Maar maak eerst een goed plan, adviseert Romke van de Kaa. Kijk daarbij goed naar de levensduur van uw huidige planten. En vooral ook naar nieuwe moeilijke plekken, want elke tuin verandert.

Eeuwige jeugd bestaat niet. Niet voor mensen en ook niet voor tuinen. Tuinen groeien met ons mee en als ze ouder worden, beginnen ze te slijten en gebreken te vertonen. Wie een tuin aanplant, gebruikt meestal planten met een verschillende levensverwachting. Als blikvanger worden bomen en struiken gebruikt, maar het kan wel een jaar of tien duren voordat een boom ook enigszins begint te lijken op wat ons voor ogen staat als we hem planten. De magnolia die het pronkstuk van de tuin moet worden, heeft een lange aanloop nodig naar volwassenheid. En de blauweregen die de pergola moet gaan bedekken, groeit eerst een jaar of vijf tomeloos voordat de eerste bloemtrossen verschijnen.
Mooie gatenvullers
Wie verstandig is, past de beplanting van zijn tuin aan aan de veranderende omstandigheden. Wie minder verstandig is, klaagt dat de planten het vroeger veel beter deden dan nu en vraagt zich af wat er is misgegaan. Wat er misging, is dat wij niet voldoende beseften hoe snel tuinen kunnen evolueren. Het is makkelijk om te zeggen dat een tuin voortdurend in ontwikkeling is, maar het is moeilijk om hier steeds rekening mee te houden, laat staan om die ontwikkeling vóór te zijn.
Liever renoveren dan rooien
Pioenrozen in droge schaduw
Onder de heesters en bomen die gehandhaafd blijven, kunt u de beplanting aanpassen. Er zijn genoeg vaste planten die in de doorwortelde schaduw onder bomen en heesters uitstekend groeien, zoals Euphorbia amygdaloides, Iris foetidissima en Helleborus foetidus. Sommige struikjes, zoals Sarcococca en Daphne laureola (beide groenblijvend) hebben het zelfs naar hun zin onder bomen en struiken. Ook struikvormige pioenrozen als Paeonia potaninii en Paeonia delavayi houden het in droge schaduw uit.
Lees ook: