Stef Bos: ‘De laatste voorstelling is de première’

'Ik moet er nu om lachen en ben ze eigenlijk dankbaar'
Auteur: |
Gepubliceerd 15 augustus 2026
Stef Bos
Beeld Getty Images

Toen we onlangs de eerste theatervoorstelling van een reeks speelden in het Scheldetheater in Terneuzen, zei ik op voorhand tegen een nieuweling in het gezelschap die wat nerveus oogde: “Maak je geen zorgen, ik speel alleen maar try-outs en misschien is de laatste van deze reeks een première.” Het was ten dele een grap om hem gerust te stellen, maar het is deels ook waar.

Vanaf half jaren 90 speel ik geen premières meer. De reden: het is altijd gedoe. Een verloren avond waar een vreemde spanning op ligt en je bent blij als die voorbij is. Terwijl ik een voorstelling wil spelen met plezier. Voor dat inzicht moest ik wel eerst een bolwassing krijgen.

We speelden in die tijd een voorstelling met als titel De onderstroom. Ik had veel in Afrika gereisd en die invloeden kwamen duidelijk bovendrijven met een geweldige band met een Engelse spits die in een vrije rol op alles speelde dat snaren had – van een sitar tot een Indiase mandoline. Tony Boast was zijn naam en hij was een filosoof zonder woorden. Je voelt het aankomen… het was een voorstelling waar je geen cabaretrecensenten op af moest sturen en juist die zaten allemaal in de zaal die avond. Ik heb in die voorstelling mijn muzikale weg gevonden maar zij hadden een andere landkaart in hun hoofd. De messen werden geslepen en vooral in de politiek correcte pers werd ik dusdanig gefileerd dat er weinig van mij overbleef.

De dag nadien deed ik iets wat ik allang niet meer doe: ik las de kranten op zoek naar mijn naam en ik kreeg mijn ijdelheid dubbel en dwars in mijn gezicht terug geslingerd. Ik wilde zoals Repelsteeltje door de bodem van de aarde ­zak-ken maar wist: ik moet vanavond weer spelen.

Hadden ze gelijk? Misschien een beetje wel, maar deels ook niet. Ze zagen niet dat ik een weg aan het zoeken was; ze begrepen niets van mijn Afrikaanse invloeden want het was de tijd van Hans Teeuwen die onze koningin oraal bevredigde en ik was natuurlijk veel te rond en zacht.

Ik moet er nu om lachen en ben ze eigenlijk dankbaar. Want een beetje tegenwind is veel vruchtbaarder dan dat je wordt doodgeknuffeld. Maar sindsdien heb ik wel besloten nooit meer een première te houden en wie wil komen kijken om er iets van te vinden, moet dat doen uit ­interesse en niet omdat het zijn vak is. Want zo speel ik ook mijn muziek niet.

De laatste voorstelling is de première. Dat vind ik een mooie gedachte, ook in het leven.

In het begin werd me wel gezegd dat dat niet verstandig was. Je hebt pr nodig, Stef! Maar ik kom uit een eenvoudig middenstandsgezin en weet dat de beste reclame die van mond tot mond is. En vooral durven denken op de lange termijn en iets maken wat je zelf mooi vindt.

En zo toeren we al jaren onder de radar. Dat lijkt nu makkelijk want alle zalen zitten vol. Maar dat was niet altijd zo en toen deed ik het ook. Gewoon spelen. Iets opbouwen met de mensen die in de zaal zitten en vooral ‘uw eigen ‘goesting’ doen’, zoals ik leerde van Raymond van het Groenewoud.

De laatste voorstelling is de première. Dat vind ik een mooie gedachte, ook in het leven. Zorg ervoor dat het einde feestelijk is. Dat je niet te veel ­rommel achterlaat voor het nageslacht om op te ruimen. Dat je in enigszins verlichte staat deze planeet verlaat. En dat je dat al leert op de lagere school. Zoals de Grieken het ons voorhielden. Je moet jong leren om oud te worden.