Stappenplan overlijden: wat moet je regelen vóór en na de uitvaart?

Uitvaart regelen? 10 praktische stappen op een rij
Gepubliceerd 14 juli 2026
oudere verdrietige vrouw op laptop
Beeld Getty Images

Als een naaste overlijdt, komt er veel op je af. Naast het verdriet moeten ook allerlei praktische zaken worden geregeld. Van het inschakelen van een arts tot het afhandelen van de administratie na de uitvaart: met dit stappenplan zie je wat je wanneer moet regelen.

Goed om te weten: een uitvaart moet in Nederland wettelijk gezien plaatsvinden binnen zes werkdagen na de dag van overlijden. Daarom is het verstandig om zo snel mogelijk een arts en een uitvaartondernemer in te schakelen.

Stappenplan: wat regel je vóór de uitvaart?

1. Laat een arts het overlijden vaststellen

Een arts moet na het overlijden de dood vaststellen. Overlijdt iemand thuis, dan stelt de huisarts de dood vast. In het ziekenhuis of verpleeghuis zal een behandelend arts dit doen. De arts geeft een schriftelijke verklaring van overlijden af. Als nabestaande heb je deze verklaring nodig, onder meer voor het regelen van de uitvaart.

2. Zoek uit of er een uitvaartverzekering of -wensen zijn

Controleer eerst of de overledene een uitvaartverzekering had. Is dat zo, neem dan als eerste contact op met de verzekeraar. 

Controleer ook of de overledene uitvaartwensen heeft vastgelegd, bijvoorbeeld in een wensenboekje, testament of bij de uitvaartverzekeraar.

3. Neem contact op met een uitvaartondernemer

Heb je nog geen uitvaartondernemer ingeschakeld? Doe dat dan zo snel mogelijk. De uitvaartondernemer helpt niet alleen bij de verzorging van de overledene en het organiseren van de uitvaart, maar kan ook veel praktische zaken uit handen nemen. Denk aan het verzorgen van de aangifte van overlijden bij de gemeente, het aanvragen van de benodigde documenten en het coördineren van de uitvaart. Ook kan de uitvaartondernemer adviseren over de wensen van de overledene en de mogelijkheden binnen het beschikbare budget.

4. Regel de uitvaart

Zijn de wensen van de overledene bekend, dan kun je zelf de uitvaart regelen of je laat dat (deels) doen door de uitvaartondernemer. Denk bij uitvaartwensen aan bijvoorbeeld:

  • begraven of cremeren;
  • datum en tijd van de uitvaart;
  • locatie en invulling van de afscheidsdienst;
  • rouwkaarten;
  • muziek;
  • bloemen;
  • kist of urn.

5. Informeer familie, vrienden en werkgever

Breng familie, vrienden en andere naasten zo snel mogelijk op de hoogte van het overlijden. Vaak gebeurt dit eerst telefonisch, waarna later een rouwkaart of digitale kennisgeving volgt. Werk je of de overledene nog, informeer dan ook de werkgever. Nabestaanden hebben in veel gevallen recht op kortdurend of bijzonder verlof om de uitvaart te regelen en bij te wonen. Was de overledene nog in dienst, dan kan de werkgever bovendien helpen bij de afhandeling van salaris, vakantiegeld en eventuele andere vergoedingen.

6. Controleer of het overlijden is doorgegeven aan de gemeente

De uitvaartondernemer geeft meestal het overlijden aan bij de burgerlijke stand in de gemeente waar de betreffende persoon is overleden. Als nabestaande kun je dit ook zelf doen. Het hoeft ook niet de gemeente te zijn waarin hij of zij woonde. Wie deze taak op zich neemt, heeft in ieder geval de verklaring van overlijden nodig en een identiteitsbewijs van de overledene. De burgerlijke stand verstrekt vervolgens de akte van overlijden. Dit is een uittreksel uit het overlijdensregister. De burgerlijke stand geeft het overlijden door aan belangrijke instanties, zoals de Sociale Verzekeringsbank, Belastingdienst, de grote pensioenfondsen, het UWV en de Rijksdienst voor het Wegverkeer.

Stappenplan: wat regel je na de uitvaart?

7. Regel de bankzaken en financiën

Als erfgenaam moet je de financiële instellingen waar de overledene klant was informeren. Denk aan: 

  • banken; 
  • creditcardmaatschappijen; 
  • verzekeraars; 
  • beleggingsinstellingen; 
  • pensioenfondsen.

Na een overlijden blokkeren banken meestal de rekeningen die alleen op naam van de overledene staan. Daardoor kunnen geen nieuwe betalingen meer worden gedaan. Ook een eventuele volmacht vervalt automatisch.

Voor de betaling van de uitvaartkosten maken banken vaak een uitzondering. Automatische incasso’s, bijvoorbeeld voor gas, water en licht, lopen meestal door totdat je ze zelf opzegt.

En/of-rekening

Een en/of-rekening wordt meestal niet geblokkeerd. De andere rekeninghouder kan de rekening blijven gebruiken. Zijn er meerdere erfgenamen en bestaat er onenigheid over het gebruik van het saldo, dan kunnen zij bezwaar maken bij de bank.

8. Regel de nalatenschap

Om de nalatenschap af te wikkelen, moet eerst duidelijk zijn wie de erfgenamen zijn en wie bevoegd is om namens hen op te treden. Soms is daarvoor een verklaring van erfrecht nodig, die door een notaris wordt opgesteld. Een verklaring van erfrecht is niet altijd verplicht. Sommige banken maken bijvoorbeeld een uitzondering bij kleinere bedragen of wanneer duidelijk is dat de langstlevende partner de enige erfgenaam is. De voorwaarden verschillen per bank.

Heeft de overledene een executeur benoemd in het testament? Dan kan een verklaring van executele soms volstaan. Deze is vaak sneller en goedkoper dan een verklaring van erfrecht.

Via het Centraal Testamentenregister (CTR) kun je controleren of de overledene een testament had. Is dat het geval, of zijn er meerdere erfgenamen of een eigen woning, dan is begeleiding door een notaris meestal verstandig. Een notaris stelt vast wie de erfgenamen zijn, wie de nalatenschap mag afwikkelen en welke documenten daarvoor nodig zijn. Eventueel kan een van de erfgenamen een volmacht krijgen om namens de anderen op te treden.

9. Zeg abonnementen en contracten op

Je kunt organisaties informeren met een rouwkaart of een kopie van de overlijdensakte, afhankelijk van wat de betreffende organisatie vraagt. Vermeld daarbij zo mogelijk een klant-, polis- of administratienummer. Denk hierbij aan de volgende organisaties en bedrijven:

  • De werkgever of uitkeringsinstantie van de overledene. Deze zal betalingen stopzetten. Mogelijk hebben de nabestaanden recht op een overlijdensuitkering ter hoogte van het normale bruto maandbedrag. Ook zal het nog niet uitgekeerde vakantiegeld worden uitbetaald. Vraag beide betalingen liefst binnen enkele dagen na het overlijden aan.
  • De Belastingdienst en Toeslagen. Deze instantie verneemt via de gemeente dat iemand is overleden. Eventuele huur- en/of zorgtoeslag voor de overledene wordt stopgezet. De achterblijvende partner krijgt een brief van de Belastingdienst/Toeslagen met een formulier om de huur- of zorgtoeslag voor zichzelf te laten aanpassen aan de nieuwe situatie.
  • Sociale Verzekeringsbank (SVB) en/of pensioenfonds. Een partner heeft mogelijk recht op een nabestaandenuitkering (Anw) via de SVB als aan de voorwaarden wordt voldaan, en/of op een nabestaandenpensioen via het pensioenfonds van de overledene. De SVB ontvangt automatisch bericht van de gemeente. Pensioenfondsen niet altijd. Het is daarom verstandig het pensioenfonds zelf ook op de hoogte te stellen.
  • Zorgverzekering.
  • Woningcorporatie of hypotheekverstrekker.
  • Het kadaster. Als de overledene een eigen huis bezat, moet een verklaring van erfrecht worden ingeschreven bij het kadaster.
  • Energiebedrijf.
  • Telefoon- en internetprovider.
  • Autoverzekeraar.
  • Uitgevers waar de overledene een abonnement had. Als de overledene abonnementskosten vooruit had betaald, kunnen de nabestaanden deze terugvorderen.
  • Verenigingen waar de overledene lid van was.
  • Goede doelen waaraan de overledene (via automatische incasso) doneerde.

10. Doe aangifte bij de Belastingdienst

Vier maanden na het overlijden ontvangt een van de erfgenamen een verzoek tot het doen van de aangifte erfbelasting. Je moet deze binnen acht maanden indienen. Ook stuurt de Belastingdienst een aangifteformulier F toe, bedoeld voor de aangifte inkomstenbelasting tot het moment van overlijden. Als er een langstlevende echtgeno(o)t(e) is, is het gunstig om de aangiften van beide huwelijkspartners te combineren. Vraag zo nodig uitstel aan voor het indienen van het aangifteformulier F, om de aangiften gezamenlijk te kunnen indienen. Het bedrag van de aangifte inkomstenbelasting heb je nodig voor het invullen van de aangifte erfbelasting.

Is de aanslag inkomstenbelasting nog niet opgelegd, dien de aangifte dan toch in om een boete te voorkomen. De vraag over de aanslag inkomstenbelasting laat je dan gewoon leeg. Later kun je dan een aanvullende aangifte doen met het juiste bedrag. Je kunt ook uitstel aanvragen voor de aangifte erfbelasting. Houd er wel rekening mee dat je dan mogelijk heffingsrente moet betalen.

Bron Notaris.nl