Ze houdt van het onbekende en het ontdekken van andere denk- en leefwerelden. Ook in haar literaire thrillers. De bestverkochte en meest uitgeleende auteur in Nederland Anya Niewierra (1964) loopt niet snel in het gelid. “In essentie ben ik een eenling. Misschien is dat wel inherent aan kunstenaar zijn.”
Anya spreekt af bij haar uitgever in Amsterdam. Ze heeft er al een afspraak staan, dus dat is handig. “Mijn boek De camino wordt verfilmd in een vijfdelige serie en uitgezonden bij de NPO. Ik ben er zijdelings bij betrokken, het is één groot avontuur.” Anya heeft er tweeënhalf uur treinen op zitten vanuit Zuid-Limburg, waar ze woont in een vrijstaand rijksmonument met man Frans en adoptiehond Beppie. “Zo lief, ik stond om zes uur op en Frans had al een treinkaartje geprint, mijn autoruiten schoongekrabd, en boterhammen gesmeerd. Zo kon ik op tijd bij het station zijn.” Ze hebben een dochter (33) en een zoon (30). Die laatste woont met zijn gezin naast Anya en Frans. “Sinds kort zijn we grootouders van een kleinzoon. Geweldig om hem zo dichtbij te hebben; we passen regelmatig op. Een lekker kereltje is het. Oma zijn voelt als een lichte liefde: ik geniet ervan maar draag niet de grootste verantwoordelijkheid.”
Op je 60ste kun je nog prima een andere wending aan je leven geven
Ze pakt haar mobiel en laat foto’s zien van man, kleinkind, hond en het weidse uitzicht over de heuvels. Vanuit haar tuin kijk je in de verte uit op Wallonië, rechts staat haar schrijvershuisje, een voormalig tuinhuis dat Frans voor haar heeft gerenoveerd. Binnen is het gezellig ingericht met een bureau én een lekkere loungebank. Lachend: “Nu ik ouder word, kan ik niet meer uren achter elkaar aan mijn bureau werken. Krijg ik last van mijn spieren, dan tik ik half liggend op de bank verder. In afzondering schrijven is fijn. Ik heb een vast ochtendritme: sta tussen zes en zeven op, werk aan mijn nieuwe boek dat zich afspeelt in Engeland. Tussendoor loop ik hard en erna schrijf ik met hernieuwde energie tot een uur of een ’s middags verder.”
Koningin van de literaire thriller
Anya ontdekte haar schrijftalent op latere leeftijd. Tot 2025 was ze ruim dertig jaar directeur bij VVV Zuid-Limburg (Visit Zuid-Limburg). Haar debuutthriller Vrij uitzicht verscheen in 2013. Haar laatste thriller De nomade, over journalist Olga die in het geheimzinnige verleden van haar dementerende vader duikt en zich afspeelt in voormalige Oostbloklanden, werd genomineerd voor de NS Publieksprijs. Inmiddels is ze de bestverkochte en meest uitgeleende auteur in Nederland.
In 2024 stond Anya als eerste Nederlandse schrijver met haar hele oeuvre in de Bestseller 60, waarvan vier titels in de Spanning Top 10. Ze ontving diverse prijzen (zie cv) en verkocht meer dan een miljoen boeken. Haar werk wordt geroemd om de research ter plaatse, historische diepgang, gelaagde personages, heldere taal en liefde voor de natuur. “Al die lof blijft een beetje onwerkelijk. Een bestsellerschrijver worden is nooit mijn doel geweest. Schrijven is een passie zoals schilderen en het geeft mij vreugde en ontspanning, net als de maandenlange research. Elke plek op de wereld heeft zijn eigen geur, energie, gevoel, geluid en dynamiek van mensen. Dat wil ik overbrengen in mijn boeken. De weg naar het eindresultaat is voor mij altijd het belangrijkst geweest: het ontdekken, creëren en begrijpen van andere leefwerelden.”
Toch ben je vorig jaar fulltime gaan schrijven en heb je op je 60ste je baan opgezegd.
“Ja. Maar dat was omdat ik fysiek mijn directiebaan in het toerisme niet meer aankon. Na de transitie van de menopauze veranderde mijn energie. Van afspraak naar afspraak rennen, lukte niet meer. Ik moest me letterlijk door de dag heen slepen. Een mesoloog (ayurvedisch – red.) vertelde dat een mens drie levensfases heeft met elk een eigen energie: de kindertijd, volwassenheid en ouderdom; de laatste begint rond je 50ste. De fase van volwassenheid kenmerkt zich door prestaties en leiderschap; die van ouderdom door spiritualiteit en loslaten. Opeens viel het kwartje: mijn wezen zat al tien jaar in de fase van de ouderdom en wilde sommige dingen niet meer doen zoals dat prestatiegerichte jakkeren.
Ik voelde heel sterk dat ik moest stoppen. Voor andere dingen zoals schrijven had ik namelijk wél energie. En ik heb mijn baan in het toerisme altijd heel leuk gevonden, tot mijn 68ste zou ik het gemakkelijk volhouden, maar opeens was het gewoon klaar. Ik heb het talent om nare dingen snel te vergeten. Ik ben er kampioen in, ook in het accepteren van verandering. Je kunt niks vasthouden in het leven. Op je 60ste blijk je nog heel goed een andere wending aan je leven te kunnen geven.”
Haar man Frans ontdekte destijds haar schrijftalent en stimuleerde Anya het te ontwikkelen. Nadat hij stopte als wethouder ging hij, naast het verhuren van vakantiewoningen, het huishouden doen om Anya te ontlasten. “We vormen een goed duo. Hij helpt me met de voorbereidingen voor mijn boek en alle administratieve rompslomp.” Frans ontmoette ze destijds via haar werk bij de VVV. “Hij is een lief en goed mens, en dat voelde ik meteen.”
Werd je verliefd op zijn karakter of looks?
“Zijn karakter. We hebben dezelfde interesses en houden van wandelen en lezen, lopen allebei hard, denken hetzelfde over politiek en de samenleving, en delen dezelfde levensvisie. Ook niet onbelangrijk. Tegelijkertijd is hij toch heel anders en veel socialer dan ik. Ik ben graag alleen, dromerig en vergeetachtig. Terwijl hij de praktische dingen van het leven ziet.
O, en Frans kijkt graag naar tv en scrolt het nieuws, ik niet. Nieuws wordt zo fragmentarisch gebracht, het zijn digitale snacks. Ik eet ook geen snacks, dus waarom zou ik mijn ziel ermee belasten? Frans en ik hebben een fijne relatie. Als hij mij ontvalt, weet ik niet of ik ooit nog een andere relatie zou aangaan. Maar heel eerlijk gezegd denk ik verrassend weinig na over de toekomst. De toekomst is toch altijd anders dan je verwacht. Het heeft geen zin om erover na te denken.”
Had je die eigenzinnigheid al als tiener?
“Ja. Al eerder zelfs. Als kind verslond ik kunst-, geschiedenis- en aardrijkskundeboeken. Ik had nooit de drang om ergens bij te horen; zo word je denk ik geboren. Aan groepsdynamieken heb ik nooit meegedaan. In essentie ben ik een eenling, maar dat zegt niet dat ik niet sociaal ben. Misschien is het wel inherent aan kunstenaar zijn. Zélf onderzoeken en nadenken werd later op het gymnasium, een abdij waar priesters nog lesgaven, gestimuleerd. Ook kregen we filosofieles. Nog steeds interesseert me dat; ik volg nu ook een filosofie-opleiding. De sportlessen begonnen we met een rondje rennen door het bos – dat ben ik altijd blijven doen. Dat uurtje nodigt je uit om de natuur te leren kennen en uit je hoofd te gaan. Zonder mijn opleiding aan het Gymnasium Rolduc had mijn leven een heel andere wending genomen.”
Anya groeide met jongere zus Jessica op in een hecht gezin in Kerkrade met eromheen een warme grote familie. “Daar ben ik zo dankbaar voor. Elk jaar houden we bijvoorbeeld een nichtjesdag.” Haar vader startte zijn carrière bij de Domaniale Mijn in Kerk-rade en werkte veertien jaar als mijnwerker. Na de mijnsluitingen werkte hij zich op tot architect. Haar moeder nam de zorg voor de kinderen en het huishouden op zich. “En ze was altijd aan het tuinieren. Mijn ouders lie-ten ons vrij, zoals ik later mijn kinderen vrijliet om te ontdekken. En net als mijn ouders gaf ik mijn zoon en dochter het vertrouwen mee dat de toekomst zich zal ontvouwen zoals die is bedoeld. De vrijheid die ik als kind kreeg, verdiende ik ook: ik was niet moeilijk te managen, was solide. Mijn ouders hebben geen makkelijke tijd gehad na de mijnsluiting.
Mijn vader verloor zijn baan en studeerde met een speciale beurs van de overheid bouwkunde. We leefden toen drie jaar van een bijstandsuitkering. Opeens konden we ons nog maar weinig veroorloven. Ik kreeg de kleren van mijn nichtjes. Toch heb ik die periode niet als zwaar ervaren, omdat we op elkaar konden terugvallen als familie. Financieel hielpen we elkaar ook. Ik heb heel warme herinneringen aan mijn jeugd en geleerd wat saamhorigheid is. Alles draait om familie. Ondanks de mijnsluitingen was Kerkrade een van de fijnste plekken om op te groeien met een enorm cultureel leven. Het was de lijm die de gemeenschap bij elkaar hield.”
Ben je close met je zus?
“Jessica is mijn beste vriendin. Met haar ga ik ook elk jaar naar het Boekenbal.” En dan lachend: “Ik moet wel eerlijk bekennen dat we rond tien uur de benen nemen. We hebben veel gemeen en eenzelfde achtergrond en energie. Jessica is de enige mens, naast mijn man en kinderen, tegen wie ik alles durf te zeggen. Ze begrijpt alles. Het is heel relaxed om te weten dat zij er altijd is. Dat is een van de zekerheden in mijn leven. Als de pleuris uitbreekt en ik voor de grootste ellende kom te staan, hoef ik maar te bellen en ze staat voor de deur.”
Is de pleuris al eens uitgebroken?
“De dood van mijn vader, twintig jaar geleden, vond ik een moeilijke periode. Hij had uitgezaaide prostaatkanker. Het opvangen van mijn moeder na zijn overlijden was eveneens zwaar. Ik zag haar enorme verdriet en na een lang huwelijk stond ze er ‘alleen’ voor. Mijn vader had in die periode een architectenbureau en de fase van het opruimen van zijn spullen werkte helend. Ik kwam herinneringen uit het verleden tegen. Ik kan hem nog steeds missen. Mijn vader was een sterke en inspirerende man en zijn fysieke aftakeling vond ik vreselijk om te zien. Een halfjaar voor hij stierf, kreeg hij een dwarslaesie.
Mama en ik hebben hem tot zijn dood verzorgd. Heftig. Zelf was hij realistisch en evenwichtig over zijn naderende dood. Hij stelde dat hij naar een andere fase overging en was dankbaar voor zijn leven. Zijn instelling hielp, maar het nam mijn pijn niet weg. Door voor hem te zorgen leerde ik om mijn vader langzaam los te laten. In zijn sterfproces voelde ik vertedering voor de twee mensen uit wie ik voortgekomen ben. Die intimiteit is een mooie gewaarwording. In die maanden stond ik zowel dicht bij mijn vader als mijn moeder. Het zorgen en begeleiden van mijn vader was een pre-oefening voor mijn eigen sterven. Ik weet dat je niet kunt ontkomen aan het interen van je geest en lichaam. En, wat er ook inhakte, was de diagnose alzheimer bij mijn moeder, ruim tien jaar later. Ze leeft nog en is zwaar dementerend.”
Hoe kijk je aan tegen je eigen dood?
“Dat het een natuurlijk proces is. Ik hoop wel dat de manier waarop ik sterf zo pijnloos mogelijk is, een hartaanval in mijn slaap of zo. Na de dood houdt het niet op: ik heb heel vaak het gevoel dat mijn vader nog bij mij is. Het is een soort energie. ‘Hé pap,’ zeg ik dan hardop.”
Vond je het lastig dat je moeder dementeerde?
“Ja, in het begin wel. Nu ben ik eraan gewend en zie ik dat ze gelukkig is. Ze is altijd vrolijk. Een aantal jaar na de diagnose alzheimer heeft mijn moeder, inmiddels 86, een tijd bij ons gewoond in een mantelzorgwoning. Het was fijn om op die manier voor haar te kunnen zorgen. Ik ben er ook van overtuigd dat de mate van aandacht en liefde die een dementerende van familie krijgt door met elkaar samen te leven of veel tijd aan elkaar te besteden, bijdraagt aan een langer en hoogwaardiger leven. Tien jaar na de diagnose is ze er nog. We namen haar ook lange tijd mee op vakanties, zelfs naar Zuid-Afrika.
Frans was het er direct mee eens. Hij is een familieman en natuurlijk kwam mijn moeder bij ons wonen.” Met een knipoog: “Ik heb hem daar op uitgekozen.” Ze vervolgt: “Later is mijn moeder verhuisd naar een verzorgingshuis, omdat ze in de winter ’s nachts zonder jas buiten ging ronddwalen. Eén keer hadden we haar net op tijd in de gaten, anders was ze bevroren geweest.”
Ben je blij met het afgelopen jaar? Naast dat je meer tijd hebt voor schrijven, heb je ook meer ruimte in je agenda voor dierbaren zoals je moeder.
“Het was het mooiste jaar van mijn leven. Die vrijheid… Wow. Ik sta elke dag op met verwondering en word niet meer geregeerd door een agenda. Zelden zet ik mijn wekker; ik word ergens tussen zes en zeven uur wakker. Mijn al dan niet schrijvende leven is een pad van verrassingen dat ik helemaal zelf kan inrichten. Achteraf is die stap naar een ander leven wellicht onbewust aangewakkerd met het lopen van de pelgrimsroute voor de research voor mijn boek De camino. Na twee dagen was ik het doel van die wandeltocht en de beslommeringen thuis al vergeten. Het was een verrassend mooie en rijke ervaring. Ik was helemaal uit mijn hoofd en alleen maar bezig met lopen en de mooie ontmoetingen met verschillende mensen. Je deelt al snel intimiteiten met vreemden. Wie je bent en waar je vandaan komt, is niet belangrijk. Na thuiskomst zat ik anders in mijn vel. Als ik ooit in de shit kom en een ernstig verdriet moet verwerken, kan ik altijd nog een camino lopen. Het werkt helend.
10x in het kort: Anya Niewierra
|