Stoppen met antidepressiva kan soms moeilijker zijn dan je denkt. De kans is groot dat je last krijgt van ontwenningsverschijnselen: een reactie van het lichaam op het afbouwen van de medicijnen. Sommige klachten kunnen zelfs lijken op een terugval van depressie of angst. Wat zijn de meest voorkomende ontwenningsverschijnselen? En krijgt iedereen hier last van?
Wat zijn antidepressiva?
Antidepressiva zijn medicijnen die helpen bij depressie of angst. Bekende voorbeelden zijn citalopram, paroxetine, sertraline, venlafaxine en amitriptyline. Ze werken door het beïnvloeden van stoffen in je hersenen, zoals serotonine en noradrenaline, die belangrijk zijn voor stemming en stressreacties.
Wat zijn de meest voorkomende ontwenningsverschijnselen?
Als je stopt of langzaam afbouwt, kun je last krijgen van:
- duizeligheid;
- misselijkheid;
- zenuwachtigheid of prikkelbaarheid;
- slapeloosheid en nachtmerries;
- hoofdpijn;
- tintelingen of elektrische schokjes in het lichaam (‘brain zaps’).
Deze klachten ontstaan meestal binnen twee weken na het stoppen van de medicatie. Soms merk je ze al tijdens het afbouwen.
Waarom ontstaan ontwenningsverschijnselen?
Je hersenen passen zich aan antidepressiva aan. Door langdurig gebruik neemt het aantal ontvangers voor neurotransmitters, zoals serotonine, in de hersenen af en worden ze minder gevoelig. Stop je de medicatie, dan raakt het evenwicht tijdelijk verstoord, wat de vervelende klachten veroorzaakt.
Wie loopt het meeste risico?
Niet iedereen krijgt ontwenningsverschijnselen. De kans is groter bij:
- Langdurig gebruik (langer dan 2 jaar).
- Hoge doseringen.
- Abrupt stoppen zonder afbouwschema.
- Bijwerkingen aan het begin van de behandeling.
- Eerdere ervaringen met ontwenningsverschijnselen bij afbouwen.
- Medicatie die snel worden afgebroken, zoals bij paroxetine, venlafaxine en duloxetine.
Let op, bij sommige antidepressiva, zoals fluoxetine, duurt het langer voordat je klachten merkt. Dit komt omdat dit geneesmiddelen langzamer wordt afgebroken in je lichaam.
Speciale symptomen: elektrische schokjes
Een bijzonder symptoom zijn de zogenaamde ‘brain zaps’, elektrische schokjes of tintelingen. Mensen omschrijven dit als een kort schokje in hoofd of lichaam. Dit komt vaker voor bij SSRI’s (zoals citalopram en sertraline) en SNRI’s (zoals duloxetine en venlafaxine) dan bij andere soorten antidepressiva.
Tips bij afbouwen
- Volg altijd een afbouwschema: kleine stapjes verkleinen de kans op klachten.
- Wees geduldig: ontwenningsverschijnselen gaan meestal vanzelf over, al kan de duur variëren van enkele dagen tot enkele maanden.
- Als de klachten lang aanhouden of hevig zijn, is het belangrijk dit te bespreken met een arts. Soms is een aangepast afbouwschema nodig.
Stoppen met antidepressiva kan dus een uitdaging zijn, maar kennis, voorbereiding en begeleiding van je arts of apotheek kunnen je hierbij helpen.
Dit artikel is geschreven door Bijwerkingencentrum Lareb. Dit is het Nederlandse meld- en kenniscentrum voor bijwerkingen van medicijnen, vaccins en gezondheidsproducten. Ook is Lareb het kenniscentrum voor medicijngebruik rondom de zwangerschaps- en borstvoedingsperiode: Moeders van Morgen. Om de veiligheid van medicijnen en vaccins te bewaken, verzamelt en analyseert Lareb meldingen van mogelijke bijwerkingen. Daarnaast doet Lareb vragenlijstonderzoeken en verspreidt Lareb kennis over bijwerkingen zo veel mogelijk.
Lees ook: Van zware pijnstillers tot maagzuurremmers: 7 medicijnen waar je niet zomaar mee stopt