Het heeft wat voeten in de aarde om uit pronkerwt Lathyrus een overvloed aan mooie én heerlijk geurende bloemen te toveren, maar het is zó de moeite waard. Dus zet je schrap voor vogel, woelmuis en slak, en ga moedig voorwaarts.
Romke van de Kaa (1945) tuiniert en woont op Landgoed Hof te Dieren. In 1994 verscheen zijn eerste tuinboek Buiten de perken, daarna volgden nog veel meer boeken en stukken in kranten en tijdschriften. Hij schrijft altijd deskundig en vaak grappig. Zijn nieuwste boek staat gepland voor najaar 2026.
Langgeleden werkte ik in Engeland, in de tuinen van de Royal Horticultural Society. Dat klinkt chic en in zekere zin was mijn werk dat ook. Als ik aan het werk was, kwam er ’s morgens vaak een vrouw met een hoofddoekje langs. Dat was de Queen Mother, zij had veel belangstelling voor tuinieren. We mochten haar wel groeten, maar geen teken van herkenning tonen. Ze wenste incognito te blijven. “Good morning ma’am”, was alles wat we mochten zeggen.Haar dochter, koningin Elizabeth, had minder belang-stelling voor de tuin. Toch nam zij weleens contact op met de Horticultural Society, vooral als er iets misging met bomen of struiken in de enorme tuin van Buckingham Palace.

Zo werd onze hulp eens ingeroepen toen daar de platanen om onverklaarbare redenen hun blad verloren. Hulptroepen gingen naar de paleistuin, namen grondmonsters en beklopten de bomen, maar konden geen oorzaak van de malaise vinden. Misschien die meute corgi’s, werd er geopperd, want koningin Elizabeth was een groot liefhebster van die kortpotige kuitenbijters. Maar niemand durfde dat vermoeden te uiten. Om tijd te rekken werd er besloten tot een vervolgonderzoek. De nieuwe onderzoekers arriveerden met een helikopter die in de tuin op een gazon landde. De bladeren van de platanen vlogen iedereen om de oren. Vraag beantwoord, probleem opgelost. De tuinliefde heeft in Engeland kennelijk een generatie overgeslagen, want koning Charles is weer een fervent tuinier.
Juliana was dol op lathyrus
In ons eigen land was koningin Juliana een groot tuinliefhebster. Ze was dol op lathyrus en tot 2005 was er op de jaarlijkse nationale lathyrustentoonstelling ieder jaar een inzending van Paleis Soestdijk.
Ik heb zo’n tentoonstelling weleens bezocht. Ik denk daar met gemengde gevoelens aan terug. Ik had afgesproken met de voorzitter van de Nederlandse Lathyrus Vereniging. Ik wilde hem interviewen voor een artikel in de krant, maar het gesprek verliep stroef. Het ongemak begon omdat ik lathyrus verkeerd uitsprak. Ik wist dat de klemtoon officieel op de tweede lettergreep moest liggen: lathýrus, maar ik vond dat wat aanstellerig klinken. Ik zeg trouwens nog altijd láthyrus. De voorzitter van de Lathýrus Vereniging keek me minachtend aan en omdat ik hardnekkig aan mijn proletarische uitspraak bleef vasthouden kwam het interview niet echt van de grond.Dat neemt niet weg dat ik een groot liefhebber van lathyrus ben, misschien nog wel meer om de hemelse geur van deze pronkerwt dan om zijn uiterlijk. Vooral de variëteiten met krullerige bloemblaadjes kunnen in mijn ogen een beetje overdreven overkomen.
Goed cadeau: een bosje lathyrus
Het zaaien van lathyrus is voor mij ieder jaar een vast ritueel. Lathyrus geeft maandenlang een overvloed aan bloemen en een bosje heerlijk ruikende lathyrus wordt in mijn ervaring veel meer op prijs gesteld dan een fles supermarktwijn. De voorbereidingen beginnen vroeg: in februari trek ik er met de takkenschaar op uit om hazelaartakken van twee meter lengte te knippen. Daarvan bouw ik een wigwam. Ik besef dat niet iedereen over hazelaars beschikt, je kunt evengoed bamboestokken nemen. Of een stuk kippengaas. Gaas oogt minder artisanaal dan takken, maar het raakt in een oogwenk overgroeid, en dan zie je er niets meer van.
Zaden weken voor het zaaien
Daarna begint het zaaien. Ik heb geleerd dat je de keiharde zaden van lathyrus eerst met een nagelvijltje moet bewerken zodat de kiemplant een zwakke plek heeft waar hij door de zaadhuid kan breken, maar volgens mij is dat tuinfolklore en tegenwoordig week ik de zaden voor het zaaien alleen maar een nacht in een bakje lauw water. Je kunt zaaien in de volle grond, maar duiven en kauwtjes houden niet alleen van doperwten, maar ook van geurerwten.

Als je buiten zaait, zo tussen maart en juni, bescherm het zaad dan tegen vogelvraat met een stuk volièregaas totdat de planten flink aan de groei zijn. In mijn geval is er nog een volgende horde te nemen: de woelmuis. Ook die is gek op lathy-ruszaden en daartegen helpt ook gaas niet. Het zaaien van doperwten heb ik opgegeven omdat de vogels niet alleen mijn zaaisel, maar ook de oogstrijpe erwten opaten, maar lathyrus blijf ik ieder jaar zaaien. Dat doe ik in eierdozen die ik buiten met potgond vul en die ik daarna binnen voor het raam zet.
Wanneer ga je aan de slag?
Als je in een boek, of op het internet opzoekt wanneer je lathyrus moet zaaien, dan lees je: binnen in februari of maart, en buiten in de volle grond van maart tot en met mei. Dat is een goed advies, maar het is vooral bedoeld, omdat mensen graag een duidelijk antwoord horen. Je zou ook kunnen zeggen: zaai maar in de winter, of als het in het voorjaar lekker weer is, maar dat is veel te vaag en dat wil niemand horen. De werkelijkheid is dat je een groot deel van het jaar lathyrus kunt zaaien. Binnen kun je dat al in januari doen.
Gebruik je grote potten, dan heb je eind april al bloeiende planten. Die kun je met pot en al in de border laten zakken, of je kunt er een terras mee opfleuren. Zaai je in juni, dan kun je dat direct in de volle grond doen. De grond is warm, het zaad kiemt snel, en eind juli zullen de planten bloeien. Die bloei gaat dan door tot de eerste nachtvorst, op voorwaarde dat je iedere dag de bloeiende stengels knipt, want doe je dat niet, dan houdt lathyrus op te bloeien. Hoe meer je plukt, hoe meer bloemen de plant aanmaakt.
Volgens het boekje is zaaien in juni te laat, maar als je eigenwijs bent en dat toch doet, heb je een weelde aan geur en kleur in een tijd dat veel andere planten in de tuin al beginnen af te takelen. Laat zaaien loont, en dat geldt voor veel eenjarige planten. Maar als je buiten zaait, moet je naast vogels en muizen ook nog eens slakken op afstand zien te houden. Dat kan met strips van koper die je bij een verzendhuis tegelijk met de zaden kunt bestellen. Zet je lathyrus in potten, dan kun je een koperdraad om de pot draaien. Koper geeft een heel zwak elektrisch stroompje af en daar houdt de slak niet van.
Zaden met chique namen
De Nederlandse Lathyrus Vereniging bestaat nog steeds, maar de belangstelling voor het telen van lathyrus neemt wel gestadig af. Te veel werk, wordt er vaak gevonden. In 2019 werd er voor het laatst een lathyrustentoonstelling georganiseerd. Nu kun je af en toe nog wel een workshop lathyrus kweken volgen en je kunt bij de vereniging ook terecht voor zaden die je via de website kunt bestellen.
Koop je een zakje zaad bij een bouwmarkt of een tuincentrum, dan krijg je meestal ‘gemengde kleuren’, maar bij de Lathyrusvereniging, die volgend jaar honderd jaar bestaat, kun je zaden op naam krijgen. Namen als ‘Windsor’, ‘Sir Jimmy Stand’ en ‘Lady Nicholson’ geven duidelijk aan waar de bakermat van de lathyrusteelt te vinden is. Maar om ons nationalisme op een onschuldige manier aan te wakkeren: er bestaat ook een Lathyrus ‘Princess Juliana’.