Mijn verhaal: ‘Het weeskind dat we adopteerden, bleek gewoon een moeder te hebben’

Auteur: |
Gepubliceerd 11 juli 2026
Weeskind
Beeld Getty Images

Wat was ze welkom, onze dochter. Ze was één van de duizenden kinderen die in de jaren 70 uit het verre buitenland naar Nederland werden gebracht. Mijn man en ik konden geen kinderen krijgen. Adoptie heeft nooit als een tweede keuze gevoeld, alleen als een ándere keuze.

”Een keuze waarvoor nog eens jaren geduld nodig waren, veel gesprekken en veel geld. Maar die uiteindelijk niet alleen onze kinderwens in vervulling liet gaan, maar waarbij we ook iets goeds deden voor de baby die anders geen toekomst had. En wat waren en zijn wij gelukkig met ons meisje uit Bangladesh, met wie we altijd een hechte band hebben gehad en nog steeds hebben. Toch: als ik toen had geweten wat ik nu weet, had ik het nooit gedaan. Maar hoe konden wij weten dat het verhaal dat ons werd verteld – dat het bij adoptie ging om weeskinderen of kinderen die vrijwillig waren afgestaan en die in hun eigen land in hopeloze armoede zouden leven – niet klopte? Toen de eerste verhalen over misstanden aan het licht kwamen, sloot ik daar mijn ogen voor. Niet bij onze dochter, dacht ik. Alle papieren waren echt. Stempels, handtekeningen, háár verhaal klopte. Tot mijn dochter, met steun van ons, ging zoeken. Haar moeder leefde niet meer, stond in haar dossier, maar misschien had ze wel broers en zussen? Ze meldde zich aan bij een stichting die lijnen had naar haar geboorteland. Alle informatie die ze had over haar afkomst bleek losse eindjes te hebben. Jaren stond haar zoekvraag tevergeefs uit. 

Tot onze dochter via een DNA-databank in contact kwam met een oudere broer die zijn hele leven had gehoopt zijn zusje terug te vinden. Omdat hij het immense verdriet van zijn inmiddels overleden moeder had gezien. Gebroken was ze teruggekomen uit het ziekenhuis, waar haar zieke kindje van zes maanden oud twee weken moest blijven. Ze had getekend voor een behandeling, níet voor de adoptie die zonder overleg werd geregeld, ‘omdat dat beter voor het kind zou zijn’. De klap voor mijn dochter was onbeschrijflijk, maar ook, in de schaduw daarvan, voor mij en mijn man. Onze goede daad werd medeplichtigheid aan een illegale transactie. Ik heb eindeloos veel slapeloze nachten gehad, lag maar te denken aan mijn dochters biologische moeder, terwijl ík het was die liedjes voor haar meisje zong, haar luier verschoonde. 

Mijn dochter is inmiddels vooral blij met haar hervonden familie. Naast een broer heeft ze zusjes, tantes en ooms die haar met open armen ontvangen. Maar ik kan het levenslange verdriet van haar moeder niet vergeten. Dat mijn geluk was gebaseerd op haar ongeluk, is onverteerbaar.”