Mijn verhaal: ‘Mijn opa was fout in de oorlog, maar ik ben zijn keuzes niet’

Schuldgevoeld vanwege een voorouder
Auteur: |
Gepubliceerd 6 mei 2026
Man met gezicht in zijn handen
Beeld Getty Images

Mijn moeder had zes broers. Ze was er zo van overtuigd dat haar eerste kind een jongetje zou zijn dat ze voor mij niet eens een naam had. Daarom kreeg ik de naam van een zuster uit het ziekenhuis. Een grappig verhaal, vond iedereen. Behalve ik.

Jan:

Tijdens een weekend voor persoonlijke ontwikkeling kwam een Joodse vrouw aan het woord van wie de hele familie door de nazi’s was uitgemoord. Ik verstijfde. Bij het napraten durfde ik geen woord te zeggen. Tot ik besefte: ik moet nu delen wat er in mij omgaat, anders kan ik dit weekend beter verlaten. Dus ik zei het, er stellig van overtuigd dat ik  uit de groep zou worden gezet: ‘Mijn opa was fout in de oorlog.’ Tot mijn verrassing reageerden mijn groepsgenoten met empathie en zachtheid. Niet alleen het verhaal van de Joodse vrouw, maar ook het mijne mocht er zijn. Dat was heel bijzonder, zo had ik het nooit eerder gevoeld.Toen Nederland werd bevrijd, was mijn moeder 10 jaar oud, haar zusjes waren 8 en 6. Op straat was het feest, maar bij hen stonden de buren in de tuin. Ze schreeuwden, scholden en gooiden met stenen. 

Ruiten gingen stuk en er werden spullen uit hun huis geroofd. Ze belandden met hun moeder in een interneringskamp in Westerbork, terwijl hun vader werd opgepakt en ze geen idee hadden waar hij verbleef.Die periode heeft hun leven bepaald: mijn moeder en tantes zijn altijd angstig gebleven. En zwijgzaam over wat er was gebeurd. Zij hadden geen recht op verdriet. Ik was 30 toen ik ging spitten in het verleden van mijn opa, die voor mij overigens altijd erg lief was geweest. Bijna niemand wilde iets loslaten en ik wilde grip krijgen op de spoken in mijn hoofd. Tot mijn opluchting ontdekte ik dat er geen bewijs van actieve collaboratie met de Duitsers is gevonden. Hij moet vooral een meeloper zijn geweest. Maar toch: hij droeg wel een NSB-speldje. Ging veelvuldig naar bijeenkomsten. En zat maar liefst anderhalf jaar vast, voordat hij zonder veroordeling werd vrijgelaten. Ik las wanhopige brieven van mijn oma aan instanties. Over de afschuwelijke situatie thuis, de armoede, de onzekerheid. 

Toen besefte ik pas echt hoe sterk de jeugd van mijn moeder, die tijdens mijn zoektocht al niet meer leefde, hierdoor moest zijn gekleurd. En begreep ik heel goed waarom zij nooit had willen praten. Want met al die woorden zwart op wit bekroop ook mij dezelfde schaamte. Jarenlang hield ik mijn mond erover. Tot dat weekend voor persoonlijke ontwikkeling. Het werd een keerpunt voor mij.Ik ben mijn opa niet, ik ben zijn keuzes niet. Toch doet de discussie over het openbaar maken van de NSB-archieven veel met me. Is het terecht om de privacy van nabestaanden zo met voeten te treden? Dan heb ik het niet eens over mijzelf. Maar wel over mijn tantes, die de echo van het geschreeuw in de tuin nog altijd horen.”