ADHD op latere leeftijd

‘Je bent niet lui, je brein werkt anders’
Gepubliceerd 30 augustus 2026 | Bijgewerkt 7 september 2026
Vrouw in rommelige keuken zoekt de was uit
Beeld Getty Images

Je raakt steeds vaker spullen kwijt, je hoofd voelt overvol en je bent sneller moe. Hoogleraar-psychotherapeut Arjan Videler ziet dat deze klachten bij 60-plussers vaak worden aangezien voor iets anders dan ADHD. Hij pleit voor betere diagnostiek.

Bij 60’ers wordt ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder veel minder gediagnosticeerd dan bijvoorbeeld autisme. Maar veel van hen kampen wel met ADHD-klachten, blijkt uit een grote landelijke peiling. Twee derde van de deelnemers was ouder dan 60 jaar. Van deze groep denkt 59 procent ADHD te hebben, zonder dat er ooit een diagnose is gesteld. De belangstelling voor de peiling – er deden ruim 8200 ­Nederlanders mee – verraste de initiatiefnemers. “We hadden gehoopt op misschien duizend reacties”, vertelt hoogleraar Psychotherapie bij ouderen Arjan Videler. “Dit laat zien hoeveel mensen zich herkennen in dit onderwerp. Dat is niet vreemd, want toen de ouderen van nu opgroeiden, bestond ADHD niet als diagnose. Wie druk was, was lastig. Wie dromerig was, moest beter opletten. En wie chaotisch was, deed niet genoeg zijn best.”

AHDH is niet alleen een probleem

Videler noemt ADHD liever geen stoornis. “Ik spreek graag over neurodiversiteit; een anders werkend brein. Het is namelijk niet alleen maar een probleem, het brengt ook iets. Mensen met ADHD zijn ondernemend, creatief, nieuwsgierig en leggen snel verbanden. Ze kiezen onbewust vaak een beroep dat goed bij hun manier van denken past. Werk waarin ze veel afwisseling hebben, snel moeten schakelen of hun energie kwijt kunnen. Daardoor kunnen ze jarenlang goed functioneren.” Toch ziet hij veel mensen rond hun 50ste of later vastlopen. “Dat komt doordat ouder worden precies die vaardigheden raakt waar mensen met ADHD moeite mee hebben. Je werkgeheugen wordt minder sterk. Plannen kost meer moeite. Overzicht houden wordt lastiger.”

Wie druk was, was lastig. Dromerig? Dan moest je beter opletten

De rek gaat eruit

Daarnaast wordt het lichaam minder veerkrachtig. “Toen je 25 was, kon je een slechte nacht nog compenseren. Op je 60ste lukt dat minder goed. Je hebt meer hersteltijd ­nodig. Mensen gaan nóg harder hun best doen om alles vol te houden, raken uitgeput en verliezen steeds meer overzicht. Op een gegeven moment is de rek eruit. Bovendien moeten veel mensen tegenwoordig langer doorwerken dan vroeger. Juist in die laatste werkjaren kunnen klachten als vermoeidheid, concentratieproblemen en overbelasting extra opspelen. Structuur van bijvoorbeeld werk speelt ook een enorme rol. Als iemand met pensioen gaat, valt die structuur weg, dat speelt mee. Maar ook het overlijden van een partner of gezondheidsproblemen kunnen klachten verergeren.”Mensen gaan vervolgens naar de huisarts. “Ze melden zich met concentratieproblemen, neerslachtigheid of slaapproblemen. Dan kijkt de huisarts naar een burn-out of een depressie. Maar de ADHD die eronder kan liggen, wordt soms gemist. Iemand krijgt dan bijvoorbeeld het advies om beter grenzen te bewaken, meer rust te nemen of meer structuur aan te brengen. Maar juist dat plannen, doseren en volhouden is bij ADHD extra moeilijk. Het probleem is niet dat iemand niet wil. Het probleem is dat het niet lukt.”

Angst voor dementie

Ook geheugenproblemen zijn een reden om de dokter te ­bezoeken. “60-plussers met ADHD ervaren vaak dat hun hoofd voller wordt. Ze vergeten afspraken, raken spullen kwijt en hebben moeite overzicht te houden. Maar ADHD en milde geheugenproblemen lijken soms op elkaar, waardoor ADHD-ers op geheugentesten vrijwel hetzelfde kunnen scoren als mensen met milde cognitieve beperkingen.” Het zoeken naar de juiste diagnose kan ook onzeker maken. “Mensen gaan van specialist naar specialist. Als je steeds hoort dat er niets duidelijks gevonden is, kun je het gevoel krijgen dat het aan jou ligt.  

Veel mensen denken pas na over ADHD wanneer een kind of kleinkind de diagnose krijgt. Dan vallen er ineens puzzelstukjes op hun plaats. Was je vroeger echt lastig, lui of dromerig? Of werkte je brein misschien gewoon anders? Een man zei onlangs: ‘Ik was gewoon een rotjong.’ Pas na zijn diagnose besefte hij dat zijn gedrag mogelijk een andere verklaring had.”

Positiever zelfbeeld

Volgens Videler zit de grootste winst van een diagnose vaak niet in een behandeling met medicatie, maar in het zelfbeeld dat positiever wordt. “Mensen gaan terugkijken op hun leven en begrijpen eindelijk waarom bepaalde ­dingen zoveel moeite kostten. Dat geeft rust, opluchting en meer zelfcompassie. Tegelijkertijd is er ook verdriet. Mensen hadden het graag eerder geweten.”  Is er eindelijk een diagnose, dan biedt dat perspectief. Want ook bij 60-plussers is ADHD goed te behandelen. “Ik durf zelfs te stellen dat leeftijd niet uitmaakt”, zegt Videler.

Inzicht is de eerste stap. “Mensen leren in groepstherapie hoe ADHD hun leven beïnvloedt. Ze ­onderzoeken hoe hun brein werkt en welke patronen steeds terugkomen. Ook partners en kinderen worden ­erbij betrokken. In behandelgroepen gaat het óók over zelfbeeld, omgaan met kritiek op jezelf en het vinden van een betere balans tussen ­inspanning en ontspanning.” Voor sommige mensen is dit voldoende. “Een tweede stap kan psychotherapie zijn. En ongeveer de helft van de mensen heeft baat bij medicatie.”

Spreek je uit

Niet iedereen met ADHD-kenmerken heeft een diagnose nodig. “Als je goed functioneert en weinig klachten hebt, is er niets aan de hand. Maar wie al jaren rondloopt met onverklaarbare klachten, doet er goed aan verder te kijken.” In dat geval is de huisarts het eerste aanspreekpunt. Videler adviseert om je vermoeden duidelijk uit te spreken. Niet elke huisarts denkt bij ouderen meteen aan ADHD. Dat heeft volgens hem ook te maken met de beperkte tijd die huisartsen hebben. Als er te weinig ruimte is om je verhaal goed te doen, vraag dan om een gesprek met de praktijkondersteuner ggz. Die heeft meer tijd om je klachten en levensloop uit te vragen. Is het ingewikkelder, bijvoorbeeld omdat er ook geheugenproblemen, depressieve klachten of lichamelijke problemen spelen, dan is een verwijzing naar een psycholoog of psychiater zinvol. Of naar een ­ouderen-ggz, tipt hij: “Daar zijn de wachtlijsten vaak korter.”

Late ADHD-diagnose bij vrouwen

Bij vrouwen blijft ADHD vaker onopgemerkt dan bij mannen. “Jongens vallen op door druk gedrag. Meisjes hebben die onrust vaak vanbinnen. Daardoor krijgen zij minder snel een diagnose. Bij hormonale veranderingen, zoals de overgang, komen ADHD-klachten vaak duidelijker naar ­voren. Door dalende oestrogeenwaarden verandert de ­dopaminehuishouding, en juist die speelt een belangrijke rol bij aandacht, motivatie en impulscontrole. Dat kan ­verklaren waarom vrouwen die zich jarenlang staande ­hielden, rond de overgang alsnog vastlopen.”

Volgens Videler wordt ADHD bij ouderen nog altijd onderschat. “We weten er wetenschappelijk gezien verrassend weinig over. Meer aandacht is hard nodig.” Uiteindelijk gaat het volgens hem niet om een label, maar om begrip. “Als mensen begrijpen waarom ze hun hele leven tegen bepaalde dingen zijn aangelopen, kan dat enorm veel rust geven.”

Prof. dr. Arjan Videler is psychotherapeut en gz-psycholoog bij ­PersonaCura, het Topklinisch Centrum voor Persoonlijkheids- en ontwikkelingsstoornissen bij senioren van GGz Breburg. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar Psychotherapie bij ouderen aan Tilburg University (Tranzo).

Dit artikel verscheen eerder in Plus Magazine augustus 2026. Abonnee worden van het blad? Dat doe je in een handomdraai.

Bron Plus Magazine