Een spotje boven de spiegel, een lamp aan het plafond en we vinden het wel best met de verlichting in de badkamer. Zonde, want met een goed lichtplan kan er veel meer. En het is nog veiliger ook.
Eén lamp is geen lichtplan
Veel badkamers moeten het doen met één felle plafondlamp. Dat is prima om te zien waar de wastafel is, maar daar houdt het wel op. Voor een fijne ruimte heb je eigenlijk drie soorten licht nodig, die samenwerken:
Basisverlichting: Dit is de schakelaar die je indrukt als je binnenkomt. Eén goede plafondlamp of een paar inbouwspots zorgen ervoor dat de hele ruimte egaal verlicht is.
Werklicht: Dit is je belangrijkste licht. Je gebruikt het bij het scheren, opmaken of tandenpoetsen. Dit moet helder en gericht zijn.
Sfeerlicht: Niet verplicht, wel erg fijn. Denk aan een subtiele ledstrip onder je wastafel of dimbare spotjes in een nis. Heerlijk als je ’s avonds in bad ligt en geen bouwlamp in je gezicht wilt.
Als je dit een beetje slim aanpakt, kun je ook een kleine badkamer een stuk groter laten lijken.
De spiegel: hier gaat het vaak mis
Als je maar één ding aanpast in je badkamer, laat het dan de verlichting bij de spiegel zijn. Een lamp die recht bóven de spiegel hangt, zorgt voor harde schaduwen onder je ogen en kin. Dat flatteert niemand.
Het is veel beter om het licht van voren of van de zijkanten te laten komen. Hang bijvoorbeeld aan weerszijden van de spiegel een lamp, of kies voor een spiegel met goede, ingebouwde verlichting rondom. Zorg wel dat deze lampen écht licht geven, en er niet alleen hangen voor de sier. Zoals deze:

Kies de juiste kleur en pas op met ‘gezellig’ licht
Licht heb je in verschillende tinten, uitgedrukt in Kelvin. Hoe lager het getal, hoe geler en warmer het licht. Hoe hoger, hoe witter en koeler. Voor de badkamer, en zéker bij de spiegel, kun je het beste voor neutraal wit licht kiezen. Dit bootst daglicht het beste na. Heel warm, geel licht is misschien gezellig, maar absoluut niet praktisch als je wilt zien of je foundation goed zit of je baard strak is getrimd. Wil je toch sfeer? Gebruik dan neutraal licht bij de spiegel en wat warmere tinten voor de rest van de ruimte. Of nog beter: installeer een dimmer.
Naast de lichtkleur (Kelvin) is er nog een belangrijke technische term: de CRI-waarde (Color Rendering Index). Dit cijfer geeft aan hoe natuurgetrouw kleuren worden weergegeven. In de badkamer wil je een CRI van minimaal 90. Is deze waarde te laag, dan ziet je huid er in de spiegel al snel grauw of ongezond uit, wat het aanbrengen van make-up of het beoordelen van je outfit lastig maakt.
Water en stroom: let op de IP-waarde
De badkamer is nat, vochtig en dampt snel aan. Je kunt er dus niet zomaar alle lampen neerzetten. Badkamerlampen hebben een IP-waarde nodig, die aangeeft hoe water- en stofdicht ze zijn.
Hoe dichter een lamp bij de douchecabine of het bad hangt, hoe hoger die IP-waarde moet zijn. Vraag hier bij twijfel in de winkel altijd naar.
Slimme verlichting voor meer gemak en veiligheid
Denk bij de verlichting in de badkamer ook aan de ‘nachtroute’. De badkamer binnenlopen en direct verblind worden door felle spots, wil je zoveel mogelijk voorkomen. Slimme verlichting en sensoren bieden hier de perfecte oplossing. Door te werken met een bewegingssensor die gekoppeld is aan een dimmer, kun je instellen dat de verlichting tussen bijvoorbeeld elf uur ’s avonds en zeven uur ’s ochtends slechts op 40 procent sterkte aangaat. Ook zien we steeds vaker spiegels met een ‘anti-condens’ functie die gekoppeld is aan het licht; zodra je de lamp aanzet, wordt de spiegel verwarmd. Zo hoef je na een warme douche niet meer te vegen met een handdoek en blijft je zicht altijd haarscherp.
Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met de badkamerspecialisten van Molenaar