aan betrouwbare data. Slordigheden leidden er in het eerste coronajaar toe dat een studie over gehoorapparaten en dementie, gepubliceerd in medisch vakblad The Lancet, schielijk werd teruggetrokken. Maar dat er een verband bestond, betwijfelde vrijwel niemand. In 2024 zou een update het alsnog bekrachtigen. Kort samengevat: slechthorendheid komt grotendeels voor onder ouderen en leidt vaak tot depressies, sociale isolatie en cognitieve achteruitgang, factoren die bekendstaan als aanjagers van dementie. Een op maat gemaakt toestel kan dat helpen voorkomen of vertragen. Hoofdonderzoeker Janet Choi van de University of Southern California: “We hebben ontdekt dat volwassenen met gehoorverlies, die wekelijks minstens vijf uur lang hun hoortoestellen in hebben, liefst 24 procent minder kans hebben om vroegtijdig te overlijden dan slechthorende mensen die de apparaten niet of nauwelijks gebruiken. Je zou veronderstellen: een wake-upcall van jewelste. Maar uit recent onderzoek blijkt ook dat mensen, vanaf het moment dat ze gehoorverlies bespeuren, gemiddeld zeven jaar wachten met de aanschaf van een apparaat.

Een op maat gemaakt hoortoestel kan het begin van dementie vertragen

Op naar de KNO-specialist

Vanwege de drukverschillen die ik ervaarde, leek het me verstandig eerst een medicus te raadplegen. Beter dan direct naar een filiaal van zo’n bekende hoorzorgketen te snellen. Met een verwijzing van mijn toenmalige huisarts, waar het falende oor al eens vergeefs was uitgespoten, kwam ik zonder lange wachttijd bij de kno-specialist van een internationaal opererende kliniek terecht. Een gezellig keuvelende 60-plusser nam ruim de tijd voor het intakegesprek. Vervolgens vroeg men mij in een aanpalend hokje plaats te nemen. Door een groot raam keek ik – koptelefoon op en een drukknop vasthoudend – naar de assisterende audicien die me aan een toonaudiometrie ging onderwerpen. Braaf drukte ik bij elk piepje dat nog waarneembaar was. Hetzelfde gebeurde met een reeks losse woorden die herhaald moesten worden.

Na een half uur werd me aan de hand van een grafiek, audiogram geheten, de weinig verrassende uitkomst gepresenteerd. Waar het rechteroor zich qua frequenties en decibellen nog enigszins staande hield, liet de linkerkant een onmiskenbaar dalende lijn zien. Om mijn luchtdrukverhaal te toetsen, hadden ze ook een tympanometrie gedaan: een zacht dopje sloot het oor af, waarna de beweeglijkheid van het trommelvlies werd getest. “Hierbij is niets uitzonderlijks geconstateerd”, zei de arts. Tja, blijkbaar zat mijn luchtdrukverhaal hoofdzakelijk tussen de oren. Een passend hulpmiddel viel daarentegen niet meer te vermijden. Om de stap draaglijker te maken, ging ik nu vol voor zo’n compleet onzichtbaar exemplaar.

Toestel op een laag pitje

Op een mooie dag in mei 2021 betrad ik, toegerust met mondkapje én audiogram, een vestiging van grote winkelketen X. De vakvrouw met wie ik had afgesproken, meldde meteen dat medische tests altijd leading zijn – die stap konden we dus overslaan. Een blik op de kno-grafiek volstond echter ook om mijn in-het-oor-aspiraties te torpederen. “Voor uw mate van gehoorverlies is dit type ongeschikt”, zei ze streng. Er restten, kortom, twee opties: eentje met luidspreker-in-het-oor (IHO), het meest gebruikelijke model, of een achter-het-oor-toestel (AHO). Indien ik ter plekke een keuze kon maken, zou het traject meteen worden opgestart. Ik aarzelde niettemin. “Denk er maar even over na, dan bel ik u volgende week terug”, zei ze. Om mysterieuze redenen is dat telefoontje nooit gekomen, ondanks een navraagbelletje mijnerzijds. En ach, toen stond het nieuwe jaar op aanbreken, we kregen een tweede lockdown voor de kiezen, een avondklok zelfs. Er werd gevaccineerd. De samenleving ging open en weer dicht. De aanschaf van een hoortoestel kwam op een laag pitje te staan.

Sprake van een ‘niet-pluis-situatie’

Pas rond november probeerde ik een afspraak te maken bij concurrerende keten Y. Te laat. Er waren meer mensen die, nu hun eigen risico al was opgesoupeerd, nog snel een afspraak hadden gemaakt. Uiteindelijk werd het medio maart, in 2023 welteverstaan. De kno-uitslag had ik wijselijk thuisgelaten; wie weet bood een alternatieve test ook dito mogelijkheden. Het pakte finaal anders uit. ‘Naar aanleiding van de triage constateren wij een niet-pluis-situatie’, kreeg ik op een verwijsbriefje mee. De ongebruikelijke asymmetrie tussen beide oren moest eerst medisch worden onderzocht alvorens ze met me verder mochten gaan, legde de vrouwelijke audicien zich haast verontschuldigend uit. Dat het eerste audiogram hoe dan ook te oud was, drong met enkele googletjes gauw genoeg door. Vandaar dat ik onbezwaard uitkeek naar mijn tweede kno-sessie, die pas eind mei ging plaatsvinden. Deze keer trof ik een minder joviale geneesheer, maar hij bracht goed nieuws: niets wees op een tumor of onveilige afwijking die het verschil zou kunnen verklaren. Ik had gewoon één beduidend slechter horend oor. Aangezien ik enkele maanden later met mijn rug onder het mes moest – een smoes was niet eens nodig – kwam een vervolgbezoek bij Y pas weer in 2024 aan bod. Na de zomer, om precies te zijn. Dat wil zeggen: onder voorbehoud, want ook de jongste test was intussen verlopen. “In een jaar kan veel veranderen.” Een jaar later, toen dat niet het geval bleek, gingen ze met een opmerkelijk klein en slank hulpmiddel aan de slag. Zo mocht ik in oktober twee maanden proefdragen. Muziek luisteren werd weer ouderwets genieten, gesprekken en tv-programma’s kon ik zonder inspanning volgen, mijn vrouw straalde een en al tevredenheid uit. Een wereld ging voor me open. Zo afgezaagd als het klinkt, zo waar was het. In de laatste week van december was het zover: ik werd officieel eigenaar. Omdat ik voldeed aan de medische criteria en aanvullend verzekerd was, kreeg ik één exemplaar volledig vergoed.

Het heeft even geduurd

Afgelopen oudejaarsavond hadden we een zestal goede vrienden te gast, allemaal mensen die me al decennia kennen. We borrelden, dineerden en deden spelletjes. Toen ik terloops vertelde dat ik sinds kort een hoortoestel droeg, keek men verbaasd op. Niemand had iets gemerkt of gezien. Zelf hoorde ik hun verbazing luid en duidelijk. Kennelijk duurde het even, maar dan kreeg je er ook wat moois voor terug.

Wat kost een hoortoestel? Wat moet je zelf betalen?

Vanaf 18 jaar betaal je 25 procent (dat is de eigen bijdrage) van de aanschafkosten van hoortoestellen, oorstukjes en tinnitusmaskeerders. Afhankelijk van contractafspraken tussen zorgverzekeraars en audicienbedrijven, kan dit zelf te betalen bedrag verschillen. De kosten voor hoortoestellen en maskeerders vallen onder het verplichte eigen risico. Omdat je voor deze hulpmiddelen ook een eigen bijdrage betaalt, geldt: eerst betaal je de eigen bijdrage. Het bedrag dat overblijft, valt vervolgens onder het verplichte eigen risico. Je hebt recht op een gebruiksklaar hoortoestel bij alle zorgverzekeraars. Dat betekent dat je bij de aankoop een hoortoestel inclusief een eerste set batterijen moet krijgen. En als het een oplaadbaar toestel is, met een accu én oplader. Nieuwe batterijen of een extra oplader betaal je daarna zelf.

Een uitgebreidere versie van dit artikel kun je lezen in Plus Magazine juni 2026. Abonnee worden van het blad? Dat doe je in een handomdraai.

 

Bron Plus Magazine