Littekens uit je jeugd: als toen zich blijft bemoeien met nu

‘De grootste misvatting: dat psychische schade alleen wordt veroorzaakt door extreme voorvallen en omstandigheden’
Auteur: |
Gepubliceerd 13 augustus 2026
Vrouw kijkt bedachtzaam uit het raam
Beeld Getty Images

Jij hebt ze vast ook: gevoeligheden. Misschien koppel je ze niet aan je verleden, maar zijn ze daar wel ontstaan. Psychiater en hoogleraar Christiaan Vinkers (1980) betoogt dat het goed is om jeugdtrauma serieus te nemen. Want het kan de basis vormen voor klachten als vermoeidheid, angst of eenzaamheid, maar ook hooikoorts, migraine of gewrichtspijn. En: ‘Verbetering is absoluut mogelijk.’

Interviews door Manon Wigny. Illustraties door Rosa Snijders.

Christiaan Vinkers

Christiaan Vinkers (1980) is psychiater en hoogleraar Stress en Veerkracht aan Amsterdam UMC en GGZ InGeest. Hij doet onderzoek naar stress, trauma en herstel. In februari verscheen Littekens uit je jeugd waarin hij wetenschappelijke inzichten verbindt met persoonlijke verhalen; een toegankelijk en hoopvol boek voor iedereen die met jeugdtrauma te maken heeft.

Bestel op Bol.com >> 

Mireille (1971): “Pas de laatste jaren ben ik in staat om écht te zien waar ik vandaan kom. Langzaam ging ik de patronen zien die mij hinderden in mijn dagelijks leven. Ik wás mijn verleden. Ik kon het niet scheiden van het hier en nu. Nu sta ik ernaast en kan ik anders kijken en handelen.”

Iedereen worstelt wel eens. Sommige mensen worstelen zoveel dat het ze structureel in de weg zit. Het is goed mogelijk dat de kiem hiervan is gelegd in de jeugdjaren. De meeste mensen denken er niet zo expliciet over na. “Ze herkennen pas veel later dat hun jeugd ontregelend was,” zegt Christiaan Vinkers. “Uit onderzoek blijkt dat bij ongeveer 20 procent van de mensen sprake is van matig tot ernstig jeugdtrauma. Dit getal zou in de praktijk wel eens hoger kunnen liggen, omdat het onderliggende leed vaak onzichtbaar blijft.” Veel klachten, mentaal én fysiek, worden niet in verband gebracht met de voorgeschiedenis. Uit onwetendheid, uit loyaliteit naar ouders, maar ook uit angst of uit schaamte, vaak onbewust. “In de eerste achttien jaren wordt het fundament gelegd voor de rest van je leven. Als dat wankel is, kost het je meer moeite om je evenwicht te bewaren. Mensen met jeugdtrauma hebben een grotere kans op depressie, angststoornissen, verslaving en chronische lichamelijke klachten. Op problemen op school, op het werk en herhaald slachtofferschap in relaties in het latere leven. Het is het grootste onzichtbare probleem in de Nederlandse volksgezondheid. Het is verstandig om het serieus nemen.”

Rosa Snijders

Veel schakeringen

Myra (1975): “Mijn ouders waren goed voor me. Ik kreeg alles wat ik wilde. Ze waren er. Niks leek te ontbreken. Door de burn-out op mijn 42ste werd ik gedwongen beter te kijken. Ik leerde onder ogen te zien wat ik zo verschrikkelijk had gemist als kind: warmte. Ik voelde me schuldig voor mijn ondankbaarheid en werkte me al die jaren een slag in de rondte om het goed te maken. Toen ik het eenmaal zag, kon ik er iets aan veranderen.”

‘Het is geen noodlot. Ik ben onder de indruk van de veerkracht van mensen’

Psychische problemen ontstaan vaak niet door één ingrijpende gebeurtenis. “Het is de grootste misvatting: dat psychische schade alleen wordt veroorzaakt door extreme voorvallen en omstandigheden, denk aan de kinderen van Ruinerwold. De meeste ouders zijn geen boemannen. De kern is: de situatie waarin een kind langdurig wordt blootgesteld aan wat het schaadt, of structureel moet missen wat het nodig heeft om zich te ontwikkelen. Het is niet te zeggen wat wel of geen jeugdtrauma veroorzaakt. Ieder mens is weer anders, de omstandigheden verschillen. Je kunt niet elke botsing of elk ongemak traumatisch noemen, dat helpt hen niet die écht ontwricht zijn. En waar de een schade aan overhoudt, ondervindt een ander geen last. In het algemeen kun je er wel íets van zeggen. Te weinig liefde of structuur is onzichtbaar, maar veroorzaakt júist schade. Bij seksueel misbruik denken mensen: logisch dat je daar last van hebt. Maar er zijn veel vormen die lang zo zichtbaar of tastbaar niet zijn maar wel degelijk veel impact hebben. Jeugdtrauma kent veel schakeringen.’

Evelien (1968): “Ik heb voortdurend bevestiging nodig. Daar ben ik vaak op aangesproken. Ik erger me aan mijn eigen afhankelijkheid. Ik leer in therapie anders naar mijn jeugd te kijken: hoewel mijn ouders lieve mensen waren, leidden ze een losbandig leven, met veel alcohol. Ik heb me als kind zelden echt veilig gevoeld. Als volwassene bleef ik onbewust bij een ander zoeken naar veiligheid.’”

Iedereen heeft littekens. Christiaan: “Maar het maakt wel uit of je een groot litteken in je gezicht hebt of een minischram op je linkerschouder. Iedereen maakt nare dingen mee, maar niet iedereen maakt jeugdtrauma mee. Voorop staat dat het altijd legitiem is om te zeggen: ik heb ergens last van en daar moet ik iets mee.” Niet iedereen is even begripvol als het aankomt op psychische schade. “Ik denk dat het voor veel mensen, ook professionals, nog ongrijpbaar is. Het is complex, moeilijk te meten. En er is geen eenduidig antwoord op de vraag wat je eraan kunt doen. Ik zeg altijd: ik ben niet van de jeugdtraumapolitie. Je zult mij nooit horen zeggen: dit litteken is niet erg genoeg. Als je zegt dat je heel somber bent, dan zeg ik niet: heb je daar bewijs voor? Ik neem het altijd serieus. Het is vaak een grote stap om dit soort klachten kenbaar te maken. Dat verdient alle steun.”

‘Onderzoek laat zien dat één veilige relatie soms alle verschil kan maken’

Anders denken & voelen

Jolanda (1972):  “Oud zeer vervormt je blik, je gevoel, hoe je iets beleeft; het zet je op dwaalsporen. Na een gesprek met iemand bespringt me vaak een misselijkmakende angst. Dan denk ik dat ik alles fout heb gedaan. En dan ben ik daarna huiverig om die persoon weer te zien. Terwijl er eigenlijk nooit iets aan de hand blijkt te zijn. Het is heel gek hoe die angst een eigen leven lijkt te leiden, los van je ratio.”

“Ik heb mijn boek Littekens uit je jeugd niet geschreven zodat mensen er een medische diagnose van kunnen maken. Ook niet per se om het verleden te begrijpen – je hoeft niet per se álles op te rakelen, maar misschien meer om het heden te helpen verklaren. Als je verdiepen in je jeugd ervoor zorgt dat je het heden, dat waar je mee worstelt, wat beter begrijpt, dan kun je er anders mee om leren gaan en misschien ook wat milder zijn naar jezelf. Je ontdekt als het ware: ik heb hier op mijn rechterbeen een litteken en als ik daar op druk, doet het pijn. In plaats van: waarom heb ik zo’n pijn? Waarom lukt het mij niet? Waarom doe ik zo moeilijk? – Jeugdtrauma gaat vaak gepaard met veel schuldgevoelens en schaamte – En dan kun je ook tegen andere mensen zeggen, je partner of bijvoorbeeld je werkgever: ik heb hier een litteken. Pas daar een beetje op want dat doet pijn.”

Nellie (1965): “Elke dag vertelde mijn moeder me wat er niet aan me deugde. Misschien herinnerde ik haar aan wat ze zelf niet was. Als er andere mensen bij waren, was ze een ander mens. Ik wist niet beter. Ik deed zo mijn best om goed genoeg te zijn. Pas na mijn 50ste durfde ik de gedachte toe te laten dat het nooit aan mij heeft gelegen. Trauma veroorzaakt een verwrongen blik op de werkelijkheid. Op de gekste momenten overviel me een beklemmende angst, een ontwrichtende emotie. Stukje bij beetje ben ik die reacties gaan begrijpen. Een voorbeeld: bezoek dat weggaat, afscheid nemen; ik werd er elke keer zo nerveus van. Logisch, het was vroeger het startsein voor actief gevaar. Zo ben ik de puzzel gaan leggen. Met hulp van therapie leerde ik om begrip voor mezelf te hebben, om van mezelf te houden. Ik had daarvoor geen idee wat zelfcompassie of zelfliefde inhield. Ik voelde er vooral schaamte bij. Nu weet ik: beter bestaat.”

Fysieke klachten

Jeugdtrauma kan de manier veranderen waarop je denkt, voelt, relaties aangaat en jezelf begrijpt. De neurowetenschap toonde aan dat het brein voortdurend voorspellingen doet over wat er komt op basis van eerdere ervaringen. Trauma verandert die voorspellingen, waardoor het brein gewone situaties als bedreigingen kan ervaren. Christiaan: “Tegenslag vergroot je veerkracht niet, wat vaak wordt gezegd; onderzoek laat net het omgekeerde zien. Bedenk dat veel geworstel wordt verstopt voor de buitenwereld. Natuurlijk kan het je uiteindelijk sterker maken. Maar de realiteit is dat het de kans op psychische aandoeningen vergroot, denk aan depressie en verslaving. Er kunnen problemen zijn met emotieregulatie, met het stellen en bewaken van grenzen en met zelfzorg. Chronische stress en gebrek aan steun – want daar hebben we het in wezen over – kunnen veel ongemak veroorzaken,  bijvoorbeeld ook aandachts- en concentratieproblemen.”

Faria (1973): “Ik wíl mijn werk doen, maar ik stel uit, eindeloos. Ik blijf opspringen. Ik kán het gewoon niet: me concentreren. Een verslag schrijven kost mij véél meer tijd dan anderen. Daar worstel ik al mijn hele leven mee. Ik had best graag door willen studeren.”

Christiaan: “Je ziet echo’s van oude onveiligheid, van chronische stress niet alleen terug in denken en doen, maar ook in lichamelijke klachten – ooit is er in de wetenschap een scheiding gemaakt tussen lichaam en geest, maar we weten inmiddels beter. Biologische systemen kunnen er structureel door ontregeld raken. Onderzoek toont aan dat bijvoorbeeld ons immuunsysteem erop reageert – denk aan hooikoorts of allergische reacties; er is samenhang met hart- en vaatziekten, en diabetes type 2. De kans op lichamelijke aandoeningen is bij jeugdtrauma groter. Auto-immuunziekten worden gemiddeld vaker aangetroffen bij mensen met een belast verleden, denk aan multiple sclerose, lupus, reumatoïde artritis en ontstoken darmziekten. We weten nog niet precies hoe het zit – het is complex – maar het is duidelijk dat het immuunsysteem gemiddeld anders functioneert. We zien ook meer chronische vermoeidheid en chronische pijn. Pijn wordt anders verwerkt. Het zenuwstelsel kan gevoeliger worden; prikkels worden sterker ervaren en de pijndrempel wordt lager. Ook hierbij zijn er psychische én biologische verklaringen.” Hij nuanceert: “Als je last van hooikoorts hebt, wil dat niet per se zeggen dat er sprake is van onderliggend jeugdtrauma. Maar het kán wel. Het is de moeite waard om óók lichamelijke klachten door de bril van het verleden te bekijken.”

Bernard (1959): “Ik had jarenlang veel last van mijn rug. Ik heb alle mogelijke onderzoeken gehad, maar er leek me niks te mankeren. Pas toen, na járen modderen, een specialist met mij sprak over mogelijke psychische oorzaken, ben ik gaan nadenken. Dat ging niet van de ene op de andere dag. Nu zeg ik: hoe is het mogelijk dat je het zelf écht niet ziet. Het broertje dat vóór mij geboren werd, leefde maar een paar dagen. Mijn moeder verloor jong haar moeder. Ze deed haar best om haar verdriet en haar onmacht te verbloemen. Hoe beter ik durfde terug te kijken, alsnog kon huilen om het verdriet van mijn moeder, hoe minder mijn rug opspeelde. Haar stress was mijn stress geworden en het uitte zich in chronisch verkrampte rugspieren.”

Rosa Snijders

Verbetering is mogelijk

Christiaan zag in 2022 op tv de aflevering van Zomergasten (VPRO) waarin psychiater Bessel van der Kolk te gast was. Hij is beroemd geworden door zijn boek Traumasporen, in het Engels The body keeps the score. “Ik dacht: goed dat hij dit beter op de kaart zet. Het thema van psychische schade op zich én hoe trauma zich kan uiten in fysieke klachten. Maar ik dacht óók: wetenschappelijk snijdt hij af en toe een bocht af. Zo zeker zijn we er niet van dat je het altíjd terugvindt in het lichaam. Er zijn veel opvattingen over trauma. Denk ook aan het werk van Gabor Maté. Hij verwijst vaak naar de polyvagaaltheorie: een populaire, maar wetenschappelijk nog niet zo goed onderbouwde theorie over de rol van een centrale zenuw. Ik besloot toen een boek te gaan schrijven over de zin en onzin rondom jeugdtrauma. Voor de duidelijkheid: ik zeg zeker niet dat deze mensen onzin verkopen. Maar ik pleit wel voor wat twijfel en bescheidenheid. We willen op complexe problemen graag simpele antwoorden. En die zijn er niet. Het gaat om kwetsbare thema’s en ik vind dat je dan eerlijk moet zijn over wat je wel en wat je niet weet. Ik zou geen knip voor de neus waard zijn als ik zou zeggen: o, dit is je verhaal, dan moet je dit doen. Zo werkt het helaas niet. 

Er is geen quick fix. Maar er is heel wat mogelijk. Er zijn veel therapieën waarbij mensen baat hebben, maar die werken voor anderen weer niet. Ik zou zelf wat huiverig zijn voor remedies die succes garanderen. Ik pleit zelf helemaal niet voor spectaculaire veranderingen. Stel een mens is een olietanker; als je die een paar graden van koers laat veranderen, kom je uiteindelijk op een ander werelddeel uit. Wat milder naar jezelf leren kijken, kan op den duur al veel opleveren. Verbetering is absoluut mogelijk, maar stap voor stap; het vraagt tijd en het is vaak een persoonlijke weg. We zouden er veel meer onderzoek naar moeten doen, want het heeft grote gevolgen voor de hele geneeskunde. Ik pleit ook voor veel meer inzet op leed voorkomen door bijvoorbeeld hulp bij opvoeden en bestrijding van armoede. Het is een taak van de maatschappij; we hebben er allemáál baat bij als hier meer aandacht voor is.”

Ordinary magic

José (1977): “Wat me hielp, was ontdekken dat er écht meer bestaat dan ik dacht. Hoe moet je weten wat veiligheid is als je het nooit hebt gekend? Toch weet ik nu wat het inhoudt.”

Christiaan: “Ik ben me tijdens het schrijven van mijn boek weer beter bewust geworden van mijn veilige achtergrond. Mijn ouders hebben Twentse roots. Daar zeggen ze: als het vanzelf gekomen is, gaat het ook vanzelf weer weg. Dat kun je zeggen als je zelf nauwelijks tobt, want het is niet waar. Ik doe nu een jaar of vijftien onderzoek naar jeugdtrauma. Het is een van de meest robuuste risicofactoren voor álles. Het raakt je lichaam, je geest, je relaties… Maar het is geen noodlot. Ik ben onder de indruk van de veerkracht van mensen. Je denkt soms: hoe moet iemand dit ooit te boven komen, maar je ziet dat mensen tóch een bepaalde balans weten te vinden. Je kunt in een relatie in je latere leven schade repareren, beter leren vertrouwen. Je kunt alsnog positieve ervaringen opdoen. Veel mensen denken bij herstel aan therapie. Onderzoek laat zien dat één veilige relatie soms alle verschil kan maken. Veerkrachtonderzoeker Ann Masten noemt dat ordinary magic: de buitengewone kracht van gewone menselijke verbondenheid. Hersenen blijven het hele leven plastisch, ze kunnen zich aanpassen aan nieuwe omstandigheden. 

Je kunt dus echt iets veranderen. Het kost tijd en energie, maar ik zie elke dag in de praktijk dat het mogelijk is. Erken waarvan je last hebt, neem het serieus. Probeer niet stil te staan, blijf in beweging; oefen met wat bij jou past. Ik hoop dat we er steeds meer over zullen praten. Bij depressie bijvoorbeeld is nog steeds het stigma: je bent zwak. En dat slaat nergens op. Wat ik zie als psychiater is dat niemand kiest waarvoor hij bij mij terecht komt. Je blijft zelf verantwoordelijk, maar het heeft niks met schuld te maken. Je voelt het misschien wel zo, maar het is niet waar. Opvoeden is moeilijk. Mensen maken fouten, ouders ook. Maar de kern is: geef je iemand het idee dat deze er mag zijn zoals hij of zij is. Dan is goed genoeg, goed genoeg.”

  • Dit artikel verscheen eerder in Zin 8/9 2026.