Een camper kopen, je hypotheek aflossen of eindelijk die wereldreis maken. Vanaf 1 januari 2029 krijg je meer vrijheid over je pensioen. Maar die nieuwe keuze kan ook nadelige gevolgen hebben voor je belasting en toeslagen.
De Eerste Kamer heeft ingestemd met de Wet herziening bedrag ineens. Daardoor mogen mensen die vanaf 1 januari 2029 met pensioen gaan maximaal 10 procent van hun opgebouwde pensioen in één keer laten uitbetalen. Die mogelijkheid was al jaren aangekondigd, maar de invoering werd meerdere keren uitgesteld.
Wat verandert er precies?
Ga je vanaf 2029 met pensioen, dan kun je ervoor kiezen om een deel van je pensioenpot direct te laten uitkeren. Het gaat om maximaal 10 procent van het pensioen dat je via je werkgever hebt opgebouwd. Ook voor sommige lijfrentes en pensioenproducten bij verzekeraars geldt deze mogelijkheid. Je bepaalt zelf waar je het geld aan uitgeeft. Denk aan een verbouwing, het aflossen van schulden of een schenking aan je kinderen. Daar staat wel iets tegenover: je maandelijkse pensioenuitkering wordt lager. Je krijgt immers een deel van je pensioen eerder uitbetaald.
Waarom komt deze regeling er?
De regeling maakt deel uit van het pensioenakkoord uit 2019. Het idee is dat veel mensen juist in de eerste jaren van hun pensioen extra financiële ruimte kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld omdat ze nog veel reizen, hun woning willen aanpassen of grote uitgaven willen doen. Volgens het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geeft de regeling mensen meer keuzevrijheid over hun eigen pensioengeld.
Lees meer over AOW-regels in onze gratis AOW-Gids 2026
Het addertje onder het gras
De regeling klinkt aantrekkelijk, maar er zitten belangrijke fiscale haken en ogen aan. Het bedrag dat je ineens ontvangt telt namelijk mee als inkomen. Daardoor kun je in het jaar van uitbetaling meer inkomstenbelasting betalen. Ook kunnen heffingskortingen lager uitvallen. Daarnaast kan een hoger inkomen gevolgen hebben voor toeslagen. Wie huurtoeslag of zorgtoeslag ontvangt, loopt het risico dat deze lager wordt of zelfs helemaal vervalt. Vooral mensen met een relatief klein aanvullend pensioen moeten daarom goed opletten. Het extra geld dat zij ontvangen kan deels weer verdwijnen door hogere belastingen of lagere toeslagen.
Soms houd je minder over dan je denkt
Hoe groot het effect precies is, verschilt per persoon. Dat hangt onder meer af van:
- Je totale inkomen;
- De hoogte van je pensioen;
- Eventuele toeslagen;
- Het moment waarop je met pensioen gaat;
- Andere inkomsten die je hebt.
Ook speelt mee dat je na opname van het bedrag ineens niet alleen minder pensioen overhoudt, maar ook minder rendement op het geld dat in de pensioenpot achterblijft. Daardoor kan de uiteindelijke verlaging van je maandelijkse pensioen iets groter uitpakken dan 10 procent.
Niet te combineren met een andere pensioenkeuze
Veel pensioenfondsen bieden nu al de zogenoemde hoog-laagconstructie aan. Daarbij ontvang je de eerste jaren van je pensioen een hogere uitkering, gevolgd door een lagere uitkering later. Wie straks kiest voor een bedrag ineens, kan deze regeling niet meer combineren met de hoog-laagconstructie.
Er komt een speciale rekentool
Omdat de gevolgen voor belasting en toeslagen ingewikkeld kunnen zijn, werkt het ministerie samen met het Nibud aan een rekentool. Daarmee kun je vooraf zien wat de keuze voor jouw persoonlijke situatie betekent. Toch adviseren pensioenexperts om niet alleen naar het bedrag op je bankrekening te kijken. Het is verstandig om ook te berekenen hoeveel pensioen je later misloopt en wat de gevolgen zijn voor je netto-inkomen.
Voor wie is het interessant?
Heb je een redelijk aanvullend pensioen en geen of weinig toeslagen, dan kan een bedrag ineens aantrekkelijk zijn. Bijvoorbeeld als je een grote uitgave wilt doen of een schuld wilt aflossen. Ontvang je toeslagen of heb je een klein pensioen, dan is extra voorzichtigheid geboden. In sommige gevallen levert de regeling netto veel minder op dan je vooraf verwacht.