Actrice Lies Visschedijk, de natuurminnende Roelien in Gooische Vrouwen, debuteerde onlangs met Natuurboekje: columns vol observaties en verwondering. De liefde voor die natuur kreeg ze mee van haar vader. “Ik ben hem er dankbaar voor.”
Lies Visschedijk (Heel, 1974) is al ruim dertig jaar een bekend actrice. Ze brak door in films als Alles is liefde en Soof. Sinds 2011 speelt ze Roelien in Gooische vrouwen, dat dit najaar aan het achtste seizoen begint bij Videoland. Bij Tonny Media maakt ze met goede vriendin Aaf Brandt Corstius de podcast Aaf en Lies lossen het wel weer op en bij uitgever Lebowski verscheen haar debuut Natuurboekje, dat meteen hoog binnenkwam in de Bestseller 60.
Je boek brengt ons meteen naar jouw jeugdjaren aan de Maasoever, in Limburg. Jij, je vader en de bijen…
“Ja, daar is de liefde voor de natuur bij mij ontstaan. Mijn vader was huisarts en had een opleiding tot gids genoten bij het IVN, het Instituut voor natuurbeschermingseducatie. Hij was een man met een grote botanische kennis. Er is niks mooiers dan het meegeven van een passie aan een kind bij wie het in goede aarde valt. Dat mijn vader me zo meenam in zijn liefde voor de natuur ervoer ik als een groot geluk. Hij hield bijen en dan groei je als vanzelf mee in de seizoenen, want als er iemand leeft in de seizoenen is het wel de bij. Dan reden vader en ik samen in onze jeep naar de fruit- en blauwebessenkwekers met al die bijen aan boord, want die moesten eten en de bomen moesten worden bevrucht.
We leenden onze bijen uit en kwamen op de mooiste plekken, je kunt je niet voorstellen hoe idyllisch die fruitteelt is. Voor het kleine meisje dat ik was, vormden de appels, peren en morellen het walhalla. Die morellen waren voor de vlaai, typisch voor die streek. En dan gingen mijn vader en ik vaak naar het Spaanse Bos bij Heibloem, daar voerden we de schapen. Op een dag had het gesneeuwd en zag ik de resten van een houtduif liggen. Geslagen door een havik lag ’ie daar. Het voelde alsof ik voor het eerst van mijn leven bij een crime scene stond. Die rode vlekken in die witte sneeuw, de veren alom, heel heftig. Toch was het ook heel intrigerend: hoe werkte dat allemaal in die natuur?”
Luisterde je als meisje ook al naar Vroege Vogels op zondagochtend, met Letty Kosterman en Ivo de Wijs?
“Altijd. Wat een iconisch programma en hoe leuk is het dat ik daar uiteindelijk terecht ben gekomen om columns over egels, eenden en langpootmuggen te mogen voorlezen. En wat dacht je van Ko de Boswachtershow, met Burny Bos. Maar ik was als kind liever buiten, hoor. In onze tuin, tussen de bijen, de konijnen, de schapen en de spitsmuizen. Er hingen bessen en kersen, er was altijd iets te beleven. Ik was daar vaak in mijn eentje, in mijn eigen wereld. Mijn ouders lieten me lekker rommelen, voor mij was het een happy place.”
Als kind was ik vaak in mijn eentje in de tuin, mijn happy place
Wilde je altijd al iets gaan doen met die liefde voor de natuur?
“Ik vind het wel fijn als tegenhanger voor mijn beroep als actrice. Ik ben helemaal geen bioloog, maar wel een heel nieuwsgierig iemand. Vanuit die nieuwsgierigheid schrijf ik stukjes en soms denk ik ineens: o verhip, gaat het hiernaartoe? Op een gegeven moment ontdek je een mechanisme. Door mijn nieuwsgierigheid werd ik door de natuur geprikkeld en met mijn enthousiasme kan ik anderen warm maken om ook nieuwsgierig te worden. Dat is belangrijk, zo kun je inspiratie doorgeven. Ik vermenselijk veel vanuit dieren en planten en dat is voor mensen vaak de brug naar identificatie en mededogen en medeleven. Je kunt dieren vies en vervelend vinden, maar als je er menselijke trekjes in weet te ontdekken, kunnen ze ineens heel dierbaar worden en troostend zijn. Als je je verdiept in hun gedrag en bezigheden roept dat allerlei emoties op.
Dus met dat delen en doorgeven moest ik eens wat. Met Aaf Brandt Corstius begon ik in 2023 een podcast. Ik zei tegen haar: ‘Ik zou het heel leuk vinden om een natuurhoekje in ons programma te hebben.’ We besloten dat het een meditatief einde van onze podcast moest zijn. Eigenlijk heb ik mijn stukjes over de natuur primair voor haar geschreven, want zo zit die podcast in elkaar: we laten elkaar de hele tijd lachen en delen onze verwondering. We richten ons tot die ander en halen het beste in elkaar naar boven, koesteren een soort liefde voor elkaar. Heel dierbaar, zo’n vriendschap. Door haar zo deel te laten uitmaken van mijn fascinatie voor de natuur kwam er iets van de grond en zij stimuleerde dat, hielp me ermee, verfijnde soms iets. En nu is er dus gewoon een boekje. Heel wonderlijk en heel leuk.”
Hoe is je relatie met je personage in Gooische vrouwen, Roelien? Het moet toch wel heel geestig zijn om juist haar te spelen?
“Ja, dat is hartstikke leuk. En een beetje bij toeval ontstaan, moet ik eerlijk zeggen. We hebben het lekker aangedikt, zo’n heel erg rijke vrouw die heel veel om dieren geeft en echt alles voor ze wil doen. Voor mij is ze uiteraard een heel dierbaar personage. Ho! Wacht even. Ik jaag even de kippen naar buiten, die kunnen we er niet bij hebben als we de planten aan het verpotten zijn.”
Je bent helemaal in je element, hè?
‘Hahaha, ja, nou ja, weet je wat het is? Een mens moet al zoveel van zichzelf. Het is verschrikkelijk fijn af en toe de tijd te hebben gewoon wat te rommelen, zonder dat je iets moet presteren of weer iets moet overwinnen. Ik zeg ook steeds: ik moet eens wat meer tijd nemen om naar mijn huisje in Drenthe te gaan. Daar hoor je niks anders dan het zingen van de vogels en het ruisen van de bladeren aan de bomen.”
Je hebt af en toe wel merkwaardige voorkeuren. Wat moet je nou met een langpootmug zou ik denken, maar jij denkt daar heel anders over?
“Nou, ik ben helemaal geen held hoor. Een tor die bijt zal ik niet zo snel oppakken. Maar ik vind juist de dieren die niet zo sexy lijken leuk. Vandaar mijn fascinatie voor de langpootmug en mijn sympathie voor de huisspin. Een koala vindt iedereen schattig, dat is niet zo moeilijk. Maar als een beestje ervoor kiest jouw huisgenoot te worden, denk ik: hé, waarom vind jij het waard bij mij te komen? Als je er zo over denkt, wordt alles leuker. Wat niet wegneemt dat ik ’s nachts ook liever niet word lastiggevallen door gezoem en gedoe.”
Je vader is in 2024 overleden, je zonen zijn inmiddels 21 en 16. Is de liefde voor de natuur gewaarborgd?
“O absoluut. De oudste is een echte natuurvriend, een goede vogelaar met een scherp zicht en een goed gehoor. En de jongste houdt van schapen, kippen en geiten, kortom, ze hebben allebei een tik van de molen meegekregen.Ik voel het overigens niet als zendingsdrang hoor, ook al gaat de natuur me echt aan het hart. Ik wil gewoon vermaken, mensen een ontspannend en fijn gevoel geven. In een tijd van forensen, beeldschermen en alles wat maar moet, kan het verpozen in de natuur zo heerlijk ontspannend zijn. En als je je daar dan tóch in begeeft is het wel zo leuk er iets van te weten, daarom deel ik graag mijn fascinatie en bevindingen.
Juist de niet zo sexy dieren vind ik leuk, vandaar mijn fascinatie voor de langpootmug
Mijn vader zei altijd al: zie goed wat je ziet, Lies, straks is het er misschien niet meer. Vond ik een mooie les. Ik gun iedereen dat geluk dat ik dan altijd ervoer, door zo samen met hem alles te ontdekken. Ik ben mijn vader heel dankbaar voor wat hij aan mij doorgaf. Want in feite gaf hij mij daarmee het gevoel gelukkig te zijn. Het waarderen van de rijkdom om je heen is iets heel moois, dat is iets wat we moeten koesteren. Het is zo simpel. Je zit op een bankje in het plantsoen, ziet een koolmeesje en je ziet een plastic zakje ronddwarrelen. Dan pak je dat op en gooi je het weg. ‘Voor jou, koolmeesje.’ Zorg voor je omgeving en je wordt een blijer mens. Je bent toch samen op deze wereld.”
Heb je nu iets bij jezelf ontdekt waarvan je zegt: daar ga ik meer mee doen?
“Nou, primair blijf ik wel actrice. Gooische vrouwen komt weer terug, ik ben bezig met een Netflix-serie over Toos van der Valk, er staan nog een comedy en een kinderserie op stapel. Ik mag niet klagen. Vroeger was je als 52-jarige actrice behoorlijk zoekende naar werk, maar de kaarten zijn sinds kort veel beter geschud. Een goede zaak. Daarbij wil ik zeker blijven schrijven. Ik heb een boekje over bijzondere bomen in mijn hoofd. Ach, weet je, ik ben wel graag een hapsnap-type. Ik vind het leuk om overal bij te horen en tegelijk nergens bij.”